
Doorlassing: wanneer vereist en hoe aantonen
Volledige doorlassing is de duurste verbinding die u kunt kiezen: meer voorbereiding, meer lasmetaal, meer krimp, meer onderzoek. Maar op de plekken waar zij nodig is, is er geen alternatief, want een niet-doorgelaste verbinding bevat per definitie een ongesmolten spleet die zich als scheur gedraagt.
Dit artikel gaat over de vraag wanneer u doorlassing eist, wat het alternatief is, en hoe u aantoont dat de doorlassing er werkelijk is.
Wanneer doorlassing nodig is
Er zijn drie situaties waarin doorlassing vrijwel altijd geeist wordt. Ten eerste wanneer de volle plaatsterkte moet worden overgedragen, zoals bij een stompe verbinding in een trekstaaf. Ten tweede bij wisselende belasting, omdat een niet-doorgelaste wortel een ingebouwde kerf is met een lage kerfklasse.
Ten derde bij dienst waarin een spleet ontoelaatbaar is: drukapparatuur, leidingwerk met een medium, hygienische toepassingen en alles waar corrosie in een spleet kan optreden. Buiten die drie is een correct gedimensioneerde hoeklas vaak de betere keuze.
Partiele doorlassing als tussenvorm
Een partiele doorlassing, met een voorgeschreven naaddiepte, zit tussen beide in. Zij draagt meer dan een hoeklas en kost minder dan volledige doorlassing, maar behoudt de ongesmolten wortel. EN 1993-1-8 geeft rekenregels voor de effectieve a-hoogte van zo'n verbinding.
Het gevaar zit in de aanname: een partiele doorlassing die 'ongeveer doorlast' is niet aantoonbaar. De naaddiepte moet zijn gekwalificeerd en op de tekening staan, anders is de werkelijke draagkracht onbekend.
Aantonen dat de wortel doorlast
Bij tweezijdig toegankelijke verbindingen is de gangbare route gutsen en terugslijpen van de wortel, gevolgd door een tegenlas. Dat verwijdert de wortelfout en maakt visuele controle mogelijk. De gutsbewerking wordt in de WPS vastgelegd, inclusief de wijze van reinigen na het gutsen.
Bij eenzijdig lassen, zoals in leidingwerk, kan dat niet. Dan is de wortel het kritische deel en wordt zij aangetoond met radiografisch of ultrasoon onderzoek, of bij toegankelijke leidingen met endoscopie. De lasser moet in die positie en met die techniek gekwalificeerd zijn.
De rol van de kwalificatie
Een WPQR voor een doorlassing dekt niet automatisch een verbinding zonder keerstrip als de kwalificatie mét keerstrip is gedaan, en een kwalificatie met gutsen dekt niet zonder meer eenzijdig lassen. De wortelbehandeling is een essentiële variabele.
Dat is een van de meest gemaakte fouten in lasboeken: een WPQR die keurig op doorlassing is gemaakt maar met een andere worteltechniek dan in productie. Zie WPQR-geldigheid bepalen en essentiële variabelen.
Veelgestelde vragen
Bij een stompe las zonder maatopgave is doorgaans volledige doorlassing bedoeld. Staat er een getal, dan is dat de vereiste naaddiepte en gaat het om een partiele doorlassing. Zie lassymbolen.
Alleen als de norm en de toepassing dat toestaan. Een blijvende keerstrip creëert een spleet tussen strip en plaat, wat bij vermoeiing en bij corrosie ongewenst is. In drukapparatuur en in hygienische toepassingen is het doorgaans niet toegestaan.
Constructief wel, maar zij brengt ook meer krimp, meer restspanning en meer kans op vervorming met zich mee. Waar een hoeklas volstaat is doorlassing eisen een onnodige kostenpost en soms zelfs nadelig voor de maatvastheid.
Minimaal visueel onderzoek, aangevuld met volumetrisch onderzoek, radiografisch of ultrasoon, in een omvang die volgt uit de uitvoeringsklasse of de productnorm. Bij eenzijdige lassen is dat onderzoek de enige manier om de wortel te beoordelen.
Meer uit de kennisbank
Heeft u een lastechnische vraag?
Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

