In de lastechniek betekent een verkeerd begrepen woord al snel een afgekeurde las of een discussie met de keuringsinstantie. Dit woordenboek geeft van elk begrip de betekenis zoals die in de norm staat, in gewone taal uitgelegd, met de verwijzing naar de norm waar het vandaan komt.
Staat uw begrip er niet bij, of klopt een definitie in uw situatie net niet? Bel gerust, dan zoeken wij het voor u uit.
De hoogte van de grootste gelijkbenige driehoek die in de doorsnede van een hoeklas past, gemeten vanaf het theoretische worteldieptepunt. De a-hoogte is de rekenmaat voor de sterkte van een hoeklas, niet de zijdelengte z.
Norm: ISO 2553, EN 1993-1-8Zie ook: De a-hoogte van een hoeklas berekenenEen door de overheid aangemelde organisatie die conformiteitsbeoordeling uitvoert onder een Europese richtlijn of verordening, bijvoorbeeld de PED of de bouwproductenverordening bij EN 1090.
Zie ook: Drukapparatuur, CE-markering van staalconstructies onder EN 1090-1De verkleuring die op roestvast staal ontstaat naast en op een las door oxidatie bij verhoogde temperatuur. De kleur loopt van strogeel via blauw naar grijszwart en geeft aan hoe chroomarm de oxidehuid is geworden.
Norm: AWS D18.2, ISO 17781Zie ook: Verkleuring bij RVS-lassenDe overgang van lasmetaal naar basismateriaal aan het oppervlak. Een vloeiende overgang met een ruime straal verlaagt de kerfwerking; een scherpe overgang is bij wisselende belasting de plek waar de scheur begint.
Zie ook: Vermoeiing van lasverbindingenDe vooraf vastgelegde grens waarboven een gemeten waarde of een gevonden indicatie niet meer acceptabel is. Zonder vastgelegd criterium is een inspectieresultaat niet te beoordelen.
Norm: ISO 5817, ISO 11666Zie ook: Een ITP opstellen dat in de praktijk werktDe tijd waarin de las van 800 naar 500 graden Celsius afkoelt. Zij verbindt warmte-inbreng, dikte en voorwarmtemperatuur met de uiteindelijke structuur en is daarmee de sleutelgrootheid in EN 1011-2.
Norm: EN 1011-2Zie ook: Warmte-inbreng berekenen en beheersen, Fijnkorrelstaal lassenDe kubisch vlakgecentreerde fase van ijzer, in koolstofstaal stabiel boven ongeveer 727 graden Celsius en in voldoende gelegeerd roestvast staal ook bij kamertemperatuur. Austeniet is taai, niet-magnetisch en niet hardbaar.
Zie ook: Austenitisch roestvast staal lassenEen gekalibreerde draad- of gatindicator die bij radiografisch onderzoek op het werkstuk wordt gelegd. De zichtbaarheid van een voorgeschreven draad bewijst dat de opname voldoende gevoelig is.
Norm: ISO 19232Zie ook: Beeldkwaliteit bij radiografie, Radiografisch onderzoek (RT) van lasverbindingenHandmatig booglassen met een afsmeltende, beklede elektrode. Proces 111 volgens ISO 4063. Ongevoelig voor wind en daarom geschikt op locatie; vraagt wel droge opslag vanwege waterstof.
Norm: ISO 4063, ISO 2560Zie ook: Waterstofscheuren voorkomenHet gas dat het smeltbad en de boog afschermt van de lucht. Inert bij MIG en TIG (argon, helium), actief bij MAG door toevoeging van kooldioxide of zuurstof, die de boog stabiliseren en de inbranding beinvloeden.
Norm: ISO 14175Zie ook: Beschermgas kiezenEen gebrek aan samensmelting tussen lasmetaal en basismateriaal of tussen twee rupsen onderling. Het is een vlakke fout en daarmee constructief gevaarlijk, en met radiografie vaak moeilijk te vinden.
Norm: ISO 6520-1 nr. 401Zie ook: Lasfouten herkennen, begrijpen en voorkomen, Ultrasoon onderzoek (UT) van lasverbindingenHet afwijken van de boog door magnetische velden in het werkstuk, vaak veroorzaakt door restmagnetisme of een ongunstig geplaatste massaklem. Leidt tot onregelmatige inbranding en bindingsfouten.
