Lasbegrippen van A tot Z
In lastechniek betekent een verkeerd begrepen woord al snel een afkeurde las of een discussie met de keuringsinstantie. Dit woordenboek geeft van elk begrip de betekenis zoals die in de norm staat, in gewone taal uitgelegd, met de verwijzing naar de norm waar het vandaan komt.
Staat uw begrip er niet bij, of wilt u weten hoe het in uw situatie uitpakt? Stel uw vraag aan de Welding & Quality Assistant of bel 06 29 72 37 91.
A
- A-hoogteISO 2553, EN 1993-1-8
- De hoogte van de grootste gelijkbenige driehoek die in de doorsnede van een hoeklas past, gemeten vanaf het theoretische worteldieptepunt. De a-hoogte is de rekenmaat voor de sterkte van een hoeklas, niet de zijdelengte z.Lees verder: De a-hoogte van een hoeklas berekenen
- Aangewezen instantie
- Een door de overheid aangemelde organisatie die conformiteitsbeoordeling uitvoert onder een Europese richtlijn of verordening, bijvoorbeeld de PED of de bouwproductenverordening bij EN 1090.Lees verder: Drukapparatuur, CE-markering van staalconstructies onder EN 1090-1
- AanloopkleurAWS D18.2, ISO 17781
- De verkleuring die op roestvast staal ontstaat naast en op een las door oxidatie bij verhoogde temperatuur. De kleur loopt van strogeel via blauw naar grijszwart en geeft aan hoe chroomarm de oxidehuid is geworden.Lees verder: Verkleuring bij RVS-lassen: beitsen en passiveren
- Aanvloeiing
- De overgang van lasmetaal naar basismateriaal aan het oppervlak. Een vloeiende overgang met een ruime straal verlaagt de kerfwerking; een scherpe overgang is bij wisselende belasting de plek waar de scheur begint.Lees verder: Vermoeiing van lasverbindingen
- AcceptatiecriteriumISO 5817, ISO 11666
- De vooraf vastgelegde grens waarboven een gemeten waarde of een gevonden indicatie niet meer acceptabel is. Zonder vastgelegd criterium is een inspectieresultaat niet te beoordelen.Lees verder: Een ITP opstellen dat in de praktijk werkt
- Afkoeltijd t8/5EN 1011-2
- De tijd waarin de las van 800 naar 500 graden Celsius afkoelt. Zij verbindt warmte-inbreng, dikte en voorwarmtemperatuur met de uiteindelijke structuur en is daarmee de sleutelgrootheid in EN 1011-2.Lees verder: Warmte-inbreng berekenen en beheersen, Fijnkorrelstaal lassen: S460 tot S690
- Austeniet
- De kubisch vlakgecentreerde fase van ijzer, in koolstofstaal stabiel boven ongeveer 727 graden Celsius en in voldoende gelegeerd roestvast staal ook bij kamertemperatuur. Austeniet is taai, niet-magnetisch en niet hardbaar.Lees verder: Austenitisch roestvast staal lassen: 304 en 316
B
- Beeldkwaliteitsmeter (IQI)ISO 19232
- Een gekalibreerde draad- of gatindicator die bij radiografisch onderzoek op het werkstuk wordt gelegd. De zichtbaarheid van een voorgeschreven draad bewijst dat de opname voldoende gevoelig is.Lees verder: Beeldkwaliteit bij radiografie: ISO 19232, Radiografisch onderzoek (RT) van lasverbindingen
- Beklede elektrode (111)ISO 4063, ISO 2560
- Handmatig booglassen met een afsmeltende, beklede elektrode. Proces 111 volgens ISO 4063. Ongevoelig voor wind en daarom geschikt op locatie; vraagt wel droge opslag vanwege waterstof.Lees verder: Waterstofscheuren voorkomen: mechanisme en maatregelen
- BeschermgasISO 14175
- Het gas dat het smeltbad en de boog afschermt van de lucht. Inert bij MIG en TIG (argon, helium), actief bij MAG door toevoeging van kooldioxide of zuurstof, die de boog stabiliseren en de inbranding beinvloeden.Lees verder: Beschermgas kiezen
- BindingsfoutISO 6520-1 nr. 401
- Een gebrek aan samensmelting tussen lasmetaal en basismateriaal of tussen twee rupsen onderling. Het is een vlakke fout en daarmee constructief gevaarlijk, en met radiografie vaak moeilijk te vinden.Lees verder: Lasfouten herkennen, begrijpen en voorkomen, Ultrasoon onderzoek (UT) van lasverbindingen
- Blaaswerking
- Het afwijken van de boog door magnetische velden in het werkstuk, vaak veroorzaakt door restmagnetisme of een ongunstig geplaatste massaklem. Leidt tot onregelmatige inbranding en bindingsfouten.Lees verder: Magnetisch onderzoek (MT) van lasverbindingen
