
Lasrook is sinds 2017 door de Europese Commissie als kankerverwekkend geclassificeerd, en chroom VI uit roestvast laswerk heeft in Nederland een wettelijke grenswaarde die bij ongeventileerd lassen binnen minuten wordt overschreden. De vrijblijvendheid is daarmee verdwenen.
Dit artikel zet de verplichtingen op een rij en beschrijft wat in de praktijk werkt.
Wat er in lasrook zit
Lasrook bestaat uit zeer fijne metaaloxidedeeltjes, doorgaans onder een micrometer, die diep in de longen doordringen. De samenstelling hangt af van het basismateriaal, het toevoegmateriaal, de coating en het proces.
De zorgwekkende bestanddelen zijn chroom VI bij roestvast staal, mangaan bij vrijwel alle staalsoorten, nikkel bij gelegeerd werk en zink bij verzinkt materiaal. Chroom VI en nikkel zijn kankerverwekkend, mangaan is neurotoxisch bij langdurige blootstelling.
Grenswaarden
In Nederland geldt voor chroom VI een wettelijke grenswaarde van 1 microgram per kubieke meter als achturig gemiddelde. Voor mangaan gelden waarden van 0,2 milligram per kubieke meter voor de inhaleerbare fractie en 0,05 voor de respirabele fractie. Voor nikkelverbindingen gelden eveneens lage grenswaarden.
Die getallen zijn laag: bij het lassen van roestvast staal zonder afzuiging is de chroom VI-grenswaarde binnen enkele minuten overschreden. Toetsen doet u met een blootstellingsbeoordeling, niet op gevoel.
De arbeidshygienische strategie
De wet schrijft een volgorde voor. Eerst bronaanpak: een ander proces of toevoegmateriaal dat minder rook geeft, bijvoorbeeld massieve draad in plaats van gevulde draad, of een puls-boog in plaats van kortsluitboog. Daarna technische maatregelen: bronafzuiging aan de toorts of met een afzuigarm, aangevuld met ruimteventilatie.
Pas als die onvoldoende zijn, komt persoonlijke bescherming in beeld: een aangeblazen lashelm met filterklasse TH3. Een stofmasker voldoet bij chroom VI niet. Die volgorde omdraaien, dus meteen naar een masker grijpen, is in strijd met de wet.
Wat de werkgever moet vastleggen
In de risico-inventarisatie en -evaluatie moet de blootstelling aan lasrook zijn beoordeeld, met een plan van aanpak. Bij kankerverwekkende stoffen komt daar een register bij van werknemers die eraan zijn blootgesteld, en periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek.
Onderhoud en controle van de afzuiging horen ook vastgelegd te worden: een afzuigarm die niet wordt bijgesteld of een filter dat vol zit, levert schijnveiligheid. Bij een inspectie is dat een van de eerste punten die wordt bekeken.
Veelgestelde vragen
Alleen als aanvulling, niet als hoofdmaatregel, en dan een aangeblazen helm met de juiste filterklasse. De wet eist eerst bronaanpak en technische maatregelen. Bij chroom VI is een eenvoudig stofmasker hoe dan ook onvoldoende.
De grenswaarden zijn achturig gemiddelden, dus kort werk telt naar rato mee. Maar bij chroom VI is de grenswaarde zo laag dat ook kortdurend werk zonder afzuiging bijdraagt aan overschrijding, zeker als het dagelijks terugkomt.
TIG geeft veruit de minste rook, gevolgd door massieve draad onder gas. Gevulde draad en beklede elektrode geven aanzienlijk meer. Overstappen op een rookarmer proces is vaak de goedkoopste maatregel, maar het raakt wel de kwalificatie.
U moet de blootstelling beoordelen. Dat kan met metingen of met een gevalideerd model, mits onderbouwd. Bij kankerverwekkende stoffen ligt de lat hoog, dus een meting door een arbeidshygienist is doorgaans de veiligste route.
Meer uit de kennisbank
Heeft u een lastechnische vraag?
Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.
