
Toleranties zijn in de staalbouw de stilste bron van discussie. Ze staan zelden op de tekening, ze worden zelden gemeten, en pas bij montage blijkt dat twee delen niet passen. EN 1090-2 regelt ze wel degelijk, in twee categorieën met een heel verschillend karakter.
Dit artikel legt uit wat essentiële en functionele toleranties zijn, wie ze vaststelt en hoe u ze in de praktijk beheerst zonder een meetprogramma op te tuigen dat niemand bijhoudt.
Essentieel of functioneel
Essentiële toleranties raken de mechanische sterkte en stabiliteit van de constructie. Denk aan de rechtheid van een kolom, de scheluwte van een ligger en de plaatsing van boutgaten in een verbinding. Zij zijn in EN 1090-2 bijlage D vastgelegd en niet onderhandelbaar: overschrijding betekent dat de constructieve aannames niet meer kloppen.
Functionele toleranties gaan over pasvorm en uiterlijk: of delen netjes aansluiten, of een gevel vlak oogt. Daarvoor kent de norm klasse 1 en klasse 2, waarbij klasse 2 strenger is. Welke klasse geldt moet in het bestek staan; ontbreekt dat, dan geldt klasse 1.
Waar het in de praktijk misgaat
De meest voorkomende afwijking is scheluwte in samengestelde liggers, ontstaan door een asymmetrische lasvolgorde. De tweede is de positie van kopplaten en boutgaten, waarbij de krimp van de lassen wordt onderschat. De derde is lengtemaat na het lassen, doordat dwarskrimp per naad optelt.
Alle drie zijn te voorkomen met een lasvolgorde die de krimp verdeelt en met voorspannen. Achteraf richten kan, maar bij thermomechanisch en veredeld staal gelden temperatuurgrenzen. Zie lasvolgorde plannen.
Meten en vastleggen
De norm schrijft geen meetmiddel voor, maar wel dat het meetmiddel geschikt en gekalibreerd moet zijn. Voor grotere constructies is een totalstation of een 3D-scanner efficiënter dan meetlint en waterpas, en het levert meteen een rapport.
Leg per productstap vast wat er gemeten wordt en door wie, en neem dat op in het inspectie- en beproevingsplan. Een handtekening op een meetstaat zonder meetwaarden is bij een audit een bevinding. Zie een ITP opstellen.
Bij overschrijding
Een overschrijding van een functionele tolerantie is doorgaans met de opdrachtgever te bespreken en kan met een concessie worden afgehandeld. Een overschrijding van een essentiële tolerantie is dat niet zonder meer: die moet constructief worden beoordeeld, want zij raakt de sterkte.
In beide gevallen hoort de afwijking als NCR te worden vastgelegd, met oorzaak, voorgestelde afhandeling en goedkeuring. Corrigeren zonder registratie betekent dat het probleem de volgende serie gewoon terugkomt. Zie NCR-afhandeling.
Veelgestelde vragen
Dan geldt voor functionele toleranties klasse 1. Essentiële toleranties gelden altijd, ongeacht wat er in het bestek staat, omdat zij samenhangen met de constructieve berekening.
Ja, mits binnen de temperatuurgrenzen van het staal en met een vastgelegde werkwijze. Bij normaalgegloeid staal is de marge ruim, bij thermomechanisch staal en veredeld staal beperkt en bij twijfel moet de staalfabrikant worden geraadpleegd.
Nee. Toleranties gaan over de maatvoering van de constructie, lasonvolkomenheden over de kwaliteit van de las zelf. Die laatste zijn geregeld in ISO 5817. Beide moeten worden vastgelegd; ze vervangen elkaar niet.
De fabrikant meet als onderdeel van zijn fabrieksproductiebeheersing en legt dat vast. De opdrachtgever of een derde partij kan steekproefsgewijs verifiëren. Wie wat doet en wanneer, hoort in het inspectieplan te staan.
Meer uit de kennisbank
Heeft u een lastechnische vraag?
Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

