Lasvervorming is een van de meest kostbare problemen in de metaalbewerking. Een constructie die na het lassen scheef, krom of golvend is, moet worden gericht, nabewerkt of in het ergste geval opnieuw gemaakt. Vervorming is echter geen toeval: het is het voorspelbare gevolg van uitzetten en krimpen tijdens het lassen. Wie de oorzaken begrijpt, kan lasvervorming beperken tot binnen de toleranties.
In dit artikel leest u hoe krimp ontstaat, welke soorten vervorming er zijn en welke maatregelen werken: een doordachte lasvolgorde, voorbuigen en opspannen, balanceren rond de neutrale lijn, richten achteraf en vooral slimme ontwerpkeuzes.

Tijdens het lassen wordt het materiaal plaatselijk tot boven het smeltpunt verhit. Het hete gebied wil uitzetten, maar wordt tegengehouden door het koude materiaal eromheen. Het wordt daardoor gestuikt en plastisch vervormd. Bij het afkoelen krimpt het lasmetaal en de verhitte zone, maar nu meer dan de oorspronkelijke uitzetting. Die netto krimp trekt aan de omliggende delen en veroorzaakt vervorming, restspanning of beide.
Er geldt een eenvoudige wisselwerking: hoe meer u de constructie vasthoudt, hoe minder vervorming en hoe meer restspanning. Hoe vrijer de constructie, hoe meer vervorming en hoe minder restspanning. Het doel is een balans die past bij de eisen aan maatvoering en sterkte.
Het materiaal speelt ook een rol. Austenitisch roestvast staal zet ongeveer anderhalf keer zoveel uit als koolstofstaal en geleidt warmte slechter, waardoor het duidelijk meer vervormt. Aluminium zet sterk uit, maar voert warmte snel af.
In de praktijk ziet u een aantal herkenbare vormen, vaak in combinatie:
Het herkennen van de vorm is de eerste stap, want elke vorm vraagt een andere maatregel.
De meest effectieve maatregel is minder krimpend volume inbrengen. Elke overbodige millimeter lasmetaal geeft extra krimp.
Minder lasmetaal bespaart bovendien laskosten, zodat deze maatregel zich dubbel terugbetaalt.
Een doordachte lasvolgorde verdeelt de krimp zodat de effecten elkaar opheffen. Belangrijke technieken zijn:
Leg de lasvolgorde vast in de WPS of in een aparte lasvolgordetekening, zodat die niet van de individuele lasser afhangt.
U kunt vervorming ook vooraf compenseren. Bij voorbuigen of voorzetten plaatst u de delen onder een kleine hoek, zodat de hoekvervorming ze tijdens het lassen precies op de juiste positie trekt. De benodigde hoek volgt uit ervaring of proefstukken.
Opspannen met klemmen, mallen, spanstrips of verstijvingen houdt de delen op hun plek. Dat beperkt vervorming, maar verhoogt de restspanning en daarmee bij scheurgevoelige staalsoorten het risico op koudscheuren. Laat de constructie daarom afkoelen voordat u de klemmen losneemt. Hechtlassen verdient evenveel aandacht als de las zelf: een goede hechtvolgorde, voldoende hechtpunten en een gelijkmatige naadopening voorkomen dat de naad tijdens het lassen dichtloopt.
Lukt het niet om binnen de tolerantie te blijven, dan wordt de constructie gericht. Mechanisch richten met een pers of richtbank is voorspelbaar, maar vraagt voldoende kracht en kan bij hoogsterktestaal leiden tot ongewenste koudvervorming. Vlamrichten gebruikt het krimpprincipe juist in uw voordeel: u verhit plaatselijk een gebied, dat bij afkoelen krimpt en de vervorming terugtrekt.
Bij vlamrichten is de maximale temperatuur bepalend. Voor gangbaar constructiestaal ligt die rond 600 tot 650 graden Celsius, voor thermomechanisch gewalste en veredelde stalen vaak lager. Volg de gegevens van de staalproducent en de eisen van EN 1090-2. Bij roestvast staal is vlamrichten minder geschikt vanwege verkleuring en het risico op verminderde corrosieweerstand. Richten is altijd een correctie achteraf, en het kost tijd en geld die u met een goede voorbereiding bespaart.
De grootste winst ligt in de ontwerpfase. Een constructeur die met de lastechniek meedenkt, voorkomt problemen die op de werkvloer nauwelijks nog op te lossen zijn.
Onafhankelijk lastechnisch advies in de ontwerp- en werkvoorbereidingsfase helpt om lasvolgorde, naadvorm en toleranties vooraf goed af te stemmen, zodat vervorming beheersbaar blijft.
In een paar klikken een vrijblijvende offerte op maat. U krijgt antwoord van een lascoördinator.
Onafhankelijk beoordeeld, aantoonbaar vastgelegd
De vragen die het vaakst gesteld worden.
Nee, zolang er wordt gelast, is er krimp. U kunt de vervorming wel zo beperken dat de constructie binnen de toleranties blijft, door volume, warmte, lasvolgorde, opspanning en ontwerp goed op elkaar af te stemmen.
Austenitisch roestvast staal heeft een grotere uitzettingscoëfficiënt en een lagere warmtegeleiding. De warmte blijft langer geconcentreerd rond de las en de krimp is groter. Beperk daarom de warmte-inbreng en gebruik stevige opspanmiddelen en een zorgvuldige lasvolgorde.
Spanningsarmgloeien verlaagt restspanningen en voorkomt dat een constructie later bij verspanen of in gebruik alsnog verloopt. Het corrigeert bestaande vervorming niet. Bij maatkritische onderdelen wordt daarom vaak eerst gegloeid en pas daarna op maat bewerkt.
De lasvolgorde wordt bij voorkeur vastgesteld door de werkvoorbereiding in overleg met de lascoördinator, en vastgelegd in de WPS of een lasvolgordetekening. Zo is die reproduceerbaar en niet afhankelijk van de voorkeur van een individuele lasser.
Stel hem gewoon. U krijgt persoonlijk antwoord van een lascoördinator die het werk zelf heeft gedaan, niet van een verkoper.
Stuur uw aanvraag Bellen 06 29 72 37 91