Normen & regelgeving·5 juli 2026·4 min lezen

Visueel onderzoek van lassen volgens ISO 17637

Visueel onderzoek van lassen volgens ISO 17637

Visueel onderzoek is de eerste en meest toegepaste vorm van niet-destructief onderzoek op lassen. Onder EN 1090-2 geldt het voor honderd procent van de lassen, in elke uitvoeringsklasse. ISO 17637 beschrijft hoe u het visueel onderzoek van smeltlassen uitvoert: onder welke omstandigheden, met welke hulpmiddelen, op welk moment en hoe u de resultaten vastlegt.

Omdat visueel onderzoek zo vanzelfsprekend lijkt, wordt het in de praktijk vaak onderschat. Een snelle blik op een las bij slecht licht is geen onderzoek volgens de norm. Wie ISO 17637 goed toepast, vindt veel onvolkomenheden vroeg, beperkt aanvullend onderzoek tot waar het echt nodig is en bouwt een dossier op dat een audit doorstaat.

Wat ISO 17637 regelt en wat niet

ISO 17637 is een beproevingsnorm. Hij legt vast hoe het visueel onderzoek wordt uitgevoerd, niet wanneer een las wordt goedgekeurd. De acceptatiecriteria komen uit een andere norm, die in de specificatie of de uitvoeringsnorm wordt aangewezen. Voor staal is dat meestal ISO 5817, voor aluminium ISO 10042. De algemene regels voor de keuze van methoden en acceptatieniveaus staan in ISO 17635.

De norm geldt voor smeltlassen in metalen, in plaat en buis. Hij kan ook worden toegepast op de lasnaadvoorbereiding vóór het lassen. Voor reparatielassen gelden dezelfde regels als voor de oorspronkelijke las.

Voorwaarden: verlichting, kijkafstand en kijkhoek

De betrouwbaarheid van visueel onderzoek hangt sterk af van de omstandigheden. ISO 17637 stelt daarom concrete eisen:

  • Verlichting: de verlichtingssterkte op het te onderzoeken oppervlak is minimaal 350 lux, bij voorkeur 500 lux. Werkplaatsverlichting haalt dat lang niet altijd, zeker niet binnen in profielen of onder een constructie. Een lichtmeter maakt het objectief.
  • Kijkafstand: bij direct visueel onderzoek moet het oog tot binnen 600 mm van het oppervlak kunnen komen.
  • Kijkhoek: de hoek tussen de kijkrichting en het oppervlak is niet kleiner dan ongeveer 30 graden.
  • Oppervlak: de las en de omgeving zijn vrij van slak, spatten, olie en andere verontreiniging die onvolkomenheden kan maskeren.

Is een las zo niet bereikbaar, dan past u indirect visueel onderzoek toe met spiegels, endoscopen of camera's. Het oplossend vermogen daarvan moet ten minste gelijkwaardig zijn aan direct onderzoek.

Hulpmiddelen bij visueel lasonderzoek

Visueel onderzoek is meer dan kijken. Afhankelijk van de las gebruikt de inspecteur:

  • Lasmeters voor a-maat, z-maat, overdikte en inkarteling.
  • Een liniaal en een schuifmaat voor lengte, uitlijning en lijnverschuiving.
  • Een loep met een vergroting van twee tot vijf keer voor fijne scheurtjes en oppervlakteporositeit.
  • Een goede lamp, bij voorkeur met strijklicht dat oneffenheden zichtbaar maakt.
  • Spiegels, endoscopen of een camera voor moeilijk bereikbare plaatsen.

Meetmiddelen horen in het kalibratie- of controlesysteem van het bedrijf. Een versleten lasmeter levert structureel verkeerde metingen op, en daarmee onterecht goedgekeurde of afgekeurde lassen.

Het juiste moment van onderzoek

Het eindonderzoek vindt plaats op de voltooide las, in de toestand waarin hij wordt beoordeeld. Wordt een las nog geslepen of gestraald, spreek dan vooraf af of het onderzoek voor of na die bewerking plaatsvindt, want slijpen kan onvolkomenheden verbergen of juist veroorzaken. Onderzoek in elk geval vóór het coaten, anders is de las niet meer te beoordelen.