- Boogspanning
- De spanning over de boog tijdens het lassen, in volt. Samen met stroom en voortloopsnelheid bepaalt zij de warmte-inbreng. Hogere spanning geeft een bredere, vlakkere rups met minder inbranding.Lees verder: Warmte-inbreng berekenen en beheersen
C
- CE-markeringEN 1090-1
- De markering waarmee een fabrikant verklaart dat een bouwproduct voldoet aan de geharmoniseerde Europese norm. Voor dragende staalconstructies vereist dat een gecertificeerd FPC-systeem volgens EN 1090-1.Lees verder: CE-markering van staalconstructies onder EN 1090-1
- CETEN 1011-2
- Een koolstofequivalent dat de gevoeligheid van staal voor koudscheuren uitdrukt, gebruikt in de voorwarmberekening van EN 1011-2. CET legt meer gewicht op mangaan en molybdeen dan de oudere CEV-formule.Lees verder: Voorwarmen bij lassen: wanneer is het nodig
- CEVEN 1011-2
- Het koolstofequivalent volgens de IIW-formule, gebruikt om de lasbaarheid en het koudscheurrisico van staal in te schatten. Staat op het materiaalcertificaat en is invoer voor de voorwarmberekening.Lees verder: Voorwarmen bij lassen: wanneer is het nodig, Materiaalcertificaat 3.1 en 3.2 volgens EN 10204
- Concessie
- Schriftelijke goedkeuring om een product te gebruiken dat niet volledig aan de specificatie voldoet. Mag alleen door de partij worden verleend die de eis heeft gesteld, en wordt vastgelegd in het dossier.Lees verder: De NCR: afwijkingen vastleggen, afhandelen en ervan leren
- CTODBS 7448, ISO 15653
- Crack Tip Opening Displacement: een breukmechanische beproeving die de kritische opening aan de punt van een scheur meet. Wordt geeist bij offshore, dikwandig werk en lage ontwerptemperaturen.Lees verder: Offshore en maritiem
- CWIAWS QC1, ISO 14731
- Certified Welding Inspector volgens AWS QC1: de Amerikaanse kwalificatie voor lasinspecteurs. In het Europese kader is de tegenhanger de IWI volgens het IIW-stelsel, met niveaus B, S en C.Lees verder: Lasinspecteur-kwalificaties vergeleken: CWI, IWI, CSWIP 3.1 en ISO 9712 VT
D
- DAC-curveISO 17640
- Distance Amplitude Correction: een gevoeligheidscurve bij ultrasoon onderzoek die corrigeert voor het feit dat een gelijke fout op grotere diepte een zwakkere echo geeft. Zonder DAC of DGS heeft een echohoogte geen betekenis.Lees verder: Ultrasoon onderzoek (UT) van lasverbindingen
- DeltaferrietISO 8249, DIN EN 1600
- Een kleine hoeveelheid ferriet in austenitisch lasmetaal, doorgaans 3 tot 10 FN, die warmscheuren tijdens het stollen voorkomt. Te weinig geeft scheurrisico, te veel kost taaiheid en corrosieweerstand.Lees verder: Ferrietmeting in roestvast en duplex lasmetaal, Austenitisch roestvast staal lassen: 304 en 316
- DoorlassingISO 5817, EN 1993-1-8
- Een lasverbinding waarbij het lasmetaal over de volledige materiaaldikte is samengesmolten. Constructief de sterkste verbinding en vereist waar de volle plaatsterkte moet worden overgedragen.Lees verder: Doorlassing: wanneer vereist en hoe aantonen
- DoorzakkingISO 5817 nr. 504
- Lasmetaal dat aan de wortelzijde te ver naar buiten hangt. Bij leidingwerk belemmert het de stroming en bij hygienische toepassingen maakt het de las onreinigbaar.Lees verder: Voedingsmiddelen en farmacie
- Duplex roestvast staalISO 17781
- Roestvast staal met ongeveer gelijke delen austeniet en ferriet. Combineert hoge sterkte met goede weerstand tegen chloridecorrosie, maar vraagt strikte beheersing van warmte-inbreng om de faseverhouding te bewaren.Lees verder: Duplex roestvast staal lassen: de aandachtspunten
E
- EN 10204EN 10204
- De norm voor keuringsdocumenten bij metaalproducten. Type 2.2 is een fabrieksattest, 3.1 een keuringsrapport door de fabrikant en 3.2 een rapport dat mede door een onafhankelijke partij is ondertekend.Lees verder: Materiaalcertificaat 3.1 en 3.2 volgens EN 10204
- EN 1090EN 1090-1, -2, -3
