

Petrochemie en procesindustrie
In de procesindustrie is laswerk zelden zichtbaar en altijd kritisch. Een leiding die faalt geeft niet alleen productieverlies maar een veiligheidsincident. Daarom is vrijwel alles geregeld in systeemklassen, lasplannen en inspectieomvang, en wordt elke las herleidbaar vastgelegd.
- ASME B31.3 en EN 13480 voor procesleidingen
- PMI en materiaalverwisseling voorkomen
- Lasplannen en NDO-omvang per systeemklasse
- Inspectie tijdens turnaround en revisie
DEHAAS werkt voor installateurs, apparatenbouwers en eindgebruikers in dit veld: van het opstellen van lasplannen en inspectieplannen tot toezicht tijdens een stop.
ASME B31.3 of EN 13480
Procesleidingen worden in Europa doorgaans onder EN 13480 gebouwd, in projecten met een Amerikaanse basis onder ASME B31.3. De twee verschillen fundamenteel in opzet: ASME werkt met P-nummers en een eigen kwalificatiesysteem volgens Section IX, EN met materiaalgroepen volgens ISO/TR 15608 en kwalificatie volgens EN ISO 15614-1.
Een WPQR uit het ene stelsel is niet zonder meer geldig in het andere. Werkt u in beide werelden, dan loont het om kwalificaties zo op te zetten dat zij aan beide voldoen. Zie ASME IX versus ISO 15614.
Materiaalverwisseling en PMI
De klassieke fout in de procesindustrie is een verkeerd materiaal in een systeem: een koolstofstalen fitting in een roestvaste leiding, of 304 waar 316 hoort. Optisch is dat niet te zien en het gaat jaren goed, tot het medium zijn werk doet.
Daarom wordt positieve materiaalidentificatie geeist, met een draagbare XRF-analysator op een percentage of op alle componenten, inclusief toevoegmateriaal en lasmetaal. Neem PMI op in het inspectie- en beproevingsplan met een duidelijke omvang, en let erop dat ook het lasmetaal wordt gemeten, niet alleen het basismateriaal.
Lasplan en NDO per systeemklasse
Elke leidingklasse krijgt zijn eigen eisen: materiaal, wanddikte, toevoegmateriaal, NDO-percentage, hardheidseis en eventuele warmtebehandeling. Dat wordt vastgelegd in een lasplan en per las bijgehouden in een lasregister, zodat achteraf te herleiden is wie welke las heeft gemaakt en welk onderzoek erop is gedaan.
Zonder lasregister is een systeem niet vrij te geven, hoe goed de lassen ook zijn. Zie weld map en lasregister en het kwaliteitsplan.
Turnaround: kwaliteit onder tijdsdruk
Tijdens een stop wordt in dagen gedaan wat anders maanden duurt, met veel ingehuurde lassers tegelijk. Dat is precies de situatie waarin kwalificaties verlopen blijken, waarin WPS-en niet bij het werk passen en waarin NDO achterloopt op de montage.
De oplossing is vooraf: kwalificaties controleren, lassers vooraf een proefstuk laten maken, WPS-en op de juiste diameters en posities gereed hebben en NDO-capaciteit meeplannen. DEHAAS voert die voorbereiding uit en is tijdens de stop aanwezig voor beoordeling en vrijgave.
Veelgestelde vragen
Positieve materiaalidentificatie is een meting van de chemische samenstelling van een component, meestal met draagbare XRF. Het is verplicht wanneer de projectspecificatie of de eindgebruiker het eist, wat in de petrochemie gebruikelijk is voor gelegeerde materialen en voor alles in kritische dienst.
Niet automatisch. De materiaalindeling, de essentiële variabelen en de beproevingseisen verschillen. In sommige gevallen kan een bestaande kwalificatie worden aangevuld met extra beproeving om aan beide te voldoen; dat moet per geval worden beoordeeld.
Dat volgt uit de leidingklasse en de norm. ASME B31.3 werkt met percentages per servicecategorie, EN 13480-5 met testgroepen. Normal fluid service onder B31.3 vraagt bijvoorbeeld 5 procent radiografisch, terwijl severe cyclic conditions naar 100 procent gaan.
Ja, wij verzorgen toezicht en vrijgave tijdens turnarounds, inclusief beoordeling van lasserskwalificaties ter plaatse en beoordeling van NDO-rapporten. Plan die inzet mee in de voorbereidingsfase, want dan is de winst het grootst.
Heeft u een lastechnische vraag?
Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

