DEHAAS
Home
Diensten
Sectoren
Kennisbank
Werkgebied
Over ons Contact English Offerte aanvragen

Ferrietmeting in roestvast en duplex lasmetaal

KennisbankLeestijd: 2 minutenBijgewerkt: 5 november 2026

Het ferrietgehalte in roestvast lasmetaal is een van de weinige eigenschappen die u op de werkvloer in een minuut kunt meten en die direct iets zegt over de betrouwbaarheid van de las. Te weinig ferriet betekent scheurrisico, te veel betekent verlies aan taaiheid en corrosieweerstand.

Dit artikel legt uit waar die grenzen vandaan komen, hoe u correct meet en welke eisen in de praktijk voorkomen.

Ferrietmeting in roestvast en duplex lasmetaal bij DEHAAS

1. Waarom ferriet ertoe doet

Bij austenitisch roestvast staal wordt bewust een kleine hoeveelheid deltaferriet in het lasmetaal gebracht, doorgaans 3 tot 10 FN. Die ferriet neemt zwavel en fosfor op en voorkomt zo warmscheuren tijdens het stollen. Volledig austenitisch lasmetaal is scheurgevoelig.

Te veel ferriet heeft echter nadelen: bij langdurige bedrijfstemperaturen boven ongeveer 300 graden kan sigmafase ontstaan, die het materiaal bros maakt, en bij cryogene toepassingen kost ferriet kerftaaiheid. Ook is ferriet magnetisch, wat in sommige toepassingen ongewenst is.

2. Bij duplex is het de kern van de zaak

Duplex roestvast staal dankt zijn eigenschappen aan een verhouding van ongeveer 50 procent austeniet en 50 procent ferriet. Lassen verstoort dat evenwicht: snelle afkoeling laat te veel ferriet achter, trage afkoeling te weinig.

ISO 17781 en de meeste projectspecificaties eisen daarom een ferrietgehalte tussen ongeveer 30 en 70 procent in het lasmetaal en in de warmte beinvloede zone. Buiten dat venster daalt de corrosieweerstand en de taaiheid, ook al ziet de las er goed uit. Zie duplex lassen.

3. Meten met de ferritoscoop

De ferritoscoop werkt met magnetische inductie: de sonde meet hoe sterk het materiaal magnetisch reageert en rekent dat om naar een ferrietgetal FN of naar volumeprocent. Het apparaat wordt geijkt met genormeerde referentiemonsters voor elke meting.

Meet op een geslepen, schoon en vlak oppervlak. Ruwheid, aanloopkleur en restanten van slak geven te lage waarden. Meet op meerdere plaatsen en neem het gemiddelde, want het ferrietgehalte varieert per rups en is in de deklaag anders dan in de wortel.

4. Welke waarden u verwacht

Bij 308L en 316L lasmetaal ligt het gehalte doorgaans tussen 5 en 12 FN. Specificaties eisen vaak een minimum van 3 FN tegen warmscheuren en een maximum van 10 of 12 FN voor toepassingen bij verhoogde temperatuur. Voor cryogene dienst wordt soms een strakker maximum gesteld.

Wijkt de meting sterk af, kijk dan naar het toevoegmateriaal, naar de verdunning met het basismateriaal en naar de warmte-inbreng. Een te hoge verdunning met koolstofstaal verlaagt het ferrietgetal én de corrosieweerstand. Zie ongelijksoortige verbindingen.

Offerte samenstellen

Stel uw aanvraag samen

In een paar klikken een vrijblijvende offerte op maat. U krijgt antwoord van een lascoördinator.

Lasinspectie op locatie door DEHAAS Onafhankelijk beoordeeld, aantoonbaar vastgelegd
Offerte samenstellen
12345
Stap 1 van 5

Waar gaat het om?

Kies gerust meer dan één optie.

Wat is de situatie?

Zo weten we meteen waar het om draait.

Wanneer moet het klaar zijn?

Een inschatting is genoeg.

Tekening, WPS of foto meesturen?

Een lasnaadfoto, een WPS of een tekening maakt het antwoord meteen concreet. Overslaan mag ook.

Waar mogen we het antwoord naartoe sturen?

Wij nemen contact met u op om uw aanvraag te bespreken.

Gratis en vrijblijvend In 1 minuut ingevuld Persoonlijk antwoord

Veelgestelde vragen

De vragen die het vaakst gesteld worden.

Wat is het verschil tussen FN en volumeprocent?

FN, het ferrietgetal, is een gestandaardiseerde schaal die via magnetische meting wordt bepaald en bij lage gehaltes ongeveer gelijk loopt met volumeprocent. Boven ongeveer 10 lopen ze uiteen. Vermeld altijd welke eenheid u rapporteert, want een eis van 10 betekent iets anders in FN dan in procent.

Kan ik ferriet in het basismateriaal meten?

Ja, en bij duplex wordt dat ook gedaan, maar bij austenitisch basismateriaal hoort het gehalte vrijwel nul te zijn. Meet u daar toch een waarde, dan kan dat duiden op vervormingsmartensiet door koud bewerken of op een verkeerd geleverde staalsoort.

Beinvloedt de meetplaats het resultaat?

Sterk. De deklaag koelt anders af dan de wortel en bevat minder verdunning met het basismateriaal. Meet daarom volgens een vaste, in de procedure vastgelegde systematiek en rapporteer waar is gemeten.

Wat doe ik bij een te laag ferrietgehalte?

Controleer eerst het toevoegmateriaal en het gebruikte lot. Daarna de verdunning: te veel opmenging met een laag gelegeerd basismateriaal verlaagt het ferriet. Aanpassen doet u via toevoegmateriaal met een hoger ferrietgetal of via een lagere verdunning.

Verder lezen

Een vraag over een lasnorm, een WPS of een inspectie?

Stel hem gewoon. U krijgt persoonlijk antwoord van een lascoördinator die het werk zelf heeft gedaan, niet van een verkoper.

Stuur uw aanvraag Bellen 06 29 72 37 91
Aanvraag doen
Stuur ons een WhatsApp