Constructie & ontwerp·24 januari 2026·3 min lezen

Lassymbolen lezen volgens ISO 2553

Lassymbolen lezen volgens ISO 2553

Een lassymbool is een compacte instructie: het zegt welk type las waar moet komen, hoe groot, hoe lang en met welke aanvullende eisen. Wordt het verkeerd gelezen, dan komt de las aan de verkeerde kant of met de verkeerde maat, en dat blijkt meestal pas bij de keuring.

Dit artikel loopt de opbouw van het symbool langs volgens ISO 2553 en benoemt het punt waarop het ISO-stelsel en het Amerikaanse AWS-stelsel van elkaar verschillen.

De opbouw van het symbool

Een lassymbool bestaat uit een pijl, een referentielijn en een basissymbool dat het lastype aangeeft: een driehoek voor een hoeklas, een V voor een V-naad, een halve V, een U, een J, of een rechthoek voor een I-naad. Links van het basissymbool staat de maat, rechts ervan de lengte en eventueel de steek.

De pijl wijst naar de verbinding. Staat het symbool op de doorgetrokken referentielijn, dan geldt het voor de pijlzijde; staat het onder de stippellijn, dan voor de andere zijde. Een dubbelzijdige las heeft dus een symbool aan beide kanten.

Maten, lengte en steek

De maat voor een hoeklas wordt voorafgegaan door a voor de a-hoogte of z voor de zijdelengte. Bij een stompe las staat er de naaddiepte, of niets als volledige doorlassing bedoeld is. Zie a-hoogte berekenen.

Rechts van het symbool staat bij een onderbroken las eerst het aantal lassen, dan de lengte en dan de steek, bijvoorbeeld 5 x 50 (100). Dat betekent vijf lassen van 50 mm met een hart-op-hartafstand van 100 mm. Een z-vormig symbool ertussen geeft een verspringende onderbroken las aan.

Aanvullende tekens

Aan het staartstuk van de referentielijn kunnen verwijzingen staan naar het lasproces volgens ISO 4063, het kwaliteitsniveau volgens ISO 5817, de laspositie of de toe te passen WPS. Een cirkel op het knikpunt betekent rondom lassen, een vlaggetje betekent lassen op de montageplaats.

Een streep, een bolling of een holling boven het basissymbool geeft de gewenste vorm van het lasoppervlak aan: vlak afgewerkt, bol of hol. Dat is geen cosmetische wens: bij vermoeiingsbelasting bepaalt die vorm de levensduur.

ISO versus AWS

Het grootste verschil zit in de positie van het symbool. In het ISO-stelsel geldt de doorgetrokken lijn voor de pijlzijde en de stippellijn voor de andere zijde. In het AWS-stelsel is er één referentielijn, waarbij onder de lijn de pijlzijde betekent en boven de lijn de andere zijde, dus precies omgekeerd aan wat een Europese lezer verwacht.

Op tekeningen die uit beide werelden komen moet daarom altijd zijn aangegeven welk stelsel geldt. Ontbreekt dat, ga dan niet af op gewoonte maar vraag het na. Een verwisselde zijde is een fout die pas na het lassen zichtbaar wordt.

Veelgestelde vragen

Dat de las rondom moet lopen, over alle aansluitende vlakken van de verbinding. Een vlaggetje op diezelfde plek betekent dat de las op de montageplaats wordt gelegd en niet in de werkplaats.

Bij een stompe las zonder maat wordt doorgaans volledige doorlassing bedoeld. Staat er wel een maat, dan is dat de vereiste naaddiepte. Bij twijfel is het een vraag aan de constructeur, niet een aanname, want het verschil raakt zowel de sterkte als de onderzoekseisen.

Constructief is doorlopend sterker, maar het kost meer lasmetaal, meer krimp en bij corrosiegevoelige constructies juist minder spleten. In dynamisch belaste constructies kan een onderbroken las bovendien bewust zijn gekozen. Overleg dus, en verander het niet op eigen initiatief.

In het staartstuk achter de referentielijn, bijvoorbeeld ISO 5817-B. Staat het daar niet, dan moet het elders in de tekening of in het bestek zijn vastgelegd. Zonder vastgelegd niveau is niet te beoordelen of een las voldoet. Zie ISO 5817.

Heeft u een lastechnische vraag?

Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

WhatsApp