- De Europese norm voor de uitvoering van staal- en aluminiumconstructies. Deel 1 regelt conformiteitsbeoordeling en CE-markering, deel 2 de technische eisen voor staal, deel 3 die voor aluminium.Lees verder: EXC-klassen onder EN 1090-2: van EXC1 tot en met EXC4, EN 1090 ondersteuning: van EXC-klasse tot CE-markering
- Essentiele variabeleISO 15614-1, ASME IX
- Een parameter waarvan wijziging buiten het toegestane bereik de kwalificatie ongeldig maakt, zoals materiaalgroep, proces, dikte, positie of warmtebehandeling. Wijziging vraagt een nieuwe of aanvullende kwalificatie.Lees verder: Essentiele variabelen: wat een kwalificatie ongeldig maakt
F
- FAT
- De keuring bij de fabrikant waarbij de opdrachtgever vaststelt of het product voldoet voordat het wordt verscheept. Omvat doorgaans documentbeoordeling, maatcontrole, functietest en beoordeling van het eindboek.Lees verder: FAT en final inspection: zo verloopt de eindcontrole zonder verrassingen
- FerritoscoopISO 8249, ASTM E562
- Meetinstrument dat via magnetische inductie het ferrietgehalte in austenitisch of duplex lasmetaal bepaalt, uitgedrukt in FN of in volumeprocent. Moet op een gladde, schone las worden gebruikt.Lees verder: Ferrietmeting in roestvast en duplex lasmetaal
- FormeergasISO 14175
- Het gas waarmee de wortelzijde van een las wordt gespoeld om oxidatie te voorkomen, meestal argon of een stikstof-waterstofmengsel. Het restzuurstofgehalte wordt gemeten, niet geschat.Lees verder: Austenitisch roestvast staal lassen: 304 en 316, Voedingsmiddelen en farmacie
- FPCEN 1090-1
- Fabrieksproductiebeheersing: het gedocumenteerde systeem waarmee een fabrikant aantoont dat de productie beheerst verloopt en het product overeenkomt met de specificatie. Voorwaarde voor CE-markering onder EN 1090-1.Lees verder: Factory production control (FPC) onder EN 1090-1
G
- Gecombineerde dikteEN 1011-2
- De som van de materiaaldiktes die in een verbinding samenkomen, gemeten op een vaste afstand van de naad. Ingangsgegeven voor de voorwarmberekening, omdat zij bepaalt hoe snel warmte wordt afgevoerd.Lees verder: Voorwarmen bij lassen: wanneer is het nodig
- Gevulde draad (136)ISO 4063, ISO 17632
- Een buisvormige draad gevuld met poeder, die onder beschermgas wordt verlast. Geeft een hogere neersmeltsnelheid dan massieve draad en een betere positielasbaarheid, met slak die verwijderd moet worden.
H
- HechtlasEN 1090-2
- Een korte las die delen tijdelijk op hun plaats houdt. Hechtlassen worden onder dezelfde procedure gelast als de hoofdlas en moeten worden opgenomen of verwijderd, want zij zijn een veelvoorkomende scheurbron.Lees verder: De lasvolgorde plannen
- HoeklasISO 2553
- Een las in de hoek tussen twee elkaar snijdende vlakken, met een driehoekige doorsnede. De sterkte wordt bepaald door de a-hoogte; de doorlassing tot in de wortel is doorgaans niet vereist.Lees verder: De a-hoogte van een hoeklas berekenen
- Hold point
- Een punt in het productieproces waar niet verder gewerkt mag worden voordat de aangewezen partij het werk heeft vrijgegeven. Anders dan een witness point, waar wel doorgewerkt mag worden.Lees verder: Een ITP opstellen dat in de praktijk werkt, Fabricage-inspectie bij de leverancier
I
- InterpasstemperatuurEN 1011-2, ISO 13916
- De temperatuur van het werkstuk vlak voordat de volgende rups wordt gelast. Een maximum beschermt tegen korrelgroei en verlies van eigenschappen, een minimum valt samen met de voorwarmtemperatuur.Lees verder: Voorwarmen bij lassen: wanneer is het nodig
- ISO 14731ISO 14731
- De norm voor lascoordinatie: welke taken en verantwoordelijkheden een lascoordinator heeft en welk kennisniveau daarbij hoort. Vanaf EXC2 in EN 1090-2 is een gekwalificeerde lascoordinator verplicht.Lees verder: De lascoördinator volgens ISO 14731: wanneer, wie en wat, Lascoördinator inhuren
- ISO 15614ISO 15614-1, -2
- De normenreeks voor lasmethodekwalificatie door een lasprocedurebeproeving. Deel 1 geldt voor staal en nikkel, deel 2 voor aluminium. Legt de proefstukken, de beproeving en het kwalificatiebereik vast.Lees verder: ISO 15614-1: de lasprocedurebeproeving uitgelegd, WPQR-kwalificatietraject volgens EN ISO 15614-1 en ASME IX
