Welke norm op uw laswerk van toepassing is, hangt niet af van wat u last maar van wat u maakt en waarvoor het dient. Een stalen hal valt onder EN 1090-2, hetzelfde laswerk in een drukvat valt onder de PED, en in een spoorvoertuig geldt EN 15085. Op deze pagina ziet u per producttype welke norm geldt, wat u moet kunnen aantonen, wie dat mag doen, welk acceptatieniveau erbij hoort en hoeveel niet-destructief onderzoek gebruikelijk is.
Alles hieronder is indicatief en bedoeld om u snel de goede richting in te helpen. De bindende eis staat altijd in het ontwerp, het contract of de risicobeoordeling. Twijfelt u, bel dan gerust: u krijgt antwoord van een lascoördinator.
Kies wat u maakt. U ziet meteen welke norm van toepassing is, wat u moet kunnen aantonen en wie dat mag doen. Indicatief: de definitieve eis staat in het ontwerp of het contract.
Niets gevonden. Bel gerust, dan zoeken wij het voor u uit.
De WPQR's worden afgegeven door een erkende examinator of keuringsinstantie. De FPC wordt beoordeeld door een notified body.
EN 1090-2 leidt de EXC af uit de gevolgklasse, de gebruikscategorie en de productiecategorie.
Indicatief. De definitieve norm en klasse volgen uit het ontwerp, het contract of de risicobeoordeling.
Vanaf categorie II is een notified body of recognised third party organisation betrokken bij de kwalificaties.
Indicatief. De definitieve norm en klasse volgen uit het ontwerp, het contract of de risicobeoordeling.
Kwalificaties binnen de PED-scope lopen via een erkende derde partij; de dagelijkse bewaking doet de lascoördinator.
Indicatief. De definitieve norm en klasse volgen uit het ontwerp, het contract of de risicobeoordeling.
De lascoördinator bewaakt de uitvoering; de eindkeuring loopt vaak via een onafhankelijke inspectie-instantie.
Indicatief. De definitieve norm en klasse volgen uit het ontwerp, het contract of de risicobeoordeling.
Het klassebureau keurt en geeft vrij. Wij bereiden het dossier voor en begeleiden de survey.
Indicatief. De definitieve norm en klasse volgen uit het ontwerp, het contract of de risicobeoordeling.
De certificatie-instelling beoordeelt het bedrijf. De lascoördinator bewaakt de dagelijkse uitvoering.
Indicatief. De definitieve norm en klasse volgen uit het ontwerp, het contract of de risicobeoordeling.
De fabrikant verklaart zelf conformiteit. Wij zorgen dat het lasdeel van het dossier klopt.
Indicatief. De definitieve norm en klasse volgen uit het ontwerp, het contract of de risicobeoordeling.
De lascoördinator bewaakt de uitvoering; NDO door een gekwalificeerd bureau volgens ISO 9712.
Indicatief. De definitieve norm en klasse volgen uit het ontwerp, het contract of de risicobeoordeling.
De opdrachtgever stelt de hygiëne-eisen. Wij vertalen die naar WPS, controle en rapportage.
Indicatief. De definitieve norm en klasse volgen uit het ontwerp, het contract of de risicobeoordeling.
Kwalificaties lopen via een erkende derde partij. Wij stellen de WPS op en bewaken de uitvoering.
Indicatief. De definitieve norm en klasse volgen uit het ontwerp, het contract of de risicobeoordeling.
De opdrachtgever of zijn directievoerder keurt het lasplan. Wij stellen het op en bewaken de uitvoering.
EN 1090-2 leidt de EXC af uit de gevolgklasse, de gebruikscategorie en de productiecategorie.
Indicatief. De definitieve norm en klasse volgen uit het ontwerp, het contract of de risicobeoordeling.
Dezelfde route als staal, maar met andere normen. Dat wordt in de praktijk vaak door elkaar gehaald.
Indicatief. De definitieve norm en klasse volgen uit het ontwerp, het contract of de risicobeoordeling.
