Bij elke levering staal, roestvast staal of lastoevoegmateriaal hoort een document dat aantoont wat er is geleverd. EN 10204 legt vast welke soorten inspectiedocumenten er zijn: 2.1, 2.2, 3.1 en 3.2. Het materiaalcertificaat 3.1 is in de staalbouw en de apparatenbouw het meest gevraagde document. Het 3.2-certificaat komt vooral voor bij drukapparatuur, offshore en projecten met een onafhankelijke keuring.
Toch gaat het in de praktijk regelmatig mis: een certificaat dat niet bij de levering hoort, een 2.2 waar een 3.1 is geëist, of een chargenummer dat na het zagen verdwijnt. Dit artikel legt uit wat de typen betekenen, wie ze ondertekent, wanneer u welk type eist en hoe u de traceerbaarheid bewaakt.

EN 10204 maakt onderscheid tussen niet-specifiek en specifiek onderzoek. Bij niet-specifiek onderzoek komen de resultaten uit de reguliere productie en niet noodzakelijk uit de geleverde partij. Bij specifiek onderzoek is beproefd op de geleverde producten zelf, of op de beproevingseenheid waar ze uit komen.
Alleen 3.1 en 3.2 zeggen dus iets over het materiaal dat daadwerkelijk bij u op de vloer ligt.
Het verschil tussen 3.1 en 3.2 zit niet in de metingen, maar in wie de uitslag bevestigt. Een 3.1-certificaat wordt gevalideerd door de gemachtigde inspectievertegenwoordiger van de fabrikant, die onafhankelijk moet zijn van de productieafdeling. In de praktijk is dat de kwaliteitsafdeling van de walserij of producent.
Een 3.2-certificaat wordt opgesteld door die vertegenwoordiger van de fabrikant samen met een externe partij: de gemachtigde inspectievertegenwoordiger van de koper, of een inspecteur die door de regelgeving is aangewezen. Denk aan een klassebureau, een aangemelde instantie of een door de opdrachtgever ingeschakeld inspectiebureau. Die partij is betrokken bij de beproeving en ondertekent mee. Een 3.2 moet daarom bij de bestelling worden aangevraagd. Achteraf is het niet meer te maken.
Welk type nodig is, volgt uit de toepasselijke norm of regelgeving en uit de specificatie van de opdrachtgever:
Eis niet standaard een 3.2 als een 3.1 volstaat. Het kost geld en levertijd, terwijl het staal zelf niet verandert.
Een certificaat ontvangen is iets anders dan een certificaat controleren. Bij de ingangscontrole kijkt u ten minste naar:
Klopt er iets niet, leg het materiaal dan vast als afwijkend en gebruik het niet voordat de afwijking is opgelost.
Een certificaat heeft alleen waarde als u kunt aantonen dat het bij het ingebouwde onderdeel hoort. EN 1090-2 vraagt dat materiaal traceerbaar is van ontvangst tot oplevering, met strengere eisen aan identificatie en markering bij EXC3 en EXC4. Traceerbaarheid op partijniveau is vaak toegestaan, tenzij de specificatie traceerbaarheid per onderdeel eist.
Praktisch betekent dit:
Voor stalen draagconstructies is dit ook onderdeel van de onderbouwing van de CE-markering. Wilt u de ingangscontrole of het dossier onafhankelijk laten toetsen, dan past dat binnen lasinspectie en QA/QC.
In een paar klikken een vrijblijvende offerte op maat. U krijgt antwoord van een lascoördinator.
Onafhankelijk beoordeeld, aantoonbaar vastgelegd
De vragen die het vaakst gesteld worden.
Een 2.2 bevat resultaten van niet-specifiek onderzoek, dus uit de reguliere productie en niet per se van uw partij. Een 3.1 bevat resultaten van onderzoek op de geleverde producten of hun beproevingseenheid, gevalideerd door een van de productie onafhankelijke inspecteur van de fabrikant.
Nee. Bij een 3.2 is de externe partij betrokken bij de beproeving zelf, en dat moet bij de bestelling zijn afgesproken. Achteraf kan hooguit nieuwe beproeving onder toezicht plaatsvinden, met een nieuw certificaat als resultaat.
Een handelaar of bewerker moet de inspectiedocumenten van de producent ongewijzigd doorgeven, met een duidelijke koppeling aan het geleverde materiaal. Hij mag een eigen document toevoegen, bijvoorbeeld bij versneden plaat, maar mag de gegevens van de producent niet aanpassen.
Voor constructiestaal is 3.1 onder EN 1090-2 het gebruikelijke uitgangspunt, al staat de norm in bepaalde gevallen een 2.2 toe. Omdat walserijen voor constructiestaal vrijwel altijd 3.1 leveren, is het verstandig dit standaard bij de bestelling te vragen.
Stel hem gewoon. U krijgt persoonlijk antwoord van een lascoördinator die het werk zelf heeft gedaan, niet van een verkoper.
Stuur uw aanvraag Bellen 06 29 72 37 91