- ISO 3834ISO 3834-1 t/m -6
- De normenreeks voor kwaliteitseisen bij smeltlassen, met drie niveaus: uitgebreid (deel 2), standaard (deel 3) en elementair (deel 4). Beschrijft wat een lassend bedrijf moet beheersen, niet hoe een las eruitziet.Lees verder: ISO 3834 deel 2, 3 en 4: welk deel past bij uw bedrijf
- ISO 4063ISO 4063
- De norm die lasprocessen een nummer geeft, zoals 111 voor beklede elektrode, 121 onderpoederdek, 135 MAG met massieve draad, 136 gevulde draad en 141 TIG. Die nummers staan in elke WPS.Lees verder: Lasproces 135 (MAG) en de gevulde draden 136 en 138
- ISO 5817ISO 5817
- De norm die grenzen stelt aan lasonvolkomenheden in staal, met kwaliteitsniveaus B (streng), C en D (soepel). De keuze van het niveau volgt uit belasting en gevolgen van falen, niet uit gewoonte.Lees verder: ISO 5817 kwaliteitsniveaus B, C en D: kiezen en toepassen
- ISO 9606ISO 9606-1 t/m -5
- De norm voor kwalificatie van lassers bij handmatig en halfmechanisch lassen. Toetst de vaardigheid van de persoon, in tegenstelling tot de lasmethodekwalificatie, die de procedure toetst.Lees verder: Lasserskwalificatie volgens ISO 9606-1
- ISO 9712ISO 9712
- De norm voor kwalificatie en certificering van NDO-personeel, met niveau 1 voor uitvoeren onder toezicht, niveau 2 voor beoordelen en rapporteren en niveau 3 voor het opstellen van procedures.Lees verder: NDO-personeel volgens ISO 9712: niveaus, bevoegdheden en geldigheid
- ITP
- Inspectie- en beproevingsplan: het document dat per productiestap vastlegt wat er wordt gecontroleerd, door wie, tegen welke norm, met welk acceptatiecriterium en welk bewijsstuk, inclusief hold en witness points.Lees verder: Een ITP opstellen dat in de praktijk werkt
- IWE, IWT, IWSISO 14731
- International Welding Engineer, Technologist en Specialist: de drie kennisniveaus voor lascoordinatoren volgens het IIW-stelsel. Welk niveau vereist is volgt uit staalsoort, dikte en uitvoeringsklasse.Lees verder: De lascoördinator volgens ISO 14731: wanneer, wie en wat, Lascoördinator inhuren
K
- KerfslagwaardeISO 148-1
- De energie in joule die een gekerfd proefstaafje opneemt bij breuk in een Charpy-pendelproef. Maat voor de taaiheid bij een bepaalde temperatuur en essentieel bij lage ontwerptemperaturen.
- KoudscheurEN 1011-2
- Een scheur die uren tot dagen na het lassen ontstaat door de combinatie van waterstof, een harde structuur en trekspanning. Ook wel waterstofscheur of vertraagde scheur genoemd.Lees verder: Waterstofscheuren voorkomen: mechanisme en maatregelen
- Kruisverbinding
- Een verbinding waarbij een plaat haaks tussen twee andere wordt gelast. Belast loodrecht op de walsrichting, en daarmee een klassieke situatie voor lamellaire scheuren en een kritisch vermoeiingsdetail.Lees verder: Vermoeiing van lasverbindingen
- KwalificatiebereikISO 15614-1, ISO 9606-1
- Het bereik aan diktes, diameters, materialen, posities en procesvarianten dat door een uitgevoerde kwalificatie wordt gedekt. Buiten dat bereik lassen betekent dat het werk formeel niet gekwalificeerd is.Lees verder: Kwalificatiebereik voor dikte en diameter onder EN ISO 15614-1, Zo bepaalt u of een bestaande WPQR geldig is voor uw toepassing
L
- Lamellaire scheurEN 1011-2, EN 10164
- Een scheur evenwijdig aan het plaatoppervlak, ontstaan doordat krimpspanning loodrecht op de walsrichting trekt aan insluitsellagen in het staal. Wordt voorkomen met Z-kwaliteit staal en aangepaste naadvorm.Lees verder: Doorlassing: wanneer vereist en hoe aantonen
- LasmethodekwalificatieISO 15614, ASME IX
- Het traject waarin met een proefstuk en beproeving wordt aangetoond dat een lasprocedure een verbinding met de vereiste eigenschappen oplevert. Resultaat is een WPQR of PQR.Lees verder: Wanneer heeft u een WPQR nodig?, WPQR-kwalificatietraject volgens EN ISO 15614-1 en ASME IX
- LasnaadvoorbereidingISO 9692-1
- De vorm die aan de te verbinden delen wordt gegeven: V, X, U, J of I, met openingshoek, stompe kant en spleet. De keuze bepaalt de hoeveelheid lasmetaal, de krimp en de bereikbaarheid voor de boog.Lees verder: Lasnaadvoorbereiding: welke naadvorm wanneer
