Lasproces 135, MAG-lassen met massieve draad, is in Nederland het werkpaard van de staalbouw en de machinebouw. Een continu aangevoerde draadelektrode smelt af in een lichtboog onder een actief beschermgas, waardoor u snel, productief en goed te mechaniseren last. Verwant zijn proces 136, MAG met gevulde draad met een poedervulling, en proces 138, MAG met metaalpoedergevulde draad.
Juist omdat MAG zo toegankelijk is, worden de beperkingen vaak onderschat. In dit artikel leest u hoe de overdrachtsvormen werken, welk beschermgas bij welke toepassing past, wat de sterke punten en valkuilen van 135, 136 en 138 zijn en waar u op let bij de kwalificatie.

Bij MAG-lassen voert een draadaanvoerunit de massieve draad door een slangpakket naar het contactbuisje in de toorts. Daar krijgt de draad zijn stroom, en de lichtboog tussen draad en werkstuk smelt zowel de draad als het basismateriaal op. Het beschermgas stroomt via het gasmondstuk om de boog en het smeltbad heen en houdt zuurstof en stikstof uit de lucht weg. Het woord actief slaat op het CO2- of zuurstofaandeel in het gas, dat meedoet in de boog en het smeltbad.
MAG-lassen gebeurt vrijwel altijd met gelijkstroom en de draad aan de pluspool. De stroomsterkte volgt uit de draadsnelheid, de spanning bepaalt de booglengte. De balans tussen die twee, samen met de uitsteeklengte van de draad, bepaalt hoe het lasmetaal overgaat.
De manier waarop druppels van de draad naar het smeltbad gaan, heet de overdrachtsvorm. Die heeft grote invloed op inbranding, positielassen en foutgevoeligheid.
Leg de gekozen overdrachtsvorm vast in de WPS: een kwalificatie met kortsluitboog dekt niet automatisch sproei- of pulsboog, en omgekeerd.
Beschermgassen zijn ingedeeld volgens ISO 14175. De keuze beïnvloedt de boogstabiliteit, de inbranding, de spatvorming en de mechanische eigenschappen.
Een te hoog CO2-gehalte bij roestvast staal verhoogt het koolstofgehalte in het lasmetaal. Bij gevulde draden is het gas bovendien onderdeel van de draadclassificatie: een draad die is geclassificeerd voor M21 gedraagt zich onder C1 anders, met gevolgen voor sterkte en taaiheid.
Een gevulde draad is een buisje met een vulling van slakvormers, legeringselementen of metaalpoeder. Bij proces 136 is de vulling rutiel of basisch. Rutiele gevulde draden vormen een snel stollende slak die het smeltbad ondersteunt, waardoor u in alle posities met hoge stroom en hoge neersmelt kunt lassen. Basische gevulde draden geven betere taaiheid en een laag waterstofgehalte, maar laten zich lastiger verwerken.
Proces 138 gebruikt metaalpoedergevulde draad. Die geeft vrijwel geen slak, een brede inbranding en een hoge neersmelt, en is daardoor erg geschikt voor gemechaniseerd en robotlassen van meerlagige lassen. Gevulde draden voor ongelegeerd staal zijn ingedeeld volgens ISO 17632, massieve draden volgens ISO 14341 en draden voor roestvast staal volgens ISO 14343. Zelfbeschermende gevulde draad zonder gas is proces 114.
MAG-lassen combineert productiviteit met flexibiliteit. De belangrijkste voordelen:
Daarom is proces 135 de logische keuze voor staalconstructies onder EN 1090-2, machineframes en werkplaatsfabricage.
De meest voorkomende problemen:
Een overzicht van lasfouten en hun oorzaken vindt u in het artikel lasfouten herkennen.
Een WPS voor proces 135, 136 of 138 legt minimaal het toevoegmateriaal, het beschermgas en de gashoeveelheid, de overdrachtsvorm, stroom, spanning, draadsnelheid, lassnelheid en de voorwarm- en interpasstemperatuur vast. De lasmethode kwalificeert u volgens EN ISO 15614-1, de lassers volgens ISO 9606-1. Robot- en gemechaniseerd lassen valt voor de operators onder ISO 14732.
Omdat stroom, spanning en lassnelheid samen de warmte-inbreng bepalen, hoort die berekening bij elke WPS waar taaiheid of hardheid een rol speelt. Wilt u een processenkeuze of bestaande WPS'en laten toetsen, dan helpt onafhankelijk lastechnisch advies om productiviteit en kwaliteit in balans te brengen.
In een paar klikken een vrijblijvende offerte op maat. U krijgt antwoord van een lascoördinator.
Onafhankelijk beoordeeld, aantoonbaar vastgelegd
De vragen die het vaakst gesteld worden.
Het verschil zit in het beschermgas. MIG, proces 131, gebruikt een inert gas zoals zuiver argon of argon met helium en wordt vooral bij aluminium en koper toegepast. MAG, proces 135, gebruikt een actief gas met CO2 of zuurstof en is de standaard voor staal en roestvast staal.
Gevulde draad is interessant bij veel positielassen met hoge neersmelt, bij dikwandig werk en bij hoge eisen aan taaiheid. Rutiele gevulde draad laat zich in positie gemakkelijker verwerken dan massieve draad in sproeiboog. Daar staan hogere draadkosten en het verwijderen van slak tegenover.
Alleen als het beschermgas niet wordt weggeblazen. Bij wind vanaf enkele meters per seconde ontstaat al snel porositeit. Buiten zijn windschermen of een tent nodig, of kiest u voor zelfbeschermende gevulde draad (proces 114) of elektrodelassen.
Volgens ISO 9606-1 geeft een kwalificatie met massieve draad (135) ook bevoegdheid voor metaalpoedergevulde draad (138), en omgekeerd. Voor gevulde draad met slak (136) gelden aparte regels. Controleer daarom altijd de geldigheidstabellen in de norm en de vermelding op het certificaat.
Stel hem gewoon. U krijgt persoonlijk antwoord van een lascoördinator die het werk zelf heeft gedaan, niet van een verkoper.
Stuur uw aanvraag Bellen 06 29 72 37 91