Zie ook: Magnetisch onderzoek (MT) van lasverbindingenDe spanning over de boog tijdens het lassen, in volt. Samen met stroom en voortloopsnelheid bepaalt zij de warmte-inbreng. Hogere spanning geeft een bredere, vlakkere rups met minder inbranding.
Zie ook: Warmte-inbreng berekenen en beheersenDe markering waarmee een fabrikant verklaart dat een bouwproduct voldoet aan de geharmoniseerde Europese norm. Voor dragende staalconstructies vereist dat een gecertificeerd FPC-systeem volgens EN 1090-1.
Norm: EN 1090-1Zie ook: CE-markering van staalconstructies onder EN 1090-1Een koolstofequivalent dat de gevoeligheid van staal voor koudscheuren uitdrukt, gebruikt in de voorwarmberekening van EN 1011-2. CET legt meer gewicht op mangaan en molybdeen dan de oudere CEV-formule.
Norm: EN 1011-2Zie ook: Voorwarmen bij lassenHet koolstofequivalent volgens de IIW-formule, gebruikt om de lasbaarheid en het koudscheurrisico van staal in te schatten. Staat op het materiaalcertificaat en is invoer voor de voorwarmberekening.
Norm: EN 1011-2Zie ook: Voorwarmen bij lassen, Materiaalcertificaat 3.1 en 3.2 volgens EN 10204Schriftelijke goedkeuring om een product te gebruiken dat niet volledig aan de specificatie voldoet. Mag alleen door de partij worden verleend die de eis heeft gesteld, en wordt vastgelegd in het dossier.
Zie ook: De NCRCrack Tip Opening Displacement: een breukmechanische beproeving die de kritische opening aan de punt van een scheur meet. Wordt geeist bij offshore, dikwandig werk en lage ontwerptemperaturen.
Norm: BS 7448, ISO 15653Zie ook: Offshore en maritiemCertified Welding Inspector volgens AWS QC1: de Amerikaanse kwalificatie voor lasinspecteurs. In het Europese kader is de tegenhanger de IWI volgens het IIW-stelsel, met niveaus B, S en C.
Norm: AWS QC1, ISO 14731Zie ook: Lasinspecteur-kwalificaties vergelekenDistance Amplitude Correction: een gevoeligheidscurve bij ultrasoon onderzoek die corrigeert voor het feit dat een gelijke fout op grotere diepte een zwakkere echo geeft. Zonder DAC of DGS heeft een echohoogte geen betekenis.
Norm: ISO 17640Zie ook: Ultrasoon onderzoek (UT) van lasverbindingenEen kleine hoeveelheid ferriet in austenitisch lasmetaal, doorgaans 3 tot 10 FN, die warmscheuren tijdens het stollen voorkomt. Te weinig geeft scheurrisico, te veel kost taaiheid en corrosieweerstand.
Norm: ISO 8249, DIN EN 1600Zie ook: Ferrietmeting in roestvast en duplex lasmetaal, Austenitisch roestvast staal lassenEen lasverbinding waarbij het lasmetaal over de volledige materiaaldikte is samengesmolten. Constructief de sterkste verbinding en vereist waar de volle plaatsterkte moet worden overgedragen.
Norm: ISO 5817, EN 1993-1-8Zie ook: DoorlassingLasmetaal dat aan de wortelzijde te ver naar buiten hangt. Bij leidingwerk belemmert het de stroming en bij hygienische toepassingen maakt het de las onreinigbaar.
Norm: ISO 5817 nr. 504Zie ook: Voedingsmiddelen en farmacieRoestvast staal met ongeveer gelijke delen austeniet en ferriet. Combineert hoge sterkte met goede weerstand tegen chloridecorrosie, maar vraagt strikte beheersing van warmte-inbreng om de faseverhouding te bewaren.
Norm: ISO 17781Zie ook: Duplex roestvast staal lassenDe norm voor keuringsdocumenten bij metaalproducten. Type 2.2 is een fabrieksattest, 3.1 een keuringsrapport door de fabrikant en 3.2 een rapport dat mede door een onafhankelijke partij is ondertekend.
Norm: EN 10204Zie ook: Materiaalcertificaat 3.1 en 3.2 volgens EN 10204De Europese norm voor de uitvoering van staal- en aluminiumconstructies. Deel 1 regelt conformiteitsbeoordeling en CE-markering, deel 2 de technische eisen voor staal, deel 3 die voor aluminium.
