
Lassen onder de PED 2014/68/EU: categorieën en goedkeuringen
De Pressure Equipment Directive 2014/68/EU, in Nederland geïmplementeerd via het Warenwetbesluit drukapparatuur, stelt eisen aan het ontwerp en de fabricage van drukapparatuur: drukvaten, leidingen, veiligheidsappendages en drukhoudende appendages met een maximaal toelaatbare druk boven 0,5 bar. Voor lasbedrijven is de PED een van de meest ingrijpende kaders, omdat lasverbindingen als permanente verbindingen onder een eigen goedkeuringsregime vallen.
Wie drukapparatuur last of daarvoor inkoopt, moet weten in welke categorie het product valt, welke module van toepassing is en wanneer lasmethoden en lassers door een externe partij moeten worden goedgekeurd. Dit artikel zet de lasgerelateerde eisen van de PED op een rij, van categorie-indeling tot de rol van de notified body en de RTPO.
Categorieën I tot en met IV: het risico bepaalt het regime
De PED deelt drukapparatuur in vier categorieën in, oplopend in risico. De indeling volgt uit tabellen in bijlage II van de richtlijn en hangt af van het type apparatuur (vat, leiding, stoomketel), de aard van de stof (gas of vloeistof, gevaarlijk of niet, groep 1 of 2), de maximaal toelaatbare druk PS en het volume V of de nominale diameter DN. Het product van druk en volume, PS maal V, is vaak bepalend. Apparatuur onder de categoriegrenzen valt onder goed vakmanschap (sound engineering practice) en krijgt geen CE-markering onder de PED. Hoe hoger de categorie, hoe zwaarder de conformiteitsbeoordeling: van interne productiecontrole bij categorie I tot uitgebreide betrokkenheid van een notified body bij categorie IV.
Permanente verbindingen: de bijzondere positie van lassen
De PED noemt lassen niet apart maar spreekt van permanente verbindingen: verbindingen die alleen door destructieve methoden kunnen worden losgemaakt. Lassen is daarvan verreweg de belangrijkste. Bijlage I, punt 3.1.2 stelt twee kerneisen. Ten eerste moeten permanente verbindingen en de aangrenzende zones vrij zijn van gebreken die de veiligheid schaden. Ten tweede moeten voor apparatuur in de categorieën II, III en IV de methoden voor permanente verbindingen én het personeel dat ze uitvoert, zijn goedgekeurd door een bevoegde derde partij. Voor categorie I geldt die externe goedkeuringsplicht niet, al blijven gekwalificeerde methoden en vakbekwaam personeel ook daar de basis van een beheerst proces.
Goedkeuring door NoBo of RTPO
De goedkeuring van lasmethoden en lassers voor categorie II en hoger mag worden uitgevoerd door:
- Een notified body (NoBo): de aangemelde instantie die ook de conformiteitsbeoordeling van het product kan uitvoeren.
- Een recognised third-party organisation (RTPO): een erkende onafhankelijke instelling die specifiek voor deze goedkeuringen en voor NDO-personeel is aangemeld.
Praktisch betekent dit dat een lasmethodekwalificatie volgens EN ISO 15614-1 en lasserskwalificaties volgens ISO 9606-1 voor PED-werk door de NoBo of RTPO moeten zijn afgenomen of bekrachtigd. Een kwalificatie die alleen intern of door een niet-erkende partij is beoordeeld, telt niet. Controleer bij inkoop van gelaste drukdelen dus altijd wie de kwalificaties heeft goedgekeurd en of die partij voor de PED is aangemeld.
Modules: de route naar CE-markering
Per categorie kiest de fabrikant uit vaste combinaties van conformiteitsmodules, van module A (interne productiecontrole, categorie I) via bijvoorbeeld A2, D1 of E1 tot modules met EU-typeonderzoek en volledige kwaliteitsborging bij categorie III en IV, zoals B met D of F, G en H1. De keuze bepaalt hoe diep de notified body in het productieproces zit: van steekproefsgewijze controles tot beoordeling van het volledige kwaliteitssysteem en bijwonen van beproevingen. Voor de laspraktijk verandert de kern niet: gekwalificeerde methoden, goedgekeurd personeel, beheerste uitvoering en een sluitend dossier. Een kwaliteitssysteem volgens ISO 3834-2 vormt daarvoor de gebruikelijke ruggengraat.
NDO en eindbeoordeling
Niet-destructief onderzoek van permanente verbindingen moet bij categorie III en IV worden uitgevoerd door personeel dat is goedgekeurd door een RTPO. Kwalificatie volgens ISO 9712 is daarbij het gangbare fundament. Daarnaast eist de PED een eindbeoordeling: een visuele eindcontrole, controle van de documenten en een drukproef, doorgaans een hydrostatische beproeving op het voorgeschreven beproevingsniveau. De omvang van het tussentijdse onderzoek volgt uit de geharmoniseerde productnormen, zoals EN 13445 voor drukvaten en EN 13480 voor industriële leidingen, in combinatie met het keurings- en testplan van het project.
Materiaal en documentatie
Drukdragende materialen moeten geschikt en herleidbaar zijn. De PED eist voor de hoofddrukdelen materiaalcertificaten met specifieke beproeving; in de praktijk betekent dit certificaten volgens EN 10204 type 3.1 of 3.2, afhankelijk van categorie en toepassing. Het einddossier bevat verder de ontwerpberekeningen, de goedgekeurde WPS-en en kwalificatierecords, laslijsten met toewijzing van lassers, NDO-rapporten, de resultaten van de eindbeoordeling en de EU-conformiteitsverklaring. Onafhankelijke lasinspectie en QA/QC tijdens de fabricage voorkomt dat gaten in dit dossier pas bij de eindbeoordeling zichtbaar worden, wanneer herstel het duurst is.
Veelgestelde vragen
Vanaf categorie II. Voor apparatuur in de categorieën II, III en IV moeten de methoden voor permanente verbindingen en het uitvoerende personeel zijn goedgekeurd door een notified body of een recognised third-party organisation. Voor categorie I volstaat interne borging, al blijven kwalificaties ook daar sterk aan te raden.
Een notified body voert de volledige conformiteitsbeoordeling van drukapparatuur uit. Een RTPO is specifiek aangemeld voor het goedkeuren van methoden en personeel voor permanente verbindingen en van NDO-personeel. Beide mogen las- en lasserskwalificaties voor de PED goedkeuren; alleen de NoBo beoordeelt het product zelf.
De PED geldt voor het in de handel brengen van nieuwe drukapparatuur. Reparatie en wijziging vallen onder nationale regels voor apparatuur in gebruik, in Nederland het Warenwetbesluit drukapparatuur. Bij een ingrijpende wijziging kan de apparatuur echter als nieuw product worden aangemerkt en opnieuw onder de PED vallen.
De PED eist geen ISO 3834-certificaat als zodanig, maar wel beheerste processen, goedgekeurde methoden en goedgekeurd personeel. ISO 3834-2 is de gangbare manier om die beheersing in te richten en aan te tonen, en notified bodies gebruiken de norm veelal als beoordelingskader bij de modules met kwaliteitsborging.
Heeft u een lastechnische vraag?
Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