- LasoperatorISO 14732
- Degene die een mechanisch of automatisch lasproces instelt en bewaakt zonder de boog met de hand te geleiden. Wordt gekwalificeerd volgens ISO 14732, niet volgens ISO 9606.Lees verder: Operatorkwalificatie volgens ISO 14732 voor gemechaniseerd en orbitaal lassen, Robotlassen: kwalificatie en beheersing
- LaspositieISO 6947
- De stand waarin gelast wordt, aangeduid volgens ISO 6947: PA vlak, PB horizontaal hoeklas, PC horizontaal, PE boven het hoofd, PF verticaal opgaand en PG verticaal neergaand. De positie is een essentiele variabele.Lees verder: Lasserskwalificatie volgens ISO 9606-1
- Lasregister
- Overzicht waarin per las wordt vastgelegd wie hem heeft gemaakt, onder welke procedure, wanneer, met welk materiaal en welk onderzoek erop is uitgevoerd. Onmisbaar voor traceerbaarheid en vrijgave.Lees verder: Weld map en lasregister: traceerbaarheid per las
- LassymboolISO 2553
- De genormaliseerde aanduiding op een tekening die lastype, maat, lengte, plaats en eventuele aanvullende eisen weergeeft. De positie ten opzichte van de referentielijn bepaalt aan welke zijde wordt gelast.Lees verder: Lassymbolen lezen volgens ISO 2553
M
- MAG-lassen (135)ISO 4063
- Metal Active Gas: booglassen met een continu toegevoerde massieve draad onder een actief beschermgas. Proces 135 volgens ISO 4063, het meest gebruikte lasproces in de constructie.Lees verder: Lasproces 135 (MAG) en de gevulde draden 136 en 138
- Martensiet
- Een harde, brosse structuur die ontstaat wanneer austeniet te snel afkoelt om in ferriet en perliet om te zetten. In de HAZ van een las is martensiet de directe aanleiding voor koudscheuren.Lees verder: Hardheidsmeting op lasverbindingen, Waterstofscheuren voorkomen: mechanisme en maatregelen
- MateriaalgroepISO/TR 15608
- De indeling van basismaterialen volgens ISO/TR 15608 in groepen met vergelijkbaar lasgedrag, van groep 1 voor gewoon constructiestaal tot groep 8 voor austenitisch roestvast staal en 21 en hoger voor aluminium.Lees verder: Zo bepaalt u of een bestaande WPQR geldig is voor uw toepassing
- MRB
- Het eindboek van een project: alle documenten die aantonen dat het product volgens specificatie is gemaakt, van materiaalcertificaten en kwalificaties tot NDO-rapporten, warmtebehandelingsgrafieken en afwijkingen.Lees verder: Het MRB en MDR: het projectdossier goed opbouwen
N
- NACE MR0175ISO 15156
- De norm voor materialen in zuurgasdienst, ook bekend als ISO 15156. Begrenst de hardheid van las en HAZ, meestal op 250 HV10, om spanningscorrosie door waterstofsulfide te voorkomen.Lees verder: Offshore en maritiem, Hardheidsmeting op lasverbindingen
- NCR
- Een vastlegging van een afwijking van de specificatie, met beschrijving, oorzaak, voorgestelde afhandeling en goedkeuring daarvan. Afhandeling kan reparatie, herstel, afkeur of acceptatie met concessie zijn.Lees verder: De NCR: afwijkingen vastleggen, afhandelen en ervan leren
- NDO-omvangEN 1090-2, ISO 17635
- Het percentage van de lassen dat met een bepaalde methode wordt onderzocht, vastgelegd per lastype en uitvoeringsklasse. Bij een steekproef moet ook zijn vastgelegd wat er gebeurt als er een fout wordt gevonden.Lees verder: Welke NDO methode kiest u voor welke lasverbinding
- Niet-destructief onderzoek (NDO)ISO 17635
- Onderzoeksmethoden die de las beoordelen zonder hem te beschadigen: visueel (VT), penetrant (PT), magnetisch (MT), radiografisch (RT) en ultrasoon (UT), elk met een eigen gevoeligheid en beperking.Lees verder: Welke NDO methode kiest u voor welke lasverbinding, NDO-begeleiding: de juiste methode, omvang en beoordeling
O
- Onderpoederdek lassen (121)ISO 4063
- Booglassen waarbij de boog onder een poederbed brandt, met een zeer hoge neersmeltsnelheid en een rendementfactor van 1,0. Geschikt voor lange, rechte naden in de vlakke positie.Lees verder: Onderpoederdek lassen (121): productief en beheersbaar
P
- P-nummerASME IX
