Normen & regelgeving·17 juni 2026·3 min lezen

ISO 15614-1: de lasprocedurebeproeving uitgelegd

ISO 15614-1: de lasprocedurebeproeving uitgelegd

EN ISO 15614-1 is de norm waarmee in Europa vrijwel alle lasmethoden voor staal en nikkel worden gekwalificeerd. Zij beschrijft hoe het proefstuk eruitziet, welke beproevingen erop worden uitgevoerd en welk bereik daaruit volgt.

Dit artikel loopt het traject van pWPS tot goedgekeurde WPQR langs, met aandacht voor de twee niveaus die sinds de herziening van 2017 bestaan.

Van pWPS naar proefstuk

Het traject begint met een voorlopige lasprocedure, de pWPS, waarin de beoogde parameters staan. Daarmee wordt een proefstuk gelast, doorgaans een plaat of een buis met de afmetingen uit de norm, in de positie die het bereik moet dekken.

Tijdens het lassen worden de werkelijke parameters vastgelegd: stroom, spanning, snelheid, voorwarm- en interpasstemperatuur. Die werkelijke waarden komen in de WPQR, niet de bedoelde waarden uit de pWPS. Zie een pWPS opstellen.

Het beproevingsprogramma

Een stompe las in plaat wordt standaard onderworpen aan visueel onderzoek, radiografisch of ultrasoon onderzoek, penetrant- of magnetisch onderzoek, twee trekproeven, vier buigproeven, macro-onderzoek en een hardheidsmeting. Waar taaiheid vereist is komen kerfslagproeven erbij, doorgaans drie sets van drie staafjes.

Die proeven worden uitgevoerd in een laboratorium dat daarvoor is geaccrediteerd. Reken op enkele weken doorlooptijd, en plan dat in voordat de productie begint. Zie kosten en doorlooptijd.

Niveau 1 en niveau 2

Sinds de herziening kent de norm twee niveaus. Niveau 2 is het klassieke, strenge niveau dat wereldwijd wordt herkend en dat in Europa gangbaar is. Niveau 1 is soepeler, met minder beproevingen en ruimere bereiken, en sluit meer aan bij de Amerikaanse praktijk.

Welk niveau geldt volgt uit de productnorm of de specificatie. EN 1090-2 en EN 13445 vragen niveau 2. Kwalificeert u op niveau 1 terwijl niveau 2 vereist is, dan is de kwalificatie niet bruikbaar, ook al staat er ISO 15614-1 op.

Het kwalificatiebereik

Uit het proefstuk volgt het bereik: welke diktes, diameters, materialen en posities gedekt zijn. Een proefstuk van 20 mm dekt bijvoorbeeld een dikterange die ruimschoots eronder en beperkt erboven ligt. Kiest u het proefstuk slim, dan dekt één kwalificatie een groot deel van het werkpakket.

Dat is precies waar winst te halen valt. Een proefstuk van 12 mm in materiaalgroep 1.2 dekt vaak meer productiewerk dan twee losse proefstukken van 6 en 20 mm. Zie WPQR-geldigheid bepalen.

Veelgestelde vragen

Onder EN 1090 niet verplicht, maar wel gebruikelijk bij hogere uitvoeringsklassen. Onder de PED vanaf categorie II wel. Bij klassebureaus in de scheepsbouw en offshore eist de surveyor doorgaans aanwezigheid of goedkeuring van het rapport.

Afhankelijk van materiaal, dikte en beproevingsprogramma ligt dat doorgaans tussen enkele honderden en enkele duizenden euro's per proefstuk, plus de lasuren. De grootste kostenpost is vaak niet het proefstuk maar de vertraging als het te laat wordt ingepland.

Dan mag volgens de norm onder voorwaarden een aantal proefstaven opnieuw worden beproefd, afhankelijk van het type proef en de oorzaak. Is de oorzaak een procedurefout, dan moet het proefstuk opnieuw worden gelast met aangepaste parameters.

Niet automatisch. Amerikaanse opdrachtgevers werken doorgaans onder ASME IX of AWS D1.1, met een andere indeling van basismaterialen en andere variabelen. Soms is een bestaande kwalificatie met aanvullende beproeving om te zetten. Zie ASME IX versus ISO 15614.

Heeft u een lastechnische vraag?

Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

WhatsApp