Norm: EN 1090-1, -2, -3Zie ook: EXC-klassen onder EN 1090-2, EN 1090 ondersteuningEen parameter waarvan wijziging buiten het toegestane bereik de kwalificatie ongeldig maakt, zoals materiaalgroep, proces, dikte, positie of warmtebehandeling. Wijziging vraagt een nieuwe of aanvullende kwalificatie.
Norm: ISO 15614-1, ASME IXZie ook: Essentiele variabelenDe keuring bij de fabrikant waarbij de opdrachtgever vaststelt of het product voldoet voordat het wordt verscheept. Omvat doorgaans documentbeoordeling, maatcontrole, functietest en beoordeling van het eindboek.
Zie ook: FAT en eindcontroleMeetinstrument dat via magnetische inductie het ferrietgehalte in austenitisch of duplex lasmetaal bepaalt, uitgedrukt in FN of in volumeprocent. Moet op een gladde, schone las worden gebruikt.
Norm: ISO 8249, ASTM E562Zie ook: Ferrietmeting in roestvast en duplex lasmetaalHet gas waarmee de wortelzijde van een las wordt gespoeld om oxidatie te voorkomen, meestal argon of een stikstof-waterstofmengsel. Het restzuurstofgehalte wordt gemeten, niet geschat.
Norm: ISO 14175Zie ook: Austenitisch roestvast staal lassen, Voedingsmiddelen en farmacieFabrieksproductiebeheersing: het gedocumenteerde systeem waarmee een fabrikant aantoont dat de productie beheerst verloopt en het product overeenkomt met de specificatie. Voorwaarde voor CE-markering onder EN 1090-1.
Norm: EN 1090-1Zie ook: Fabrieksproductiebeheersing (FPC) onder EN 1090-1De som van de materiaaldiktes die in een verbinding samenkomen, gemeten op een vaste afstand van de naad. Ingangsgegeven voor de voorwarmberekening, omdat zij bepaalt hoe snel warmte wordt afgevoerd.
Norm: EN 1011-2Zie ook: Voorwarmen bij lassenEen buisvormige draad gevuld met poeder, die onder beschermgas wordt verlast. Geeft een hogere neersmeltsnelheid dan massieve draad en een betere positielasbaarheid, met slak die verwijderd moet worden.
Norm: ISO 4063, ISO 17632Een korte las die delen tijdelijk op hun plaats houdt. Hechtlassen worden onder dezelfde procedure gelast als de hoofdlas en moeten worden opgenomen of verwijderd, want zij zijn een veelvoorkomende scheurbron.
Norm: EN 1090-2Zie ook: De lasvolgorde plannenEen las in de hoek tussen twee elkaar snijdende vlakken, met een driehoekige doorsnede. De sterkte wordt bepaald door de a-hoogte; de doorlassing tot in de wortel is doorgaans niet vereist.
Norm: ISO 2553Zie ook: De a-hoogte van een hoeklas berekenenEen punt in het productieproces waar niet verder gewerkt mag worden voordat de aangewezen partij het werk heeft vrijgegeven. Anders dan een witness point, waar wel doorgewerkt mag worden.
Zie ook: Een ITP opstellen dat in de praktijk werkt, Fabricage-inspectieDe temperatuur van het werkstuk vlak voordat de volgende rups wordt gelast. Een maximum beschermt tegen korrelgroei en verlies van eigenschappen, een minimum valt samen met de voorwarmtemperatuur.
Norm: EN 1011-2, ISO 13916Zie ook: Voorwarmen bij lassenDe norm voor lascoordinatie: welke taken en verantwoordelijkheden een lascoordinator heeft en welk kennisniveau daarbij hoort. Vanaf EXC2 in EN 1090-2 is een gekwalificeerde lascoordinator verplicht.
Norm: ISO 14731Zie ook: De lascoördinator volgens ISO 14731, Lascoördinator inhurenDe normenreeks voor lasmethodekwalificatie door een lasprocedurebeproeving. Deel 1 geldt voor staal en nikkel, deel 2 voor aluminium. Legt de proefstukken, de beproeving en het kwalificatiebereik vast.