- De ASME-indeling van basismaterialen in groepen met vergelijkbare lasbaarheid, vergelijkbaar met de materiaalgroepen van ISO/TR 15608 maar met een andere indeling en andere grenzen.Lees verder: ASME Section IX uitgelegd, ASME IX versus EN ISO 15614-1: twee stelsels voor lasmethodekwalificatie
- PassiverenASTM A967, ISO 16048
- Het herstellen van de chroomoxidehuid op roestvast staal na beitsen of bewerken, zodat de corrosieweerstand terugkomt. Gebeurt chemisch of door schoon materiaal aan zuurstof bloot te stellen.Lees verder: Verkleuring bij RVS-lassen: beitsen en passiveren
- PED2014/68/EU
- Richtlijn 2014/68/EU voor drukapparatuur. Deelt apparatuur in categorieën I tot IV in en bepaalt per categorie de keuringsmodule en de mate waarin een aangewezen instantie betrokken is.Lees verder: Lassen onder de PED 2014/68/EU: categorieën en goedkeuringen, Drukapparatuur
- Pelgrimsgang
- Een lastechniek waarbij korte stukken in tegengestelde richting van de voortgangsrichting worden gelast. Vermindert de netto krimp en daarmee de vervorming van lange naden.Lees verder: Lasvervorming beperken: oorzaken, soorten en maatregelen, De lasvolgorde plannen
- PMI
- Meting van de chemische samenstelling van een component om materiaalverwisseling uit te sluiten, meestal met een draagbare XRF-analysator. Moet ook op lasmetaal worden uitgevoerd, niet alleen op basismateriaal.Lees verder: Petrochemie en procesindustrie
- PorositeitISO 6520-1 nr. 200
- Gasholten in het lasmetaal, ontstaan door gas dat tijdens het stollen niet kon ontsnappen. Oorzaken zijn vocht, vet, roest, onvoldoende gasbescherming of een lekkende gasleiding.Lees verder: Lasfouten herkennen, begrijpen en voorkomen
- PQRASME IX
- De ASME-benaming voor het verslag van een lasmethodekwalificatie: de werkelijk gebruikte parameters en de beproevingsresultaten. Het Europese equivalent heet WPQR.Lees verder: De PQR (procedure qualification record): wat het is en hoe het werkt
- Punchlist
- De lijst met openstaande punten die bij een keuring of oplevering zijn gevonden, met per punt de verantwoordelijke partij, de afhandeling en de termijn. Categorie A blokkeert oplevering, categorie B niet.Lees verder: Punchlist afhandeling: van openstaand punt naar schone oplevering
- PWHTEN 13445-4, ASME VIII
- Warmtebehandeling na het lassen, meestal spanningsarmgloeien, om restspanningen te verlagen, de hardheid in de HAZ te verminderen en waterstof te laten ontsnappen. Cyclus en snelheden moeten worden geregistreerd.Lees verder: PWHT: spanningsarm gloeien na het lassen
- pWPSISO 15609, ISO 15614
- Preliminary Welding Procedure Specification: de voorlopige lasprocedure waarmee het proefstuk wordt gelast. Slaagt de beproeving, dan wordt hij via de WPQR omgezet in een definitieve WPS.Lees verder: Een pWPS opstellen: variabelen, bronnen en valkuilen
Q
- QCP
- Kwaliteitsplan: het projectdocument dat beschrijft hoe de kwaliteit wordt geborgd, wie waarvoor verantwoordelijk is en welke normen gelden. Het ITP is er doorgaans een bijlage van.Lees verder: Het QCP: het kwaliteitsplan voor uw fabricageproject
R
- RandinkartelingISO 6520-1 nr. 5011
- Een groef langs de lasteen waar basismateriaal is weggesmolten zonder door lasmetaal te zijn aangevuld. Werkt als kerf en is bij wisselende belasting een startpunt voor vermoeiingsscheuren.Lees verder: Lasfouten herkennen, begrijpen en voorkomen, Vermoeiing van lasverbindingen
- Restspanning
- Spanning die in een constructie achterblijft nadat de belasting is weggenomen, ontstaan door ongelijkmatige krimp tijdens het lassen. Zij telt op bij de bedrijfsspanning en bevordert scheurvorming.Lees verder: Lasvervorming beperken: oorzaken, soorten en maatregelen, PWHT: spanningsarm gloeien na het lassen
- Rups
- Een enkele doorgang van de boog waarbij lasmetaal wordt neergesmolten. Een meerlagenlas bestaat uit wortelrups, vullagen en deklaag, elk met hun eigen parameters en warmte-inbreng.Lees verder: Warmte-inbreng berekenen en beheersen
S
- Sensibilisatie
