Zodra de lastoorts niet meer met de hand wordt geleid, verandert de kwalificatie van het personeel. Wie een lasrobot, een lasrups, een onderpoederlasinstallatie of een orbitale laskop bedient, is geen lasser in de zin van ISO 9606-1, maar een operator. Voor die groep geldt operatorkwalificatie volgens ISO 14732, de norm voor de kwalificatie van operators en instellers bij gemechaniseerd en geautomatiseerd lassen van metalen.
In dit artikel leest u wanneer ISO 14732 van toepassing is, op welke manieren een operator gekwalificeerd kan worden, wat binnen het geldigheidsgebied valt en hoe lang de kwalificatie geldig blijft. EN 1090-2 schrijft voor operators uitdrukkelijk ISO 14732 voor, en ook onder ISO 3834 moet het lassend personeel aantoonbaar gekwalificeerd zijn. Voor staalbouwers en fabrikanten van drukapparatuur is dit dus geen theorie.

Het onderscheid zit in wie de lasbeweging en de parameters beheerst. Bij handlassen, ook bij half-automatisch MAG-lassen met draadaanvoer, leidt de lasser de toorts met de hand. Dan geldt ISO 9606-1. Bij gemechaniseerd lassen voert de installatie de toortsbeweging en de parameters uit, maar kan de operator tijdens het lassen bijsturen. Bij geautomatiseerd lassen verloopt het lasproces zonder handmatige tussenkomst tijdens het lassen.
Voorbeelden van werk dat onder ISO 14732 valt:
Wie in dezelfde productie handmatig hecht of repareert, heeft daarvoor doorgaans wel een lasserskwalificatie nodig. Zie ons artikel over lasserskwalificatie volgens ISO 9606-1.
ISO 14732 kent twee rollen. De operator bedient de installatie tijdens het lassen. De insteller, in het Engels weld setter, richt de installatie in: programmeert de robot, stelt de parameters in en controleert de opstelling voordat de productie start. In veel bedrijven vervult één persoon beide rollen, maar dat is geen vereiste. Beide rollen kunnen volgens ISO 14732 worden gekwalificeerd.
Die scheiding is praktisch relevant. Een ervaren insteller kan een programma opzetten dat een minder ervaren operator vervolgens betrouwbaar uitvoert. De kwalificatie laat zien dat ieder zijn eigen deel van het proces beheerst, en maakt voor een auditor inzichtelijk wie waarvoor verantwoordelijk is.
ISO 14732 biedt meerdere routes, zodat de kwalificatie aansluit bij de manier waarop u produceert:
Onderdeel van de kwalificatie is ook de functionele kennis van de installatie: het instellen en controleren van parameters, de werking van naadvolging en booglengteregeling, en het herkennen van afwijkingen tijdens het lassen. Voor serieproductie is de productieproef vaak de meest efficiënte route. Er gaat geen extra materiaal verloren en de omstandigheden zijn per definitie representatief.
Het geldigheidsgebied van een operator is anders opgebouwd dan dat van een handlasser. Materiaal, dikte en diameter wegen minder zwaar, omdat de installatie de uitvoering grotendeels vastlegt. De nadruk ligt op het lasproces en de besturingsfuncties van de installatie. Een nieuwe kwalificatie is onder meer nodig bij een wijziging van:
Controleer daarnaast de eisen van uw applicatienorm en uw klant. Bij orbitaallassen van dunwandige rvs-buis vragen klanten bijvoorbeeld vaak aanvullende productieproeven per diameterreeks, ook als de norm dat niet voorschrijft. De lasmethode zelf moet uiteraard ook gekwalificeerd zijn; operatorkwalificatie vervangt geen WPQR-kwalificatie.
Een operatorkwalificatie gaat in op de datum waarop het proefstuk is gelast. Net als bij ISO 9606-1 moet de lascoördinator of een verantwoordelijke persoon van de werkgever elke zes maanden bevestigen dat de operator binnen het geldigheidsgebied heeft gewerkt. Heeft de operator langer dan zes maanden niet met het betreffende proces gewerkt, dan vervalt de kwalificatie. Dat geldt ook als er een gegronde reden is om aan zijn vaardigheid te twijfelen.
Voor verlenging kent ISO 14732 routes die vergelijkbaar zijn met die van ISO 9606-1: een herhalingsproef, periodieke verificatie aan de hand van beproefde productielassen, of doorlopende geldigheid wanneer het bedrijf onder een kwaliteitssysteem werkt en regelmatig beproevingsresultaten vastlegt. Welke route voor u het meest praktisch is, hangt af van uw productievolume en de inspectiegegevens die u al verzamelt.
DEHAAS helpt bij het kiezen van de kwalificatieroute, het opzetten van de proef en het bijhouden van de geldigheid. Bij een nieuwe gemechaniseerde toepassing kijken wij ook of de bestaande lasmethodekwalificaties de gemechaniseerde uitvoering dekken.
In een paar klikken een vrijblijvende offerte op maat. U krijgt antwoord van een lascoördinator.
Onafhankelijk beoordeeld, aantoonbaar vastgelegd
De vragen die het vaakst gesteld worden.
Een operator. Wie een lasrobot bedient of instelt, valt onder ISO 14732. Hecht of repareert dezelfde persoon met de hand, dan is daarvoor een lasserskwalificatie volgens ISO 9606-1 nodig.
Ja. Bij orbitaallassen voert de laskop de beweging uit volgens vooraf ingestelde parameters, dus is het gemechaniseerd of geautomatiseerd lassen. De bediener wordt gekwalificeerd als operator.
Ja, een geslaagde lasmethodekwalificatie is een van de erkende routes in ISO 14732. Leg dit wel vast in een apart kwalificatiecertificaat op naam van de operator.
Dat hangt af van de gekozen verlengingsroute. Met een consequente halfjaarlijkse bevestiging en regelmatig beproefde productielassen kan een nieuwe proef vaak worden voorkomen. Zonder die gegevens is periodiek hertesten nodig.
Stel hem gewoon. U krijgt persoonlijk antwoord van een lascoördinator die het werk zelf heeft gedaan, niet van een verkoper.
Stuur uw aanvraag Bellen 06 29 72 37 91