ASME Section IX is de kwalificatienorm voor lassen en hardsolderen binnen de ASME Boiler and Pressure Vessel Code. Wie drukvaten, ketels of procesleidingen volgens ASME bouwt, kwalificeert zijn lasmethoden en lassers vrijwel altijd volgens ASME IX. De norm bepaalt hoe u een lasmethode beproeft, hoe u lassers test en welke variabelen het bereik van die kwalificaties bepalen. Wanneer u moet kwalificeren en met welke aanvullende eisen, staat in de constructiecode.
Voor Nederlandse fabrikanten die leveren aan Amerikaanse opdrachtgevers, de petrochemie of internationale engineeringbureaus is ASME IX daarom een vaste bekende. De logica wijkt wel af van het Europese stelsel. Dit artikel legt de opbouw uit, van P-nummers tot de relatie met ASME B31.3 en Section VIII. Een directe vergelijking met de Europese norm vindt u in ASME IX versus ISO 15614-1.

ASME IX bestaat uit drie delen: Part QW voor lassen, Part QB voor hardsolderen (brazing) en Part QF voor het fusielassen van kunststoffen. Voor metaalbewerkers is QW het belangrijkste. Het is ingedeeld in artikelen:
De vaste paragraafnummering, zoals QW-200 voor lasmethoden en QW-300 voor lassers, maakt verwijzingen in specificaties en audits eenduidig.
Om het aantal kwalificaties beperkt te houden, groepeert ASME IX materialen. P-nummers delen basismaterialen in op samenstelling, lasbaarheid en mechanische eigenschappen. Voorbeelden zijn P-No. 1 voor koolstof- en koolstof-mangaanstaal, P-No. 4 en 5A voor chroom-molybdeenstaal, P-No. 8 voor austenitisch roestvast staal, P-No. 10H voor duplex, P-No. 21 tot en met 26 voor aluminium en P-No. 41 tot en met 49 voor nikkellegeringen. Binnen ijzerhoudende P-nummers bestaan groepsnummers, die van belang zijn als kerfslagtaaiheid is vereist. De indeling staat in tabel QW/QB-422, waarin naast ASTM- en ASME-materialen ook een aantal Europese materialen is opgenomen.
F-nummers groeperen toevoegmaterialen op hun verwerkbaarheid voor de lasser. Bij beklede elektroden zijn dat onder meer F-No. 3 voor cellulose-elektroden, F-No. 4 voor waterstofarme elektroden en F-No. 5 voor roestvaststaalelektroden; draden voor staal vallen onder F-No. 6. Voor de chemische samenstelling van neergesmolten staal gebruikt ASME daarnaast A-nummers.
Welke variabele bij welk proces in welke categorie valt, staat in de QW-250-tabellen. Voor lassers gelden eigen essentiële variabelen. Een opvallend verschil: de laspositie is voor de lasmethode meestal niet-essentieel, maar voor de lasser juist wel.
De organisatie is verantwoordelijk voor alle drie. Het proefstuk wordt onder haar eigen toezicht gelast; het voorbereiden van materiaal, het maken van proefstaven en het beproeven mag worden uitbesteed. Een PQR overnemen van een ander bedrijf is niet toegestaan, behalve in specifieke gevallen zoals een eigendomsovergang. Meer over de opbouw leest u in ons artikel over de PQR.
Voor een PQR op een stompe naad eist ASME IX trekproeven en geleide buigproeven; vanaf een bepaalde dikte worden dat zijbuigproeven. Kerfslagproeven komen er alleen bij als de constructiecode ze eist. Een PQR op alleen hoeklassen wordt met macro-onderzoek beoordeeld. Het diktebereik van de WPS volgt uit de dikte van het proefstuk en de neergesmolten lasdikte.
Voor de WPQ volstaan buigproeven, of volumetrisch onderzoek met radiografie of onder voorwaarden ultrasoon onderzoek. Bij kortsluitbooglassen (GMAW-S) blijven buigproeven verplicht. Het bereik van de lasser volgt uit dikte, diameter en positie van het proefstuk, in de Amerikaanse notatie 1G tot en met 6G.
ASME IX zegt hoe u kwalificeert, de constructiecode zegt wanneer en met welke aanvullende eisen. Bij tegenstrijdigheid gaat de constructiecode voor.
Voor Europese drukapparatuur onder de PED 2014/68/EU zijn ASME-kwalificaties niet automatisch geldig. De aangemelde instantie beoordeelt per geval of ze aan de essentiële veiligheidseisen voldoen. Wie beide werelden combineert, stemt de kwalificaties vooraf af binnen WPS- en WPQR-certificering.
In een paar klikken een vrijblijvende offerte op maat. U krijgt antwoord van een lascoördinator.
Onafhankelijk beoordeeld, aantoonbaar vastgelegd
De vragen die het vaakst gesteld worden.
ASME IX is een kwalificatienorm: hij beschrijft hoe u lasmethoden en lassers kwalificeert. ASME B31.3 is de constructiecode voor procesleidingen, met eisen aan ontwerp, materialen, fabricage, onderzoek en beproeving. B31.3 verwijst voor kwalificatie naar ASME IX en voegt eigen eisen toe.
ASME IX zelf eist dat niet: de organisatie certificeert de PQR met haar handtekening. De constructiecode, de Authorized Inspector of de opdrachtgever kan wel toezicht door een derde partij eisen. Bij Europese projecten onder de PED is betrokkenheid van een aangemelde instantie vaak nodig.
Nee. Een PQR blijft bruikbaar zolang de productie binnen het gekwalificeerde bereik blijft, ook als er een nieuwe editie van de code verschijnt. Lasserskwalificaties vallen daarentegen wel onder de regels voor continuïteit en vervallen na zes maanden zonder gebruik van het proces.
Formeel niet. ASME IX eist een PQR met de eigen beproevingseisen en variabelen. Soms is met één proefstuk aan beide normen te voldoen, als de beproeving op beide is afgestemd en er twee afzonderlijke records worden opgesteld.
Stel hem gewoon. U krijgt persoonlijk antwoord van een lascoördinator die het werk zelf heeft gedaan, niet van een verkoper.
Stuur uw aanvraag Bellen 06 29 72 37 91