Normen & regelgeving·8 juni 2026·3 min lezen

Beeldkwaliteit bij radiografie: ISO 19232

Beeldkwaliteit bij radiografie: ISO 19232

Een radiografische opname die er goed uitziet, is nog geen bruikbare opname. Of de gevoeligheid voldoende was om de gezochte fouten te vinden, moet worden aangetoond. Daarvoor bestaat de beeldkwaliteitsmeter, in de praktijk de IQI genoemd.

Dit artikel legt uit welke typen er zijn, hoe u de vereiste klasse bepaalt en waarom een opname zonder zichtbare IQI-draad formeel waardeloos is.

De draadindicator

ISO 19232-1 beschrijft de draadindicator: een rij evenwijdige draden van oplopende diameter in een kunststof houder, elk met een nummer. De indicator wordt op het werkstuk gelegd, bij voorkeur aan de bronzijde, dwars op de las.

Op de opname moet een voorgeschreven draadnummer over een bepaalde lengte zichtbaar zijn. Is die draad niet te zien, dan is de gevoeligheid onvoldoende en is de opname ongeldig. Er bestaan uitvoeringen met verschillende materialen, zodat de indicator overeenkomt met het te onderzoeken materiaal.

De dubbeldraadindicator

ISO 19232-5 beschrijft de dubbeldraadindicator, waarmee de geometrische onscherpte en, bij digitale opnamen, de basis-ruimtelijke resolutie worden gemeten. Twee draden op korte afstand smelten op de opname samen zodra de onscherpte te groot is.

Die meting is vooral belangrijk bij digitale radiografie, omdat daar de pixelgrootte van de detector een extra beperking vormt. Bij film is de onscherpte vooral een kwestie van bronafmeting en afstanden.

De vereiste klasse bepalen

ISO 19232-3 geeft per materiaaldikte en per techniek welk draadnummer zichtbaar moet zijn. De eis is strenger voor klasse B dan voor klasse A uit ISO 17636, en strenger bij eenwandige dan bij dubbelwandige doorstraling.

De te hanteren klasse volgt uit de productnorm: EN 13445-5 voor drukvaten, EN 1090-2 voor staalbouw of de projectspecificatie. Neem die eis letterlijk over in de NDO-procedure, zodat de operator weet welk draadnummer hij moet halen. Zie radiografisch onderzoek.

Waar rapporten op stuklopen

Drie terugkerende bevindingen bij beoordeling van RT-rapporten: de IQI is niet op de opname zichtbaar, de IQI ligt aan de detectorzijde zonder dat dit is vermeld en gecompenseerd, en het bereikte draadnummer is niet genoteerd.

Elk van die drie maakt de opname als bewijsstuk onbruikbaar, hoe scherp het beeld ook oogt. Bij beoordeling van een dossier is dat een van de eerste controles die DEHAAS uitvoert. Zie NDO-begeleiding.

Veelgestelde vragen

Bij voorkeur aan de bronzijde, omdat dat de strengste situatie is. Kan dat niet, bijvoorbeeld bij een gesloten buis, dan mag hij aan de detectorzijde liggen, maar dan moet dat op de opname worden gemerkt met de letter F en wordt de eis gecorrigeerd.

Dan is de opname niet geldig en moet zij worden overgedaan met aangepaste parameters: langere belichtingstijd, andere energie, kleinere bron-detectorafstand of een gevoeliger filmklasse. Een opname net onder de eis accepteren is geen optie.

Ja, met ISO 17636-2 als uitvoeringsnorm. Daar komt de eis aan basis-ruimtelijke resolutie bij, gemeten met de dubbeldraadindicator, en gelden aanvullende eisen aan het beeldscherm en aan de beeldverwerking.

Minimaal een per opname, en bij lange opnamen of bij panoramische belichting meerdere, verdeeld over de lengte. De norm en de toegepaste techniek bepalen het aantal en de plaatsing.

Heeft u een lastechnische vraag?

Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

WhatsApp