Houd bij hogere sterktes en grotere diktes rekening met vertraagde waterstofscheuren. EN 1090-2 schrijft afhankelijk van staalsoort, dikte en warmte-inbreng een minimale wachttijd voor tussen het lassen en het eindonderzoek.

Visueel onderzoek loont ook eerder in het proces: bij de controle van de lasnaadvoorbereiding en tijdens het lassen, bijvoorbeeld tussen de lagen. Een fout die dan wordt gevonden, is veel goedkoper te herstellen dan na afronding.

Rapportage van visueel onderzoek

Wordt een rapport vereist, dan noemt ISO 17637 de gegevens die erin horen. In de praktijk is een rapport altijd verstandig. Een bruikbaar rapport bevat ten minste:

  • de identificatie van het object en de onderzochte lassen, bijvoorbeeld met lasnummers uit een lassenregister;
  • materiaal, verbindingsvorm, dikte en lasproces;
  • de toegepaste acceptatiecriteria en het kwaliteitsniveau;
  • de omvang van het onderzoek en de gebruikte hulpmiddelen;
  • onvolkomenheden die de acceptatiegrens overschrijden, met hun plaats;
  • het resultaat, de naam van de onderzoeker en de datum.

Leg ook afwijkende omstandigheden vast, zoals beperkte bereikbaarheid of onderzoek met indirecte hulpmiddelen. Bij een audit of een geschil bij oplevering maakt dat vaak het verschil tussen een sluitend en een aanvechtbaar dossier.

Relatie tussen ISO 17637 en ISO 5817

ISO 17637 en ISO 5817 werken als een paar. De eerste bepaalt hoe u kijkt, de tweede waartegen u beoordeelt. ISO 5817 geeft voor onvolkomenheden zoals inkarteling, overdikte, oppervlakteporositeit, onvolledige vulling en lijnverschuiving een grenswaarde per kwaliteitsniveau B, C of D. Onder EN 1090-2 volgt dat niveau uit de uitvoeringsklasse. Meer daarover leest u in het artikel over ISO 5817-kwaliteitsniveaus.

Visueel onderzoek ziet alleen het oppervlak. Inwendige fouten zoals bindingsfouten of onvolledige doorlassing vragen aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld ultrasoon of radiografisch. Welke methode waar past, staat in het artikel over de keuze van een NDO-methode. Wilt u het visueel onderzoek onafhankelijk laten uitvoeren of structureel laten borgen, dan valt dat onder lasinspectie en QA/QC.

Veelgestelde vragen

Minimaal 350 lux op het te onderzoeken oppervlak, bij voorkeur 500 lux. Meet dit op de plek van de las zelf, niet ergens in de hal. Binnen in profielen en onder constructies is aanvullende verlichting bijna altijd nodig.

ISO 17637 vraagt een onderzoeker met voldoende kennis van de normen, het lasproces en de te beoordelen onvolkomenheden, en met een aantoonbaar goed gezichtsvermogen. Certificering volgens ISO 9712 wordt aanbevolen en door veel opdrachtgevers geëist, maar is niet in alle gevallen verplicht.

Een lasser controleert zijn eigen werk altijd, en dat is waardevol. Het vastgelegde eindonderzoek laat u bij voorkeur uitvoeren door iemand die daarvoor is aangewezen en aantoonbaar bekwaam is. Veel specificaties eisen dat dit onafhankelijk van de productie gebeurt.

Bij EXC1 geldt in de regel alleen visueel onderzoek. Vanaf EXC2 schrijft EN 1090-2 voor bepaalde verbindingen een percentage aanvullend onderzoek voor, dat toeneemt met de klasse. Visueel onderzoek blijft altijd de eerste stap: een visueel afgekeurde las gaat niet door naar aanvullend onderzoek.

Heeft u een lastechnische vraag?

Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

WhatsApp