Wie staalconstructies fabriceert of inkoopt, komt onvermijdelijk de EXC-klassen uit EN 1090-2 tegen. De uitvoeringsklasse, voluit execution class, bepaalt hoe streng de eisen zijn aan het lassen, de kwalificaties van personeel, de lascoördinatie, het niveau van onderzoek en de documentatie. Van EXC1 voor eenvoudige constructies tot EXC4 voor constructies waarbij falen extreme gevolgen heeft.
In de praktijk zien wij dat de klasse regelmatig verkeerd wordt vastgesteld, of helemaal niet wordt vastgelegd in de contractdocumenten. Dat leidt tot discussies bij oplevering, onnodige kosten of juist een constructie die niet aan de eisen voldoet. Dit artikel legt uit hoe de klasse wordt bepaald en wat elke klasse concreet betekent voor uw werkplaats en uw papierwerk.

De uitvoeringsklasse volgt uit de risicobeoordeling van de constructie. Daarbij spelen drie factoren een rol:
Sinds de 2018-versie van EN 1090-2 ligt de keuze van de uitvoeringsklasse formeel bij de constructeur of de opdrachtgever, via de constructieve specificatie. De nationale bijlage bij Eurocode 3 geeft daarbij richting. Is er niets vastgelegd, dan geldt EXC2 als standaard. Leg de klasse dus altijd expliciet vast in de specificatie en het contract, zodat er achteraf geen discussie ontstaat.
EXC1 geldt voor eenvoudige constructies waarbij bezwijken beperkte gevolgen heeft, bijvoorbeeld een lichte overkapping of een hekwerk. De eisen zijn beperkt: lasmethodekwalificaties zijn niet verplicht en het kwaliteitsniveau voor lasonvolkomenheden is D volgens ISO 5817.
EXC2 is de standaardklasse voor het gros van de utiliteitsbouw: hallen, bordessen, trappen en gangbare gebouwconstructies. Hier zijn gekwalificeerde lasmethoden volgens EN ISO 15614-1 en gekwalificeerde lassers volgens ISO 9606-1 verplicht, is een lascoördinator vereist en geldt kwaliteitsniveau C als uitgangspunt. Ook kwaliteitsborging volgens ten minste ISO 3834-3 hoort bij deze klasse.
EXC3 geldt voor constructies met grotere gevolgen bij falen of met vermoeiingsbelasting: bruggen, kraanbanen, zwaar belaste industriebouw en veel infrastructurele werken. Het kwaliteitsniveau gaat naar B, de omvang van het aanvullend niet-destructief onderzoek neemt toe, traceerbaarheid van materiaal wordt strenger en er geldt ISO 3834-2 als eis voor het kwaliteitssysteem.
EXC4 is gereserveerd voor constructies waarbij bezwijken extreme gevolgen heeft, zoals bepaalde bruggen of constructies in veiligheidskritische omgevingen. De eisen zijn gelijk aan EXC3, aangevuld met projectspecifieke eisen uit de constructieve specificatie, bijvoorbeeld kwaliteitsniveau B met aanvullende eisen en volledige traceerbaarheid per onderdeel.
De uitvoeringsklasse werkt direct door in de laswerkplaats:
Vanaf EXC2 eist EN 1090-2 een lascoördinator met taken en verantwoordelijkheden volgens ISO 14731. Het vereiste kennisniveau hangt af van de klasse, de staalsoort en de materiaaldikte. Voor EXC2 volstaat in veel gevallen een coördinator met basiskennis of specifieke kennis, voor EXC3 en EXC4 is vrijwel altijd uitgebreide technische kennis vereist, in de praktijk vaak ingevuld door een IWE of IWT. De tabellen in EN 1090-2 koppelen staalgroep, dikte en klasse aan het vereiste niveau. Hoe dat werkt en wanneer u de rol intern of extern invult, leest u in ons artikel over de lascoördinator volgens ISO 14731.
Elke klasse kent zijn eigen documentatie-eisen. Bij EXC2 horen onder meer WPS-en en kwalificatierecords, lasserscertificaten, materiaalcertificaten en NDO-rapporten. Vanaf EXC3 komen daar een strengere materiaaltraceerbaarheid, geregistreerde toewijzing van lassen aan lassers en uitgebreidere keurings- en testplannen bij. Een kwaliteitsdossier dat pas bij oplevering wordt samengesteld, loopt vrijwel altijd tegen gaten aan. Richt de registratie daarom vanaf de werkvoorbereiding in, als onderdeel van uw systeem volgens ISO 3834.
Drie situaties komen wij geregeld tegen. Ten eerste: de klasse staat nergens vastgelegd, waardoor fabrikant en opdrachtgever elk van een andere klasse uitgaan. Ten tweede: er wordt standaard EXC3 geëist terwijl EXC2 constructief volstaat, met onnodige kosten voor kwalificaties en onderzoek als gevolg. Ten derde: de werkplaats is gecertificeerd voor EXC2 maar neemt een EXC3-opdracht aan zonder het systeem, de coördinatie en het onderzoeksregime daarop aan te passen. Twijfelt u over de juiste klasse of over wat een klasse voor uw bedrijf betekent, dan helpt gerichte EN 1090-ondersteuning om dit vooraf scherp te krijgen.
In een paar klikken een vrijblijvende offerte op maat. U krijgt antwoord van een lascoördinator.
Onafhankelijk beoordeeld, aantoonbaar vastgelegd
De vragen die het vaakst gesteld worden.
Als de constructieve specificatie geen uitvoeringsklasse vermeldt, geldt volgens EN 1090-2 standaard EXC2. Vertrouw daar niet blind op: leg de klasse altijd expliciet vast in de specificatie en het contract, zodat eisen aan lassen, onderzoek en documentatie vooraf duidelijk zijn.
Nee. Het FPC-certificaat onder EN 1090-1 vermeldt de maximale uitvoeringsklasse. Voor EXC3-werk moet het certificaat EXC3 dekken, met bijbehorende eisen aan het kwaliteitssysteem volgens ISO 3834-2, de lascoördinatie en het niet-destructief onderzoek.
De uitvoeringsklasse wordt vastgelegd in de constructieve specificatie en is daarmee de verantwoordelijkheid van de constructeur of de opdrachtgever. De fabrikant moet controleren of de opgegeven klasse binnen zijn certificering valt en of hij aan alle bijbehorende eisen kan voldoen.
Ja. Honderd procent visueel onderzoek geldt voor alle klassen, maar het percentage aanvullend niet-destructief onderzoek stijgt met de klasse en hangt af van het verbindingstype en de belasting. Ook het acceptatieniveau volgens ISO 5817 wordt strenger: van D bij EXC1 tot B met aanvullende eisen bij EXC4.
Stel hem gewoon. U krijgt persoonlijk antwoord van een lascoördinator die het werk zelf heeft gedaan, niet van een verkoper.
Stuur uw aanvraag Bellen 06 29 72 37 91