De opdrachtgever legt de eisen vast in het bestek. Wij vertalen ze naar WPS en controleplan.
Indicatief. De definitieve norm en klasse volgen uit het ontwerp, het contract of de risicobeoordeling.
Een second opinion van een onafhankelijke partij maakt het verschil in een discussie over afkeur.
Indicatief. De definitieve norm en klasse volgen uit het ontwerp, het contract of de risicobeoordeling.
CC1 bij gering gevolg van bezwijken, CC2 bij normaal gevolg en CC3 als bezwijken grote gevolgen heeft voor mensenlevens of de omgeving. De gevolgklasse komt uit EN 1990, bijlage B, en hoort door de constructeur te zijn vastgelegd.
SC1 voor overwegend statisch belaste constructies, SC2 zodra vermoeiing, seismische belasting of kraanbanen in het spel zijn.
PC1 als er niet boven S355 gelast wordt en er geen bijzondere eisen zijn, PC2 bij hogere staalsoorten, holle profielen met knooppuntlassen, warmbehandeling of zwaar laswerk.
Met de drie keuzes leest u in tabel B.3 van EN 1090-2 de uitvoeringsklasse EXC1 tot EXC4 af. In de Nederlandse staalbouw komt EXC2 het vaakst voor.
De uitvoeringsklasse hoort op de tekening of in het bestek te staan. Staat hij er niet, vraag er dan om: hij bepaalt uw WPS, uw NDO-omvang en uw acceptatiecriteria.
In een paar klikken een vrijblijvende offerte op maat. U krijgt antwoord van een lascoördinator.
Onafhankelijk beoordeeld, aantoonbaar vastgelegd
Veelgestelde vragen over normen en uitvoeringsklassen
Dat volgt uit het product en de toepassing, niet uit het lasproces. Een draagconstructie van staal valt onder EN 1090-2, drukapparatuur onder de PED en EN 13445 of EN 13480, een spoorvoertuig onder EN 15085-2 en een machine onder de Machinerichtlijn met ISO 3834 als onderligger. Staat het niet in het bestek, kijk dan naar de richtlijn die op het eindproduct van toepassing is.
ISO 3834 stelt eisen aan de kwaliteitsborging van het lasproces in uw bedrijf. EN 1090 stelt eisen aan het product, de stalen draagconstructie, en verwijst voor de lasborging juist naar ISO 3834. ISO 3834 alleen geeft u dus geen CE-markering; EN 1090-1 doet dat wel.
De constructeur, in het ontwerp. De EXC volgt uit de gevolgklasse, de gebruikscategorie en de productiecategorie en hoort op de tekening of in het bestek te staan. Staat hij er niet, vraag er dan om voordat u gaat lassen: hij bepaalt uw WPS, uw NDO-omvang en uw acceptatiecriteria.
Als vuistregel: EXC1 hoort bij ISO 5817 klasse D, EXC2 bij klasse C met een aantal eisen uit klasse B, en EXC3 en EXC4 bij klasse B. EN 1090-2 geeft de exacte koppeling per onvolkomenheid; voor aluminium geldt ISO 10042 in plaats van ISO 5817.
Nee. Het FPC-certificaat is afgegeven voor een bepaalde uitvoeringsklasse. Werk in een hogere klasse vraagt een uitbreiding van de certificering, met de bijbehorende lascoördinatie, kwalificaties en NDO-omvang.
Dat hangt af van de norm, de klasse en het naadtype. Bij EN 1090-2 loopt het van vrijwel niets in EXC1 tot 100 procent op dwarsnaden in EXC4. Bij drukapparatuur volgt de omvang uit de gekozen technische tabel van EN 13445. Het percentage hoort in het inspectieplan te staan voordat er gelast wordt.
Stel hem gewoon. U krijgt persoonlijk antwoord van een lascoördinator die het werk zelf heeft gedaan, niet van een verkoper.
Stuur uw aanvraag Bellen 06 29 72 37 91