Norm: ISO 15614-1, -2Zie ook: ISO 15614-1, WPQR-kwalificatietrajectDe normenreeks voor kwaliteitseisen bij smeltlassen, met drie niveaus: uitgebreid (deel 2), standaard (deel 3) en elementair (deel 4). Beschrijft wat een lassend bedrijf moet beheersen, niet hoe een las eruitziet.
Norm: ISO 3834-1 t/m -6Zie ook: ISO 3834 deel 2, 3 en 4De norm die lasprocessen een nummer geeft, zoals 111 voor beklede elektrode, 121 onderpoederdek, 135 MAG met massieve draad, 136 gevulde draad en 141 TIG. Die nummers staan in elke WPS.
Norm: ISO 4063Zie ook: Lasproces 135 (MAG) en de gevulde draden 136 en 138De norm die grenzen stelt aan lasonvolkomenheden in staal, met kwaliteitsniveaus B (streng), C en D (soepel). De keuze van het niveau volgt uit belasting en gevolgen van falen, niet uit gewoonte.
Norm: ISO 5817Zie ook: ISO 5817 kwaliteitsniveaus B, C en DDe norm voor kwalificatie van lassers bij handmatig en halfmechanisch lassen. Toetst de vaardigheid van de persoon, in tegenstelling tot de lasmethodekwalificatie, die de procedure toetst.
Norm: ISO 9606-1 t/m -5Zie ook: Lasserskwalificatie volgens ISO 9606-1De norm voor kwalificatie en certificering van NDO-personeel, met niveau 1 voor uitvoeren onder toezicht, niveau 2 voor beoordelen en rapporteren en niveau 3 voor het opstellen van procedures.
Norm: ISO 9712Zie ook: NDO-personeel volgens ISO 9712Inspectie- en beproevingsplan: het document dat per productiestap vastlegt wat er wordt gecontroleerd, door wie, tegen welke norm, met welk acceptatiecriterium en welk bewijsstuk, inclusief hold en witness points.
Zie ook: Een ITP opstellen dat in de praktijk werktInternational Welding Engineer, Technologist en Specialist: de drie kennisniveaus voor lascoordinatoren volgens het IIW-stelsel. Welk niveau vereist is volgt uit staalsoort, dikte en uitvoeringsklasse.
Norm: ISO 14731Zie ook: De lascoördinator volgens ISO 14731, Lascoördinator inhurenDe energie in joule die een gekerfd proefstaafje opneemt bij breuk in een Charpy-pendelproef. Maat voor de taaiheid bij een bepaalde temperatuur en essentieel bij lage ontwerptemperaturen.
Norm: ISO 148-1Een scheur die uren tot dagen na het lassen ontstaat door de combinatie van waterstof, een harde structuur en trekspanning. Ook wel waterstofscheur of vertraagde scheur genoemd.
Norm: EN 1011-2Zie ook: Waterstofscheuren voorkomenEen verbinding waarbij een plaat haaks tussen twee andere wordt gelast. Belast loodrecht op de walsrichting, en daarmee een klassieke situatie voor lamellaire scheuren en een kritisch vermoeiingsdetail.
Zie ook: Vermoeiing van lasverbindingenHet bereik aan diktes, diameters, materialen, posities en procesvarianten dat door een uitgevoerde kwalificatie wordt gedekt. Buiten dat bereik lassen betekent dat het werk formeel niet gekwalificeerd is.
Norm: ISO 15614-1, ISO 9606-1Zie ook: Kwalificatiebereik voor dikte en diameter onder EN ISO 15614-1, Zo bepaalt u of een bestaande WPQR geldig is voor uw toepassingEen scheur evenwijdig aan het plaatoppervlak, ontstaan doordat krimpspanning loodrecht op de walsrichting trekt aan insluitsellagen in het staal. Wordt voorkomen met Z-kwaliteit staal en aangepaste naadvorm.
Norm: EN 1011-2, EN 10164Zie ook: DoorlassingHet traject waarin met een proefstuk en beproeving wordt aangetoond dat een lasprocedure een verbinding met de vereiste eigenschappen oplevert. Resultaat is een WPQR of PQR.
Norm: ISO 15614, ASME IXZie ook: Wanneer heeft u een WPQR nodig?, WPQR-kwalificatietrajectDe vorm die aan de te verbinden delen wordt gegeven: V, X, U, J of I, met openingshoek, stompe kant en spleet. De keuze bepaalt de hoeveelheid lasmetaal, de krimp en de bereikbaarheid voor de boog.
