
Visuele lasinspectie: werkwijze van voorbereiding tot rapport
Visuele lasinspectie is de meest toegepaste vorm van lascontrole en tegelijk de meest onderschatte. Wie denkt dat het niet meer is dan even kijken, mist het punt. Een goede visuele inspectie volgens ISO 17637 begint ver voor het moment dat de inspecteur bij de las staat en eindigt pas als de bevindingen reproduceerbaar op papier staan, beoordeeld tegen een afgesproken kwaliteitsniveau uit ISO 5817.
In dit artikel loopt DEHAAS de complete werkwijze door: de voorbereiding, de omstandigheden waaronder u inspecteert, de meetmiddelen die u nodig heeft, de beoordeling van de gevonden onvolkomenheden en de rapportage. Praktisch geschreven voor QC-medewerkers, werkvoorbereiders en iedereen die lasinspecties uitvoert of laat uitvoeren.
Voorbereiding: weet wat u gaat beoordelen
Een inspectie zonder voorbereiding levert een mening op, geen beoordeling. Verzamel voordat u begint minimaal het volgende:
- De tekening met lasaanduidingen, naadvormen en eventuele bijzondere eisen per las.
- De geldende norm en het afgesproken kwaliteitsniveau, bijvoorbeeld ISO 5817 niveau C of B, of de acceptatiecriteria uit EN 1090-2 voor de betreffende uitvoeringsklasse.
- De lasmethodebeschrijvingen (WPS) en de kwalificaties van de lassers volgens ISO 9606-1, zodat u weet welk proces en welke posities zijn toegepast.
- Het inspectie- en testplan: welke lassen, op welk moment, met welke omvang.
Stem ook af wanneer geinspecteerd wordt. ISO 17637 onderscheidt inspectie voor, tijdens en na het lassen. Naadvoorbewerking, uitlijning en vooropening controleert u voor het lassen, want daarna ziet u ze niet meer.
Omstandigheden: licht, afstand en bereikbaarheid
ISO 17637 stelt concrete eisen aan de waarnemingsomstandigheden. De verlichtingssterkte op het oppervlak hoort minimaal 350 lux te zijn, aanbevolen is 500 lux. De kijkafstand is maximaal ongeveer 600 millimeter en de kijkhoek minimaal 30 graden ten opzichte van het oppervlak. Lukt directe waarneming niet, dan zijn hulpmiddelen zoals spiegels, endoscopen of camera's toegestaan.
Het oppervlak moet schoon zijn: slak, spatten en verontreiniging verhinderen een betrouwbare beoordeling. Zorg dat de las rondom bereikbaar is en plan de inspectie in voordat conservering of coating wordt aangebracht. Een las die al geschilderd is, kan visueel niet meer volwaardig beoordeeld worden.
Meetmiddelen: van lasmal tot lasborstel
Visuele inspectie is voor een belangrijk deel meten. De standaarduitrusting bestaat uit:
- Een lasmal of lasmeter voor keelhoogte, a-maat, overmaat en inkartelingsdiepte.
- Een schuifmaat en een stalen liniaal voor afmetingen en uitlijnfouten.
- Een zaklamp met voldoende lichtopbrengst en eventueel een loep tot ongeveer vijf keer vergroting voor twijfelgevallen.
- Een spiegel of endoscoop voor slecht bereikbare zijden, en een markeerstift om afwijkingen op het werkstuk aan te tekenen.
Zorg dat meetmiddelen geidentificeerd en waar nodig gekalibreerd zijn. Een gemeten inkarteling van een halve millimeter is alleen iets waard als de meting herleidbaar en herhaalbaar is.
Beoordelen tegen ISO 5817
Gevonden onvolkomenheden beoordeelt u niet op gevoel maar tegen de grenswaarden van het afgesproken kwaliteitsniveau. ISO 5817 kent de niveaus D (matig), C (gemiddeld) en B (streng) en geeft per onvolkomenheid, zoals inkarteling, overmatige doorlassing, porositeit of randverschuiving, een toelaatbare grenswaarde die vaak afhangt van de materiaaldikte.
Werk systematisch: loop de las in een vaste volgorde na, beoordeel eerst de vorm en afmetingen, daarna het oppervlak. Herken de onvolkomenheid, meet hem, zoek de bijbehorende grenswaarde op en noteer de conclusie per las. Twijfelt u of een indicatie aan het oppervlak doorloopt, dan is aanvullend penetrant- of magnetisch onderzoek de logische vervolgstap. Welke methode daarvoor geschikt is leest u in ons artikel over het kiezen van de juiste NDO methode.
Rapportage: reproduceerbaar en herleidbaar
Een inspectie is pas af als het rapport af is. Een goed VT-rapport bevat minimaal: projectgegevens, tekening- en lasnummers, de toegepaste norm en het kwaliteitsniveau, de waarnemingsomstandigheden, de gebruikte meetmiddelen, de bevindingen per las met locatie en afmeting, de conclusie (voldoet of voldoet niet) en de naam en kwalificatie van de inspecteur met datum en handtekening.
Foto's met een referentie voor de schaal maken het rapport sterker, zeker bij afwijkingen. Rapporteer ook de goedgekeurde lassen, want een leeg rapport bewijst niets. Afwijkingen die niet direct hersteld worden, legt u vast in een afwijkingsrapport zodat de afhandeling traceerbaar blijft. De rapporten vormen samen met de lasgegevens de basis van het projectdossier.
Wie voert de inspectie uit
Visuele inspectie mag niet blind worden overgelaten aan degene die de las heeft gelegd. Zelfcontrole door de lasser is waardevol als eerste filter, maar de formele beoordeling hoort bij iemand met aantoonbare kennis van onvolkomenheden, normen en meetmiddelen, en met voldoende onafhankelijkheid ten opzichte van de productie. Denk aan een lasinspecteur met een VT-kwalificatie volgens ISO 9712 of een vergelijkbaar aantoonbaar kennisniveau, en aan lastechnisch toezicht zoals ISO 14731 dat bedoelt.
Bij twijfel over de eigen bezetting kiezen veel fabrikanten voor een externe inspecteur, bijvoorbeeld op piekmomenten of bij klanteisen rond onafhankelijkheid. DEHAAS levert die capaciteit; zie de dienst lasinspecteur inhuren. Zo blijft de beoordeling objectief en verdedigbaar richting klant en keurende instantie.
Veelgestelde vragen
Dat volgt uit de toepassingsnorm of het contract. EN 1090-2 koppelt bijvoorbeeld uitvoeringsklassen aan kwaliteitsniveaus, waarbij niveau C gebruikelijk is voor EXC2 en niveau B voor EXC3. Staat er niets vast, leg het niveau dan vooraf schriftelijk vast met de klant, nooit achteraf.
In vrijwel alle regimes wel: 100 procent visuele inspectie is het uitgangspunt, onder meer in EN 1090-2. Aanvullend NDO zoals UT of RT gebeurt daarna op een percentage dat de norm of het inspectie- en testplan voorschrijft.
ISO 17637 eist aantoonbare bekwaamheid. In de praktijk wordt vaak een VT level 2 certificaat volgens ISO 9712 gevraagd, of aantoonbare opleiding en ervaring als lasinspecteur. Belangrijker dan het papier alleen is dat de inspecteur normkennis combineert met praktijkervaring.
Op drie momenten: voor het lassen (naadvoorbewerking, uitlijning, schoonheid), tijdens het lassen bij kritische lassen (grondlaag, tussenlagen) en altijd na het lassen, voor conservering. Fouten die vroeg gevonden worden zijn vele malen goedkoper te herstellen.
Heeft u een lastechnische vraag?
Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