- Het ontstaan van chroomcarbiden op korrelgrenzen in austenitisch roestvast staal tussen ongeveer 450 en 850 graden, waardoor die grenzen chroomarm en corrosiegevoelig worden. Voorkomen door L-kwaliteiten en lage warmte-inbreng.Lees verder: Austenitisch roestvast staal lassen: 304 en 316
- SlakinsluitselISO 6520-1 nr. 301
- Slak die tussen rupsen of in de wortel is achtergebleven omdat zij niet volledig is verwijderd voordat de volgende rups werd gelast. Vooral bij beklede elektrode en onderpoederdek.Lees verder: Lasfouten herkennen, begrijpen en voorkomen
- SmeltlijnISO 9015-1
- De grens tussen gesmolten lasmetaal en niet-gesmolten basismateriaal. Direct naast de smeltlijn ligt de grofkorrelige zone, waar bij hardheidsmeting de hoogste waarde wordt verwacht.Lees verder: Hardheidsmeting op lasverbindingen
- SpanningsarmgloeienEN 13445-4
- Een warmtebehandeling waarbij de constructie op een temperatuur onder het omzettingspunt wordt gehouden zodat restspanningen relaxeren. Bij staal doorgaans 550 tot 620 graden, met beheerste opwarm- en afkoelsnelheid.Lees verder: PWHT: spanningsarm gloeien na het lassen
- Stompe lasISO 2553
- Een las tussen twee in hetzelfde vlak liggende delen, met of zonder naadvoorbereiding. Bij volledige doorlassing draagt de verbinding de volle plaatsterkte over.Lees verder: Doorlassing: wanneer vereist en hoe aantonen
T
- TIG-lassen (141)ISO 4063
- Booglassen met een niet-afsmeltende wolfraamelektrode onder inert gas, met of zonder toevoegmateriaal. Proces 141 volgens ISO 4063, de voorkeursmethode voor wortelrupsen, dunwandig werk en roestvast staal.Lees verder: TIG-lassen (141) en orbitaal lassen van leidingwerk
- TOFDISO 10863
- Time of Flight Diffraction: een ultrasone techniek die de hoogte van een fout bepaalt uit het tijdverschil tussen de gebogen golven van de boven- en onderkant. Zeer nauwkeurig in hoogte, met dode zones aan het oppervlak.Lees verder: Phased array en TOFD
- TraceerbaarheidEN 1090-2
- Het aantoonbaar kunnen herleiden van elk toegepast materiaal en elke las naar het bijbehorende certificaat, de lasser en de procedure. In hogere uitvoeringsklassen en bij drukapparatuur een harde eis.Lees verder: Materiaalcertificaat 3.1 en 3.2 volgens EN 10204, Weld map en lasregister: traceerbaarheid per las
U
- Uitvoeringsklasse (EXC)EN 1090-2
- Een indeling in vier niveaus, EXC1 tot EXC4, die in EN 1090-2 de strengheid van alle uitvoeringseisen bepaalt: laskwaliteitsniveau, NDO-omvang, toleranties en traceerbaarheid. Bij ontbrekende opgave geldt EXC2.Lees verder: EXC-klassen onder EN 1090-2: van EXC1 tot en met EXC4
V
- Vendor inspectie
- Inspectie bij een leverancier namens de opdrachtgever, om vast te stellen dat wordt geproduceerd volgens de inkoopspecificatie. Omvat documentbeoordeling vooraf, aanwezigheid bij hold points en eindkeuring.Lees verder: Vendor inspectie en expediting bij uw leveranciers, Vendor inspectie bij buitenlandse leveranciers: grip op kwaliteit op afstand
- Verdunning
- De mate waarin basismateriaal zich met het lasmetaal mengt, uitgedrukt in procenten. Bij opgelaste corrosievaste lagen verlaagt verdunning het legeringsgehalte en daarmee de corrosieweerstand van de deklaag.Lees verder: Nikkellegeringen en Inconel lassen, Ongelijksoortige verbindingen: RVS aan koolstofstaal
- VermoeiingEN 1993-1-9, EN 13001
- Scheurgroei onder herhaalde belasting bij spanningen ver onder de vloeigrens. Bij lasverbindingen bepaalt niet de sterkte van het lasmetaal maar de vorm van de lasovergang de levensduur.Lees verder: Vermoeiing van lasverbindingen
- Visueel onderzoek (VT)ISO 17637
- De eerste en verplichte onderzoeksmethode bij elke las: beoordeling met het oog, hulpmiddelen en meetmallen, bij voldoende verlichting. Vindt oppervlaktefouten en vormafwijkingen, maar niets onder het oppervlak.Lees verder: Visueel onderzoek van lassen volgens ISO 17637, Visuele lasinspectie: werkwijze van voorbereiding tot rapport
- VoorwarmenEN 1011-2