Norm: ISO 9692-1Zie ook: LasnaadvoorbereidingDegene die een mechanisch of automatisch lasproces instelt en bewaakt zonder de boog met de hand te geleiden. Wordt gekwalificeerd volgens ISO 14732, niet volgens ISO 9606.
Norm: ISO 14732Zie ook: Operatorkwalificatie volgens ISO 14732 voor gemechaniseerd en orbitaal lassen, RobotlassenDe stand waarin gelast wordt, aangeduid volgens ISO 6947: PA vlak, PB horizontaal hoeklas, PC horizontaal, PE boven het hoofd, PF verticaal opgaand en PG verticaal neergaand. De positie is een essentiele variabele.
Norm: ISO 6947Zie ook: Lasserskwalificatie volgens ISO 9606-1Overzicht waarin per las wordt vastgelegd wie hem heeft gemaakt, onder welke procedure, wanneer, met welk materiaal en welk onderzoek erop is uitgevoerd. Onmisbaar voor traceerbaarheid en vrijgave.
Zie ook: Weld map en lasregisterDe genormaliseerde aanduiding op een tekening die lastype, maat, lengte, plaats en eventuele aanvullende eisen weergeeft. De positie ten opzichte van de referentielijn bepaalt aan welke zijde wordt gelast.
Norm: ISO 2553Zie ook: Lassymbolen lezen volgens ISO 2553Metal Active Gas: booglassen met een continu toegevoerde massieve draad onder een actief beschermgas. Proces 135 volgens ISO 4063, het meest gebruikte lasproces in de constructie.
Norm: ISO 4063Zie ook: Lasproces 135 (MAG) en de gevulde draden 136 en 138Een harde, brosse structuur die ontstaat wanneer austeniet te snel afkoelt om in ferriet en perliet om te zetten. In de HAZ van een las is martensiet de directe aanleiding voor koudscheuren.
Zie ook: Hardheidsmeting op lasverbindingen, Waterstofscheuren voorkomenDe indeling van basismaterialen volgens ISO/TR 15608 in groepen met vergelijkbaar lasgedrag, van groep 1 voor gewoon constructiestaal tot groep 8 voor austenitisch roestvast staal en 21 en hoger voor aluminium.
Norm: ISO/TR 15608Zie ook: Zo bepaalt u of een bestaande WPQR geldig is voor uw toepassingHet eindboek van een project: alle documenten die aantonen dat het product volgens specificatie is gemaakt, van materiaalcertificaten en kwalificaties tot NDO-rapporten, warmtebehandelingsgrafieken en afwijkingen.
Zie ook: Het MRB en MDRDe norm voor materialen in zuurgasdienst, ook bekend als ISO 15156. Begrenst de hardheid van las en HAZ, meestal op 250 HV10, om spanningscorrosie door waterstofsulfide te voorkomen.
Norm: ISO 15156Zie ook: Offshore en maritiem, Hardheidsmeting op lasverbindingenEen vastlegging van een afwijking van de specificatie, met beschrijving, oorzaak, voorgestelde afhandeling en goedkeuring daarvan. Afhandeling kan reparatie, herstel, afkeur of acceptatie met concessie zijn.
Zie ook: De NCRHet percentage van de lassen dat met een bepaalde methode wordt onderzocht, vastgelegd per lastype en uitvoeringsklasse. Bij een steekproef moet ook zijn vastgelegd wat er gebeurt als er een fout wordt gevonden.
Norm: EN 1090-2, ISO 17635Zie ook: Welke NDO methode kiest u voor welke lasverbindingOnderzoeksmethoden die de las beoordelen zonder hem te beschadigen: visueel (VT), penetrant (PT), magnetisch (MT), radiografisch (RT) en ultrasoon (UT), elk met een eigen gevoeligheid en beperking.
Norm: ISO 17635Zie ook: Welke NDO methode kiest u voor welke lasverbinding, NDO-begeleidingBooglassen waarbij de boog onder een poederbed brandt, met een zeer hoge neersmeltsnelheid en een rendementfactor van 1,0. Geschikt voor lange, rechte naden in de vlakke positie.
