Drukapparatuur

Drukapparatuur

Drukapparatuur is het gebied waar lastechniek het strengst is geregeld. Niet alleen de constructie maar ook de lasmethode, de lasser en het toevoegmateriaal moeten aantoonbaar geschikt zijn, en boven een bepaalde categorie moet een aangewezen instantie daar zelf naar kijken. Wie dat traject verkeerd plant loopt maanden vertraging op.

  • PED 2014/68/EU en de keuringsmodules
  • WPQR's goedgekeurd door de aangewezen instantie
  • MRB en eindboek dat de keuring doorstaat
  • Materiaal- en toevoegmateriaalgoedkeuring

DEHAAS begeleidt fabrikanten van vaten, warmtewisselaars, leidingsystemen en skids door dat traject, van de eerste procedurekeuze tot het eindboek dat bij oplevering op tafel ligt.

Categorie, module en wat dat betekent

De PED deelt apparatuur in categorieën I tot IV in, op basis van druk, volume of nominale diameter, en de gevaarlijkheid van het medium. Die categorie bepaalt de keuringsmodule: van eigen verklaring bij categorie I tot volledige kwaliteitsborging met toezicht van een aangewezen instantie bij categorie IV.

Vanaf categorie II moeten lasmethoden en lassers door een aangewezen instantie of een erkende derde partij zijn goedgekeurd. Dat is geen formaliteit achteraf: het proefstuk moet worden bijgewoond of het rapport moet worden geaccepteerd voordat het productielaswerk telt. Zie PED en lassen.

EN 13445 of AD 2000

In Nederland en een groot deel van Europa wordt EN 13445 gebruikt als geharmoniseerde norm voor onbevuurde drukvaten; in de Duitse markt komt AD 2000 nog vaak voor. Beide leiden tot PED-conformiteit, maar de eisen aan lasnaadfactoren, NDO-omvang en beproeving verschillen.

De lasnaadfactor is het punt dat het meeste geld kost: een factor 1,0 vraagt 100 procent volumetrisch onderzoek, een lagere factor betekent een dikkere wand maar minder onderzoek. Die afweging hoort in de engineeringfase gemaakt te worden, niet als de platen al gerold zijn. Zie EN 13445 uitgelegd.

Materiaal en toevoegmateriaal

Onder de PED moet materiaal ofwel voldoen aan een geharmoniseerde norm, ofwel een Europese materiaalgoedkeuring of een particuliere materiaalbeoordeling hebben. Dat geldt ook voor toevoegmateriaal. Een certificaat 3.1 volgens EN 10204 is de ondergrens; voor drukdragende delen in de hogere categorieën is 3.2 vaak vereist, met medeondertekening door de aangewezen instantie.

Controleer dat vóór inkoop. Materiaal dat al is ingekocht en niet de juiste beoordeling heeft, is in dit traject vrijwel altijd een verliespost. Zie materiaalcertificaten 3.1 en 3.2.

Het MRB als eindproduct

Bij oplevering telt niet alleen het apparaat maar ook het dossier. Het Manufacturing Record Book bevat de tekeningen, de berekening, de materiaalcertificaten met traceerbaarheid, de WPS-en en WPQR's, de lassercertificaten, het lasplan met lasregister, de NDO-rapporten, de warmtebehandelingsgrafieken, het drukproefrapport en de afhandeling van afwijkingen.

Een incompleet MRB houdt de oplevering tegen, ook als het apparaat technisch in orde is. DEHAAS stelt de structuur vooraf vast en bewaakt gedurende het project dat elk document op het juiste moment wordt aangemaakt. Zie opbouw van een MRB.

Warmtebehandeling en beproeving

Spanningsarmgloeien is bij drukapparatuur vaak verplicht boven een bepaalde wanddikte of bij bepaalde staalsoorten. De gloeicyclus moet worden vastgelegd met gekalibreerde thermokoppels en een grafiek die opwarmsnelheid, houdtijd en afkoelsnelheid aantoont. Zie PWHT en spanningsarmgloeien.

De afsluitende drukproef, hydrostatisch of in bijzondere gevallen pneumatisch, wordt bijgewoond door de aangewezen instantie. Bij pneumatisch beproeven gelden zware aanvullende veiligheidseisen; dat is geen keuze die u op de dag zelf maakt.

Veelgestelde vragen

Vanaf categorie II volgens de PED. De instantie beoordeelt het proefstuk, de beproeving en het rapport, of woont het lassen bij. Een WPQR die alleen door uzelf is afgetekend is in die categorieën niet geldig voor drukdragende lassen.

Alleen onder voorwaarden. De WPQR moet op naam van de fabrikant staan of overdraagbaar zijn volgens de regels van de norm en de instantie, en het lassen moet onder verantwoordelijkheid van dezelfde lascoordinatie plaatsvinden. Zie WPQR's van derden overnemen.

Bij EN 13445 hoort factor 1,0 bij 100 procent volumetrisch onderzoek van de langs- en rondnaden, factor 0,85 bij een beperkt percentage en factor 0,7 bij overwegend visueel onderzoek. De exacte eisen staan in EN 13445-5 en hangen af van de testgroep.

Reken op zes tot twaalf weken vanaf het besluit tot een goedgekeurde WPQR: inplannen van de instantie, lassen van het proefstuk, beproeving in een geaccrediteerd laboratorium en rapportage. Begin daarmee zodra de order binnen is, niet als de productie start.

Heeft u een lastechnische vraag?

Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

WhatsApp