Inspectie & QA/QC·21 mei 2026·4 min lezen

Weld map en lasregister: traceerbaarheid per las

Weld map en lasregister: traceerbaarheid per las

De weld map en het lasregister vormen samen het geheugen van uw lasproductie. De weld map is de tekening waarop elke las een uniek nummer heeft, het lasregister is de lijst die per lasnummer vastlegt wie de las heeft gelegd, volgens welke lasmethodebeschrijving, met welk materiaal en welk toevoegmateriaal, en welke inspecties erop zijn uitgevoerd met welk resultaat.

Zonder deze twee documenten is traceerbaarheid per las een loze belofte. Met een goed bijgehouden weld map en register beantwoordt u elke vraag van klant of keurende instantie in minuten in plaats van dagen, en bent u bij een gevonden fout in staat gericht te herstellen in plaats van breed te onderzoeken. In dit artikel leest u wat u vastlegt, hoe u het praktisch opzet en welke valkuilen u vermijdt.

Waarom traceerbaarheid per las

Traceerbaarheid per las is om drie redenen de moeite waard. Ten eerste de normen en contracten: kwaliteitsborging volgens ISO 3834-2 veronderstelt registraties die aantonen dat met gekwalificeerde lassers en goedgekeurde procedures is gewerkt, en EN 1090-2 vraagt in de hogere uitvoeringsklassen om herleidbaarheid van lasser naar las. Bij drukapparatuur onder PED 2014/68/EU is de herleidbaarheid onderdeel van de technische documentatie.

Ten tweede de beheersing tijdens het project: als een lasser door zijn herbeoordeling zakt of een NDO-resultaat een systematische fout laat zien, wilt u binnen een uur weten welke andere lassen geraakt zijn. Ten derde de faalkostenbeperking achteraf: bij schade of een claim jaren later bepaalt het register of u gericht kunt aantonen wat er is gebeurd, of moet terugvallen op aannames.

De weld map: elke las een nummer

De weld map is meestal een vereenvoudigde versie van de constructietekening of een isometrische weergave waarop alle lassen zijn genummerd. Praktische regels:

  • Gebruik een eenduidige, logische nummering per tekening of per spool, bijvoorbeeld tekeningnummer plus volgnummer, en verander nummers nooit tussentijds.
  • Nummer ook de montagelassen op locatie en de herstellassen; een herstel krijgt een herkenbare toevoeging aan het oorspronkelijke nummer, bijvoorbeeld R1.
  • Houd de weld map actueel bij wijzigingen: een vervallen las blijft zichtbaar als vervallen, zodat het register en de tekening blijven kloppen.
  • Zorg dat het nummer op de weld map terug te vinden is in het werk, door markering bij de las of een duidelijke locatiebeschrijving.

Bij pijpwerk is de weld map vaak per isometrische tekening opgezet, bij constructiewerk per samenstellingstekening. De vorm is vrij, de eis is eenduidigheid.

Het lasregister: wat legt u per las vast

Het lasregister, ook wel weld log of laslijst, bevat per lasnummer minimaal:

  • De verwijzing naar tekening en positie, en het naadtype met afmeting.
  • Het basismateriaal met chargenummer, gekoppeld aan het materiaalcertificaat, en het toevoegmateriaal met charge.
  • De toegepaste WPS, met daarachter de onderliggende methodekwalificatie volgens EN ISO 15614-1 of ASME IX.
  • De lasser of operator met stempelnummer en de kwalificatie volgens ISO 9606-1 waaronder de las valt.
  • De lasdatum en eventuele voorwarmte of warmtebehandeling.
  • De uitgevoerde inspecties per methode (VT, PT, MT, UT, RT) met rapportnummer, datum en resultaat.
  • De status: gereed, geaccepteerd, hersteld of vervallen.

Zo ontstaat per las een gesloten keten van materiaal, procedure, mens en bewijs. Precies die keten wordt bij dossierbeoordelingen gecontroleerd.

Praktische opzet: digitaal en direct bijgewerkt

Een spreadsheet met vaste kolommen volstaat voor de meeste projecten; grotere fabrikanten gebruiken er databases of lasbeheersoftware voor. Belangrijker dan het gereedschap is de discipline: het register wordt dagelijks bijgewerkt door iemand die daarvoor aangewezen is, meestal de werkvoorbereider of de QC-medewerker, op basis van de dagproductie en de binnengekomen inspectierapporten.

Koppel het register aan de inspectieplanning uit het ITP: dan is per las zichtbaar welke onderzoeken nog openstaan en kan de steekproefomvang van het NDO aantoonbaar worden gestuurd. Laat het register bij voorkeur automatisch percentages tellen, bijvoorbeeld het aandeel onderzochte lassen per lasser, zodat u afwijkende lassers vroeg herkent.

Veelgemaakte fouten

Deze fouten maken een lasregister waardeloos, hoe netjes het er ook uitziet:

  • Achteraf invullen aan het einde van het project, met gereconstrueerde in plaats van geregistreerde gegevens.
  • Chargenummers niet vastleggen op het moment van verwerken, waardoor de koppeling met certificaten later niet meer te maken is.
  • Herstellassen niet als aparte regel opnemen, waardoor het herstel en de herinspectie onzichtbaar blijven.
  • Lassers registreren die buiten hun geldigheidsbereik werken, zonder dat het register daarop controleert.
  • Verschillende versies van het register naast elkaar, zonder eenduidige beheerder.

Vondsten in het register die niet aan de eisen voldoen, horen via een afwijkingsrapport te lopen; zie ons artikel over het NCR.

De plek in het einddossier

Weld map en lasregister zijn de spil van het opleverdossier. In het MRB of MDR verbinden ze de materiaalcertificaten, de kwalificaties en de inspectierapporten tot een controleerbaar geheel: wie een lasnummer opzoekt, vindt via het register alle bijbehorende documenten. Hoe dat dossier verder is opgebouwd leest u in het artikel over het MRB en MDR.

Ons advies: behandel de weld map en het register vanaf dag een als leidende documenten, niet als administratie achteraf. Wijs een eigenaar aan, werk dagelijks bij en controleer wekelijks op volledigheid. De uren die dat kost, verdienen zich bij de eerste dossierbeoordeling of de eerste zoekvraag dubbel terug.

Veelgestelde vragen

De verplichting volgt uit norm en contract. ISO 3834-2 en EN 1090-2 in de hogere uitvoeringsklassen veronderstellen herleidbare lasregistraties, en bij drukapparatuur is herleidbaarheid onderdeel van de technische documentatie. Ook waar het niet hard verplicht is, is het register het gangbare bewijsmiddel.

Voor herleidbaarheid per las wel. Bij grote series identieke lassen staan normen en klanten soms groepsregistratie toe, bijvoorbeeld per samenstel of per werkorder. Leg zo'n vereenvoudiging altijd vooraf schriftelijk vast met de klant, nooit stilzwijgend.

Wijs een eigenaar aan, meestal de werkvoorbereider of QC-medewerker. Lassers leveren de dagelijkse gegevens aan, bijvoorbeeld via een daglijst of stempelkaart, maar een centrale beheerder bewaakt volledigheid, kwalificatiebereik en de koppeling met inspectierapporten.

Geef het herstel een eigen regel met een herkenbaar nummer, bijvoorbeeld het lasnummer met toevoeging R1. Registreer de herstelprocedure, de lasser, de datum en de volledige herinspectie. Het oorspronkelijke resultaat blijft zichtbaar, zodat de historie compleet is.

Heeft u een lastechnische vraag?

Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

WhatsApp