Norm: ISO 4063Zie ook: Onderpoederdek lassen (121)De ASME-indeling van basismaterialen in groepen met vergelijkbare lasbaarheid, vergelijkbaar met de materiaalgroepen van ISO/TR 15608 maar met een andere indeling en andere grenzen.
Norm: ASME IXZie ook: ASME Section IX uitgelegd, ASME IX versus EN ISO 15614-1Het herstellen van de chroomoxidehuid op roestvast staal na beitsen of bewerken, zodat de corrosieweerstand terugkomt. Gebeurt chemisch of door schoon materiaal aan zuurstof bloot te stellen.
Norm: ASTM A967, ISO 16048Zie ook: Verkleuring bij RVS-lassenRichtlijn 2014/68/EU voor drukapparatuur. Deelt apparatuur in categorieën I tot IV in en bepaalt per categorie de keuringsmodule en de mate waarin een aangewezen instantie betrokken is.
Norm: 2014/68/EUZie ook: Lassen onder de PED 2014/68/EU, DrukapparatuurEen lastechniek waarbij korte stukken in tegengestelde richting van de voortgangsrichting worden gelast. Vermindert de netto krimp en daarmee de vervorming van lange naden.
Zie ook: Lasvervorming beperken, De lasvolgorde plannenMeting van de chemische samenstelling van een component om materiaalverwisseling uit te sluiten, meestal met een draagbare XRF-analysator. Moet ook op lasmetaal worden uitgevoerd, niet alleen op basismateriaal.
Zie ook: Petrochemie en procesindustrieGasholten in het lasmetaal, ontstaan door gas dat tijdens het stollen niet kon ontsnappen. Oorzaken zijn vocht, vet, roest, onvoldoende gasbescherming of een lekkende gasleiding.
Norm: ISO 6520-1 nr. 200Zie ook: Lasfouten herkennen, begrijpen en voorkomenDe ASME-benaming voor het verslag van een lasmethodekwalificatie: de werkelijk gebruikte parameters en de beproevingsresultaten. Het Europese equivalent heet WPQR.
Norm: ASME IXZie ook: De PQR (procedure qualification record)De lijst met openstaande punten die bij een keuring of oplevering zijn gevonden, met per punt de verantwoordelijke partij, de afhandeling en de termijn. Categorie A blokkeert oplevering, categorie B niet.
Zie ook: Punchlist afhandelingWarmtebehandeling na het lassen, meestal spanningsarmgloeien, om restspanningen te verlagen, de hardheid in de HAZ te verminderen en waterstof te laten ontsnappen. Cyclus en snelheden moeten worden geregistreerd.
Norm: EN 13445-4, ASME VIIIZie ook: PWHTPreliminary Welding Procedure Specification: de voorlopige lasprocedure waarmee het proefstuk wordt gelast. Slaagt de beproeving, dan wordt hij via de WPQR omgezet in een definitieve WPS.
Norm: ISO 15609, ISO 15614Zie ook: Een pWPS opstellenKwaliteitsplan: het projectdocument dat beschrijft hoe de kwaliteit wordt geborgd, wie waarvoor verantwoordelijk is en welke normen gelden. Het ITP is er doorgaans een bijlage van.
Zie ook: Het QCPEen groef langs de lasteen waar basismateriaal is weggesmolten zonder door lasmetaal te zijn aangevuld. Werkt als kerf en is bij wisselende belasting een startpunt voor vermoeiingsscheuren.
Norm: ISO 6520-1 nr. 5011Zie ook: Lasfouten herkennen, begrijpen en voorkomen, Vermoeiing van lasverbindingenSpanning die in een constructie achterblijft nadat de belasting is weggenomen, ontstaan door ongelijkmatige krimp tijdens het lassen. Zij telt op bij de bedrijfsspanning en bevordert scheurvorming.
Zie ook: Lasvervorming beperken, PWHTEen enkele doorgang van de boog waarbij lasmetaal wordt neergesmolten. Een meerlagenlas bestaat uit wortelrups, vullagen en deklaag, elk met hun eigen parameters en warmte-inbreng.
Zie ook: Warmte-inbreng berekenen en beheersenHet ontstaan van chroomcarbiden op korrelgrenzen in austenitisch roestvast staal tussen ongeveer 450 en 850 graden, waardoor die grenzen chroomarm en corrosiegevoelig worden. Voorkomen door L-kwaliteiten en lage warmte-inbreng.
