
Lassen aan verzinkt staal gebeurt dagelijks en gaat vaak mis op drie punten tegelijk: de gezondheid van de lasser, de kwaliteit van de las en de corrosiebescherming die door het lassen verdwijnt. Alle drie zijn beheersbaar, maar niet zonder maatregelen.
Dit artikel behandelt wat zink doet in de boog, hoe u poreuze lassen voorkomt en hoe u de zinklaag herstelt.
Zinkdamp en gezondheid
Zink verdampt bij ongeveer 907 graden, ruim onder de smelttemperatuur van staal. In de boog komt dus altijd zinkdamp vrij, die als fijne zinkoxidedeeltjes wordt ingeademd. Dat veroorzaakt metaaldampkoorts: griepachtige klachten enkele uren na het lassen, die na een dag verdwijnen maar bij herhaling niet onschuldig zijn.
Bronafzuiging is hier geen aanbeveling maar noodzaak, aangevuld met adembescherming waar afzuiging niet effectief is. De grenswaarde voor zinkoxide wordt bij lassen aan verzinkt materiaal zonder afzuiging snel overschreden. Zie lasrook en arbeidsomstandigheden.
Porositeit en spatten
De zinkdamp ontstaat vóór het staal smelt en wordt in het smeltbad opgenomen. Bij het stollen ontsnapt hij, wat leidt tot porositeit, spatten en een onrustige boog. Het resultaat is een las die er slecht uitziet en die bij onderzoek vaak wordt afgekeurd.
De beste oplossing is de zinklaag lokaal verwijderen, ongeveer 20 tot 50 mm aan weerszijden van de naad, met slijpen of stralen. Kan dat niet, werk dan met een lagere lassnelheid en een licht slepende toortshoek, zodat de damp tijd krijgt te ontsnappen voordat het bad stolt.
Vloeibaarmetaalverbrossing
Bij hogesterktestaal en bij roestvast staal kan vloeibaar zink langs korrelgrenzen indringen en het materiaal plaatselijk bros maken. Dat verschijnsel, liquid metal embrittlement, veroorzaakt scheuren die soms pas later zichtbaar worden.
Bij austenitisch roestvast staal is het risico reëel: een druppel gesmolten zink op een heet RVS-oppervlak is genoeg. Houd verzinkt materiaal daarom gescheiden van roestvast werk en gebruik geen verzinkte hulpstukken of klemmen bij RVS-laswerk.
De zinklaag herstellen
Na het lassen is de zinklaag rond de naad verdwenen of verbrand. Die zone corrodeert als eerste. Herstel gebeurt met zinkrijke verf, met thermisch spuiten of met zinksoldeerstaven, afhankelijk van de eis.
ISO 1461 beschrijft de eisen aan herstel van thermisch verzinkte oppervlakken, waaronder de minimale laagdikte, die doorgaans gelijk of iets hoger moet zijn dan de oorspronkelijke laag. Neem die stap op in het inspectieplan, want hij wordt op de werkvloer vaak vergeten.
Veelgestelde vragen
Voor een goede las bij voorkeur wel. Bij niet-kritische verbindingen wordt er vaak doorheen gelast, met meer spatten en porositeit als gevolg. Bij constructieve lassen en bij eisen aan het kwaliteitsniveau is verwijderen de enige betrouwbare route.
Ja, en dat is vaak de betere volgorde. Let dan wel op ontluchtings- en afloopgaten in gesloten profielen, op de vervorming door het zinkbad en op de kans op zinkbrosheid bij dikke lassen en hoge restspanning.
Bronafzuiging zo dicht mogelijk bij de boog, aangevuld met ruimteventilatie. Bij werk in besloten ruimten of waar afzuiging niet bij kan, is onafhankelijke adembescherming vereist. Dit is een van de situaties waarin een stofmaskertje niet volstaat.
De lasmethodekwalificatie wordt op blank materiaal uitgevoerd. Wordt in productie door de zinklaag gelast, dan is dat een afwijking van de omstandigheden waaronder is gekwalificeerd, en dat moet in de WPS en in de procedure zijn beschreven.
Meer uit de kennisbank
Heeft u een lastechnische vraag?
Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

