
ISO 3834 deel 2, 3 en 4: welk deel past bij uw bedrijf
ISO 3834 stelt kwaliteitseisen aan het smeltlassen van metalen. De norm erkent dat laskwaliteit niet achteraf volledig te controleren is: een las kan er goed uitzien en toch inwendige onvolkomenheden bevatten. Daarom stuurt ISO 3834 op beheersing van het hele proces, van contractbeoordeling en werkvoorbereiding tot uitvoering, onderzoek en registratie.
De norm kent drie certificeerbare niveaus: deel 2 met uitgebreide kwaliteitseisen, deel 3 met standaard kwaliteitseisen en deel 4 met elementaire kwaliteitseisen. Deel 1 helpt bij het kiezen van het juiste niveau en deel 5 somt de documenten op waaraan voldaan moet worden. Dit artikel legt uit wat elk deel vraagt, welk deel bij welk type bedrijf past en hoe de norm samenhangt met EN 1090 en met eisen van uw klanten.
Waarom ISO 3834 bestaat: lassen als speciaal proces
Lassen geldt als een speciaal proces: het eindresultaat is niet volledig door inspectie van het product te verifiëren. Röntgen- of ultrasoon onderzoek vindt veel onvolkomenheden, maar eigenschappen als taaiheid, hardheid en de kwaliteit van de warmte-beïnvloede zone zijn aan het gerede product niet meer te meten. Kwaliteit moet dus in het proces worden ingebouwd. ISO 3834 vertaalt dat naar concrete elementen: gekwalificeerde lasmethoden, gekwalificeerd personeel, geschikt en onderhouden materieel, beheer van lastoevoegmaterialen, en aantoonbare controle voor, tijdens en na het lassen.
Deel 2: uitgebreide kwaliteitseisen
ISO 3834-2 is het zwaarste niveau en dekt alle kwaliteitselementen volledig af. Het vraagt onder meer:
- Volledige contract- en ontwerpbeoordeling, inclusief beoordeling van lasbaarheid.
- Gekwalificeerde lasmethodebeschrijvingen volgens onder meer EN ISO 15614-1 en lassers volgens ISO 9606-1.
- Lascoördinatie volgens ISO 14731 met vastgelegde taken en verantwoordelijkheden.
- Beheer van moedermateriaal en toevoegmateriaal, inclusief opslag en identificatie.
- Warmtebehandeling na het lassen waar vereist, met registratie.
- Volledige kwaliteitsregistraties en waar geëist traceerbaarheid.
Deel 2 past bij bedrijven die werken aan constructies met hoge veiligheidseisen: EXC3- en EXC4-werk, drukapparatuur, spoor, offshore en petrochemie.
Deel 3: standaard kwaliteitseisen
ISO 3834-3 bevat dezelfde soort elementen als deel 2, maar met een beperktere diepgang. Lascoördinatie, gekwalificeerde methoden en gekwalificeerd personeel blijven vereist, maar de eisen aan bijvoorbeeld documentatie, traceerbaarheid en de beoordeling van onderaannemers zijn lichter. Deel 3 is het logische niveau voor de gemiddelde constructiewerkplaats die EXC2-werk levert: hallenbouw, trappen, bordessen en algemene staalbouw. Voor veel bedrijven is dit de meest kosteneffectieve keuze: voldoende borging voor de klant, zonder de volledige administratieve diepgang van deel 2.
Deel 4: elementaire kwaliteitseisen
ISO 3834-4 beperkt zich tot de basis: het werk moet worden uitgevoerd volgens de contracteisen, met geschikt materieel en met personeel dat het werk aantoonbaar beheerst. Er is geen eis voor gekwalificeerde lasmethodebeschrijvingen en de registratieverplichtingen zijn minimaal. Dit niveau past bij eenvoudig laswerk zonder constructieve veiligheidsfunctie, vergelijkbaar met EXC1. Let op: veel opdrachtgevers en de meeste certificatie-instellingen beschouwen deel 4 als te licht om zelfstandig vertrouwen te geven. In de praktijk certificeren Nederlandse bedrijven vrijwel altijd op deel 2 of deel 3.