Zie ook: Austenitisch roestvast staal lassenSlak die tussen rupsen of in de wortel is achtergebleven omdat zij niet volledig is verwijderd voordat de volgende rups werd gelast. Vooral bij beklede elektrode en onderpoederdek.
Norm: ISO 6520-1 nr. 301Zie ook: Lasfouten herkennen, begrijpen en voorkomenDe grens tussen gesmolten lasmetaal en niet-gesmolten basismateriaal. Direct naast de smeltlijn ligt de grofkorrelige zone, waar bij hardheidsmeting de hoogste waarde wordt verwacht.
Norm: ISO 9015-1Zie ook: Hardheidsmeting op lasverbindingenEen warmtebehandeling waarbij de constructie op een temperatuur onder het omzettingspunt wordt gehouden zodat restspanningen relaxeren. Bij staal doorgaans 550 tot 620 graden, met beheerste opwarm- en afkoelsnelheid.
Norm: EN 13445-4Zie ook: PWHTEen las tussen twee in hetzelfde vlak liggende delen, met of zonder naadvoorbereiding. Bij volledige doorlassing draagt de verbinding de volle plaatsterkte over.
Norm: ISO 2553Zie ook: DoorlassingBooglassen met een niet-afsmeltende wolfraamelektrode onder inert gas, met of zonder toevoegmateriaal. Proces 141 volgens ISO 4063, de voorkeursmethode voor wortelrupsen, dunwandig werk en roestvast staal.
Norm: ISO 4063Zie ook: TIG-lassen (141) en orbitaal lassen van leidingwerkTime of Flight Diffraction: een ultrasone techniek die de hoogte van een fout bepaalt uit het tijdverschil tussen de gebogen golven van de boven- en onderkant. Zeer nauwkeurig in hoogte, met dode zones aan het oppervlak.
Norm: ISO 10863Zie ook: Phased array en TOFDHet aantoonbaar kunnen herleiden van elk toegepast materiaal en elke las naar het bijbehorende certificaat, de lasser en de procedure. In hogere uitvoeringsklassen en bij drukapparatuur een harde eis.
Norm: EN 1090-2Zie ook: Materiaalcertificaat 3.1 en 3.2 volgens EN 10204, Weld map en lasregisterEen indeling in vier niveaus, EXC1 tot EXC4, die in EN 1090-2 de strengheid van alle uitvoeringseisen bepaalt: laskwaliteitsniveau, NDO-omvang, toleranties en traceerbaarheid. Bij ontbrekende opgave geldt EXC2.
Norm: EN 1090-2Zie ook: EXC-klassen onder EN 1090-2Inspectie bij een leverancier namens de opdrachtgever, om vast te stellen dat wordt geproduceerd volgens de inkoopspecificatie. Omvat documentbeoordeling vooraf, aanwezigheid bij hold points en eindkeuring.
Zie ook: Vendor inspectie, Vendor inspectie bij buitenlandse leveranciersDe mate waarin basismateriaal zich met het lasmetaal mengt, uitgedrukt in procenten. Bij opgelaste corrosievaste lagen verlaagt verdunning het legeringsgehalte en daarmee de corrosieweerstand van de deklaag.
Zie ook: Nikkellegeringen en Inconel lassen, Ongelijksoortige verbindingenScheurgroei onder herhaalde belasting bij spanningen ver onder de vloeigrens. Bij lasverbindingen bepaalt niet de sterkte van het lasmetaal maar de vorm van de lasovergang de levensduur.
Norm: EN 1993-1-9, EN 13001Zie ook: Vermoeiing van lasverbindingenDe eerste en verplichte onderzoeksmethode bij elke las: beoordeling met het oog, hulpmiddelen en meetmallen, bij voldoende verlichting. Vindt oppervlaktefouten en vormafwijkingen, maar niets onder het oppervlak.
Norm: ISO 17637Zie ook: Visueel onderzoek van lassen volgens ISO 17637, Visuele lasinspectieHet opwarmen van het werkstuk voor het lassen om de afkoelsnelheid te verlagen, martensietvorming te beperken en waterstof te laten uitdiffunderen. De temperatuur volgt uit koolstofequivalent, dikte en waterstofgehalte.
Norm: EN 1011-2Zie ook: Voorwarmen bij lassenEen scheur die ontstaat tijdens het stollen van het lasmetaal, wanneer de resterende vloeistof tussen de korrels wordt uitgerekt. Bevorderd door zwavel, fosfor en een ongunstig stollingsinterval.
