Elke lasmethodekwalificatie begint met een pWPS, de voorlopige lasmethodebeschrijving. Dit document legt vast hoe het proefstuk gelast gaat worden: met welk proces, welk toevoegmateriaal en welke parameters. De kwaliteit van de pWPS bepaalt in hoge mate het succes van de beproeving. Een doordachte pWPS leidt tot een WPQR met een breed en bruikbaar geldigheidsgebied; een slordige pWPS leidt tot afkeur, herhalingsproeven en onnodige kosten.
In dit artikel behandelen wij welke lasvariabelen in een pWPS thuishoren, waar u betrouwbare waarden vandaan haalt en welke fouten wij in de praktijk het vaakst tegenkomen. De opbouw volgt EN ISO 15609-1, de norm die de inhoud van lasmethodebeschrijvingen voor booglassen voorschrijft. Hoe de pWPS zich verhoudt tot de WPQR en de definitieve WPS leest u in ons artikel over het verschil tussen een WPS en een WPQR.

EN ISO 15609-1 schrijft voor welke technische inhoud een lasmethodebeschrijving minimaal bevat. Voor een pWPS betekent dat onder meer:
Werk terug vanaf het doel. Bepaal eerst welke productielassen de toekomstige WPQR moet dekken: welke materialen, welke diktes, welke verbindingstypen en welke posities. Kies daarna het proefstuk en de parameters zo dat het geldigheidsgebied van de kwalificatie die productie volledig omvat. Wie deze stap overslaat, kwalificeert vaak precies naast het werk: de proef slaagt, maar de dekking schiet tekort.
Concreet: moet u 6 tot 15 millimeter kunnen lassen, kies dan geen proefstuk van 6 millimeter, want dat dekt maar tot 12. Denk ook aan de neerlegdikte per proces bij gecombineerde processen en aan de positiekeuze wanneer er kerfslag- of hardheidseisen gelden. De regels hiervoor staan in EN ISO 15614-1; een toelichting vindt u in ons artikel over het kwalificatiebereik voor dikte en diameter.
De datasheet van het toevoegmateriaal is de belangrijkste bron voor de elektrische instellingen. Fabrikanten geven per draaddiameter en per positie bruikbare bereiken voor stroomsterkte, spanning en draadaanvoersnelheid, plus het aanbevolen beschermgas en de te verwachten mechanische eigenschappen van het zuivere lasmetaal. Ook de ompoling, de stick-out en eventuele droogvoorschriften voor beklede elektroden staan erin.
Gebruik die bereiken als vertrekpunt en versmal ze in de pWPS tot realistische doelwaarden per laag. Kies een toevoegmateriaal waarvan de gegarandeerde eigenschappen passen bij de eisen aan de verbinding, bijvoorbeeld de kerfslagwaarde bij lage temperatuur. Een veelgemaakte fout is een toevoegmateriaal kiezen dat in de winkel lag, in plaats van een dat de vereiste eigenschappen aantoonbaar haalt.
Bestaande WPQR's, ook die net niet dekken, zijn een goudmijn aan beproefde parameters. Neem de geregistreerde waarden van eerdere proeven als basis en pas ze beredeneerd aan op de nieuwe situatie. Ook de ervaring van uw beste lassers telt: zij weten welke instellingen in de praktijk een stabiel lasbad geven op het betreffende materiaal.
Twijfelt u over de haalbaarheid, las dan eerst een informele werkproef voordat de examinerende instantie op de stoep staat. Een proefplaat van hetzelfde materiaal met dezelfde naadvorm kost weinig en voorkomt dat u tijdens de officiële beproeving voor verrassingen komt te staan, zoals bindingsfouten in een te nauwe naad of een te hoge hardheid door te snelle afkoeling. De pWPS stelt u daarna bij op basis van wat de werkproef leerde.
Deze fouten zien wij in de praktijk het vaakst terugkomen:
Is de pWPS gereed, dan volgt de afstemming met de examinerende instantie. Die beoordeelt het document vooraf en woont de beproeving bij. Tijdens het lassen van het proefstuk worden de werkelijk gebruikte parameters per laag geregistreerd; die geregistreerde waarden, niet de pWPS-vensters, vormen straks de basis van de WPQR en het geldigheidsgebied.
Zorg daarom dat de lasser tijdens de proef binnen de pWPS blijft en dat iemand de registratie bewaakt, bijvoorbeeld de lascoördinator. Na goedkeuring van alle onderzoeken schrijft u op basis van de WPQR de definitieve WPS'en voor productie. DEHAAS begeleidt dit hele traject: van het bepalen van het benodigde geldigheidsgebied en het opstellen van de pWPS en WPS'en tot de afstemming met de examinerende instantie en de eindcontrole van het dossier.
In een paar klikken een vrijblijvende offerte op maat. U krijgt antwoord van een lascoördinator.
Onafhankelijk beoordeeld, aantoonbaar vastgelegd
De vragen die het vaakst gesteld worden.
De inhoud is voorgeschreven in EN ISO 15609-1, de vorm niet. De bijlage van die norm bevat een voorbeeldformat dat veel bedrijven gebruiken. Elk format is toegestaan zolang alle relevante variabelen erin staan.
De norm stelt geen persoonseis aan de opsteller. In de praktijk stelt de lasingenieur of lascoördinator met taken volgens ISO 14731 het document op, omdat kennis van de kwalificatieregels bepalend is voor het resultaat.
Kleine bijstellingen binnen de opgegeven vensters zijn normaal; de werkelijk gebruikte waarden worden geregistreerd en bepalen de WPQR. Grote afwijkingen maken de pWPS ongeloofwaardig en kunnen de examinator doen besluiten de proef te stoppen.
Met de juiste gegevens bij de hand enkele uren per methode, inclusief het bepalen van het gewenste geldigheidsgebied. De tijdwinst zit in de voorbereiding: een goede pWPS voorkomt herhalingsproeven die al snel weken doorlooptijd kosten.
Stel hem gewoon. U krijgt persoonlijk antwoord van een lascoördinator die het werk zelf heeft gedaan, niet van een verkoper.
Stuur uw aanvraag Bellen 06 29 72 37 91