- Het opwarmen van het werkstuk voor het lassen om de afkoelsnelheid te verlagen, martensietvorming te beperken en waterstof te laten uitdiffunderen. De temperatuur volgt uit koolstofequivalent, dikte en waterstofgehalte.Lees verder: Voorwarmen bij lassen: wanneer is het nodig
W
- WarmscheurISO 6520-1 nr. 1001
- Een scheur die ontstaat tijdens het stollen van het lasmetaal, wanneer de resterende vloeistof tussen de korrels wordt uitgerekt. Bevorderd door zwavel, fosfor en een ongunstig stollingsinterval.Lees verder: Nikkellegeringen en Inconel lassen
- Warmte beinvloede zone (HAZ)
- De zone in het basismateriaal naast de las die niet is gesmolten maar waarvan de structuur en eigenschappen door de laswarmte zijn veranderd. Vaak de zwakste of hardste plek van de verbinding.Lees verder: Warmte-inbreng berekenen en beheersen, Hardheidsmeting op lasverbindingen
- Warmte-inbrengEN 1011-1
- De hoeveelheid energie per lengte-eenheid las, in kJ/mm, berekend uit spanning, stroom, voortloopsnelheid en de rendementfactor van het proces. Bepalend voor afkoelsnelheid en daarmee voor de eigenschappen.Lees verder: Warmte-inbreng berekenen en beheersen
- Weld map
- Een tekening waarop elke las een uniek nummer krijgt, gekoppeld aan de toe te passen procedure en het vereiste onderzoek. De basis voor het lasregister en voor traceerbaarheid.Lees verder: Weld map en lasregister: traceerbaarheid per las
- WerkstuktemperatuurISO 13916
- De temperatuur van het materiaal op de plaats en het moment van lassen, gemeten met contactthermometer of temperatuurkrijt. Wordt gemeten op een voorgeschreven afstand van de naad, niet op de las zelf.Lees verder: Voorwarmen bij lassen: wanneer is het nodig
- Witness point
- Een punt in het proces waarop een partij wordt uitgenodigd om aanwezig te zijn, maar waar doorgewerkt mag worden als zij niet verschijnt. In tegenstelling tot een hold point.Lees verder: Een ITP opstellen dat in de praktijk werkt
- WolfraaminsluitselISO 6520-1 nr. 3041
- Een deeltje wolfraam dat bij TIG-lassen in het smeltbad terechtkomt doordat de elektrode het bad of het toevoegmateriaal heeft geraakt. Zichtbaar als een heldere vlek op een radiografische opname.Lees verder: TIG-lassen (141) en orbitaal lassen van leidingwerk
- WortelISO 6520-1
- De zijde van de las die het diepst in de verbinding ligt, tegenover de deklaag. De wortel is constructief vaak het meest kritisch en tegelijk het moeilijkst te beoordelen zonder onderzoek.Lees verder: Doorlassing: wanneer vereist en hoe aantonen
- WPQRISO 15614-1
- Welding Procedure Qualification Record: het verslag waarin staat wat er bij de kwalificatie werkelijk is gelast en welke beproevingsresultaten zijn behaald. Het onderbouwt een of meer WPS-en.Lees verder: Wat is het verschil tussen een WPS en een WPQR?, Zo bepaalt u of een bestaande WPQR geldig is voor uw toepassing
- WPSISO 15609-1
- Welding Procedure Specification: het werkdocument voor de lasser met alle vastgelegde variabelen, van materiaal en toevoegmateriaal tot stroom, spanning, positie, voorwarm- en interpasstemperatuur.Lees verder: WPS opstellen en beheren, Wat is het verschil tussen een WPS en een WPQR?
X
- XRF-analyse
- Rontgenfluorescentie: een meting waarbij de elementsamenstelling van een materiaal wordt bepaald uit de karakteristieke straling die het uitzendt. Basis van draagbare PMI, met beperkte gevoeligheid voor lichte elementen.Lees verder: Petrochemie en procesindustrie
Z
- Z-kwaliteitEN 10164
- Staal met gewaarborgde eigenschappen in de dikterichting, aangeduid met Z15, Z25 of Z35. Nodig waar een las trekspanning loodrecht op het plaatoppervlak inleidt, om lamellaire scheuren te voorkomen.Lees verder: Doorlassing: wanneer vereist en hoe aantonen
- Zijdelengte (z)ISO 2553
- De lengte van de rechthoekszijde van de driehoek in de doorsnede van een hoeklas. Bij een gelijkbenige hoeklas is de a-hoogte ongeveer 0,7 maal de zijdelengte; verwisseling van de twee is een veelgemaakte fout.Lees verder: De a-hoogte van een hoeklas berekenen
Heeft u een lastechnische vraag?
Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.