Norm: ISO 6520-1 nr. 1001Zie ook: Nikkellegeringen en Inconel lassenDe zone in het basismateriaal naast de las die niet is gesmolten maar waarvan de structuur en eigenschappen door de laswarmte zijn veranderd. Vaak de zwakste of hardste plek van de verbinding.
Zie ook: Warmte-inbreng berekenen en beheersen, Hardheidsmeting op lasverbindingenDe hoeveelheid energie per lengte-eenheid las, in kJ/mm, berekend uit spanning, stroom, voortloopsnelheid en de rendementfactor van het proces. Bepalend voor afkoelsnelheid en daarmee voor de eigenschappen.
Norm: EN 1011-1Zie ook: Warmte-inbreng berekenen en beheersenEen tekening waarop elke las een uniek nummer krijgt, gekoppeld aan de toe te passen procedure en het vereiste onderzoek. De basis voor het lasregister en voor traceerbaarheid.
Zie ook: Weld map en lasregisterDe temperatuur van het materiaal op de plaats en het moment van lassen, gemeten met contactthermometer of temperatuurkrijt. Wordt gemeten op een voorgeschreven afstand van de naad, niet op de las zelf.
Norm: ISO 13916Zie ook: Voorwarmen bij lassenEen punt in het proces waarop een partij wordt uitgenodigd om aanwezig te zijn, maar waar doorgewerkt mag worden als zij niet verschijnt. In tegenstelling tot een hold point.
Zie ook: Een ITP opstellen dat in de praktijk werktEen deeltje wolfraam dat bij TIG-lassen in het smeltbad terechtkomt doordat de elektrode het bad of het toevoegmateriaal heeft geraakt. Zichtbaar als een heldere vlek op een radiografische opname.
Norm: ISO 6520-1 nr. 3041Zie ook: TIG-lassen (141) en orbitaal lassen van leidingwerkDe zijde van de las die het diepst in de verbinding ligt, tegenover de deklaag. De wortel is constructief vaak het meest kritisch en tegelijk het moeilijkst te beoordelen zonder onderzoek.
Norm: ISO 6520-1Zie ook: DoorlassingWelding Procedure Qualification Record: het verslag waarin staat wat er bij de kwalificatie werkelijk is gelast en welke beproevingsresultaten zijn behaald. Het onderbouwt een of meer WPS-en.
Norm: ISO 15614-1Zie ook: Wat is het verschil tussen een WPS en een WPQR?, Zo bepaalt u of een bestaande WPQR geldig is voor uw toepassingWelding Procedure Specification: het werkdocument voor de lasser met alle vastgelegde variabelen, van materiaal en toevoegmateriaal tot stroom, spanning, positie, voorwarm- en interpasstemperatuur.
Norm: ISO 15609-1Zie ook: WPS opstellen en beheren, Wat is het verschil tussen een WPS en een WPQR?Rontgenfluorescentie: een meting waarbij de elementsamenstelling van een materiaal wordt bepaald uit de karakteristieke straling die het uitzendt. Basis van draagbare PMI, met beperkte gevoeligheid voor lichte elementen.
Zie ook: Petrochemie en procesindustrieStaal met gewaarborgde eigenschappen in de dikterichting, aangeduid met Z15, Z25 of Z35. Nodig waar een las trekspanning loodrecht op het plaatoppervlak inleidt, om lamellaire scheuren te voorkomen.
Norm: EN 10164Zie ook: DoorlassingDe lengte van de rechthoekszijde van de driehoek in de doorsnede van een hoeklas. Bij een gelijkbenige hoeklas is de a-hoogte ongeveer 0,7 maal de zijdelengte; verwisseling van de twee is een veelgemaakte fout.
Norm: ISO 2553Zie ook: De a-hoogte van een hoeklas berekenenGeen begrip gevonden.
In een paar klikken een vrijblijvende offerte op maat. U krijgt antwoord van een lascoördinator.
Onafhankelijk beoordeeld, aantoonbaar vastgelegd
Stel hem gewoon. U krijgt persoonlijk antwoord van een lascoördinator die het werk zelf heeft gedaan, niet van een verkoper.
Stuur uw aanvraag Bellen 06 29 72 37 91