De relatie met EN 1090
EN 1090-2 koppelt de uitvoeringsklasse aan een ISO 3834-niveau: EXC1 correspondeert met deel 4, EXC2 met deel 3 en EXC3 en EXC4 met deel 2. Wie een FPC-certificaat onder EN 1090-1 wil voor een bepaalde klasse, moet de lasgerelateerde eisen van het bijbehorende ISO 3834-deel aantoonbaar invullen. Een apart ISO 3834-certificaat is daarvoor niet verplicht, maar maakt de beoordeling door de notified body eenvoudiger en is voor klanten buiten de bouw, bijvoorbeeld in de machinebouw, vaak zelfstandig gevraagd bewijs. Welke klasse voor uw werk geldt, leest u in ons artikel over de EXC-klassen onder EN 1090-2.
Klanteisen en andere normen
ISO 3834 duikt ook buiten EN 1090 op. Drukapparatuurfabrikanten gebruiken de norm als ruggengraat voor de lasgerelateerde eisen van de PED. Spoortoepassingen kennen EN 15085, die op ISO 3834 leunt. En steeds meer inkopers van gelaste producten eisen contractueel een ISO 3834-certificaat, ook zonder wettelijke plicht, omdat het aantoont dat het lasproces beheerst is. ISO 3834 is bovendien complementair aan ISO 9001: waar ISO 9001 het managementsysteem regelt, regelt ISO 3834 specifiek de technische beheersing van het lasproces. Beide systemen kunnen zonder dubbeling in elkaar geschoven worden.
Het juiste deel kiezen en invoeren
De keuze volgt uit uw producten en uw markt: welke uitvoeringsklassen of productcategorieën levert u, wat eisen uw klanten en welke normen gelden in uw sector. Kies niet automatisch het zwaarste deel: certificeren op deel 2 terwijl uw werk deel 3 vraagt, kost blijvend geld aan administratie zonder aantoonbare meerwaarde. Bij de invoering zijn de lascoördinatie volgens ISO 14731 en het kwalificeren van methoden en lassers meestal de grootste stappen. Onafhankelijke ISO 3834-ondersteuning helpt om het systeem passend en werkbaar op te zetten, zonder onnodige ballast.
Veelgestelde vragen
Nee, ISO 3834 zelf kent geen wettelijke certificatieplicht. De norm wordt wel via andere kaders afgedwongen: EN 1090-2 eist per uitvoeringsklasse het bijbehorende ISO 3834-niveau en veel opdrachtgevers eisen het certificaat contractueel. Een certificaat maakt het aantonen van naleving aanzienlijk eenvoudiger.
Beide delen vragen gekwalificeerde methoden, gekwalificeerde lassers en lascoördinatie. Deel 2 gaat verder in de diepte: volledige ontwerp- en contractbeoordeling, strenger beheer van materialen en onderaannemers, warmtebehandeling waar nodig en uitgebreidere registraties en traceerbaarheid. Deel 3 volstaat voor de meeste EXC2-werkplaatsen.
Nee. ISO 9001 regelt het algemene kwaliteitsmanagementsysteem, maar stelt geen specifieke technische eisen aan het lasproces. ISO 3834 doet dat wel: kwalificaties, lascoördinatie, materiaalbeheer en lasgerelateerde registraties. De normen vullen elkaar aan en worden vaak gecombineerd ingevoerd.
EN 1090-2 legt de koppeling: EXC1 vraagt deel 4, EXC2 vraagt deel 3 en EXC3 en EXC4 vragen deel 2. Wie hogere klassen wil kunnen leveren, kiest dus voor deel 2 of richt het systeem daar in elk geval op in.
Heeft u een lastechnische vraag?
Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

