Normen & regelgeving·26 juni 2026·4 min lezen

Factory production control (FPC) onder EN 1090-1

Factory production control (FPC) onder EN 1090-1

Wie dragende staal- of aluminiumconstructies in de Europese Unie op de markt brengt, heeft een gecertificeerde factory production control nodig. De FPC, in het Nederlands de productiebeheersing in de fabriek, is het systeem waarmee u aantoont dat uw constructiedelen consequent voldoen aan de verklaarde prestaties. Het is de basis onder de prestatieverklaring en de CE-markering volgens EN 1090-1.

Veel fabrikanten zien de FPC als een papieren verplichting die eens per jaar voor de audit wordt afgestoft. Dat is zonde. Een goed ingerichte FPC voorkomt fouten in de werkplaats, beperkt discussies bij oplevering en maakt de audit van de aangemelde instantie een stuk eenvoudiger. Dit artikel legt uit wat erin hoort en hoe u het praktisch opzet.

Wat is FPC onder EN 1090-1

EN 1090-1 is de geharmoniseerde productnorm voor staal- en aluminiumconstructiedelen onder de Bouwproductenverordening (EU) 305/2011. Voor constructiedelen geldt het beoordelingssysteem 2+. De fabrikant is zelf verantwoordelijk voor de productie en de prestatieverklaring, en een aangemelde instantie beoordeelt, certificeert en bewaakt de FPC.

De FPC omvat alle procedures, instructies en registraties waarmee de fabrikant zijn productie beheerst. Het certificaat vermeldt onder meer de hoogste uitvoeringsklasse waarvoor het bedrijf is beoordeeld. Werk in een hogere klasse kunt u niet onder dat certificaat met CE-markering leveren. Hoe de markering zelf werkt, leest u in het artikel over CE-markering van staalconstructies.

Wat hoort er in een FPC-systeem

EN 1090-1 beschrijft de onderdelen die een FPC ten minste moet afdekken. In de praktijk komt dat neer op:

  • Personeel: taken, verantwoordelijkheden en aantoonbare kwalificaties, waaronder de lascoördinator en de lassers.
  • Middelen: onderhoud van machines en kalibratie of controle van meet- en beproevingsmiddelen.
  • Ontwerp: maakt u zelf het constructief ontwerp, dan valt ook dat proces onder de FPC.
  • Materialen: ingangscontrole, inspectiedocumenten en traceerbaarheid van staal, bouten en lastoevoegmaterialen.
  • Productie: werkvoorbereiding, snijden, boren, lassen en conserveren volgens EN 1090-2.
  • Controle en beproeving: maatcontrole, visueel onderzoek en aanvullend NDO, met registratie.
  • Afwijkingen: afhandeling van niet-conforme producten en corrigerende maatregelen.
  • Identificatie, opslag en transport: markering van onderdelen en bescherming tegen schade.

Een FPC praktisch opzetten

Begin niet met een handboek, maar met de werkelijke gang van zaken in uw bedrijf. Een werkbare aanpak:

  • Breng het proces in kaart, van contractbeoordeling tot oplevering, en bepaal waar gecontroleerd en geregistreerd moet worden.
  • Kies de uitvoeringsklasse waarvoor u certificering wilt. EXC2 dekt het grootste deel van de utiliteitsbouw; EXC3 vraagt duidelijk meer van systeem, personeel en onderzoek.
  • Leg de lastechnische basis: gekwalificeerde WPS'en met onderliggende WPQR's, gekwalificeerde lassers en een benoemde lascoördinator met het juiste kennisniveau volgens ISO 14731.
  • Maak eenvoudige formulieren voor ingangscontrole, maatcontrole, lasinspectie en afwijkingen, en gebruik ze in de werkplaats zelf.
  • Doorloop een of twee projecten met het nieuwe systeem voordat de aangemelde instantie komt, zodat er registraties zijn om te laten zien.

Houd het systeem zo klein als het kan. Een procedure die in de werkplaats niet wordt gevolgd, levert bij de audit eerder een tekortkoming op dan dat hij helpt.

De rol van de aangemelde instantie

De aangemelde instantie, in het Engels notified body, is door een lidstaat aangewezen en staat geregistreerd in de Europese NANDO-database. Onder systeem 2+ heeft zij twee taken:

  • Initiële inspectie van de fabriek en de FPC. De instantie beoordeelt het systeem, de werkplaats, de registraties en de lastechnische organisatie. Bij lassende bedrijven beoordeelt een auditor met lastechnische deskundigheid ook de lascoördinatie.
  • Continue bewaking via periodieke audits. De frequentie hangt af van de uitvoeringsklasse en ligt voor EXC3 en EXC4 hoger dan voor EXC1 en EXC2.

De aangemelde instantie keurt geen individuele producten en brengt zelf geen CE-markering aan. Die verantwoordelijkheid blijft bij de fabrikant, die de prestatieverklaring opstelt en ondertekent.

Relatie tussen FPC en ISO 3834

Lassen is een bijzonder proces: de kwaliteit is achteraf niet volledig te controleren. Daarom verwijst EN 1090-2 voor de kwaliteitseisen aan het lassen naar ISO 3834. Het vereiste deel hangt af van de uitvoeringsklasse:

  • EXC1: ISO 3834-4, elementaire kwaliteitseisen.
  • EXC2: ISO 3834-3, standaard kwaliteitseisen.
  • EXC3 en EXC4: ISO 3834-2, uitgebreide kwaliteitseisen.

De aangemelde instantie beoordeelt deze eisen als onderdeel van de FPC-audit. Een apart ISO 3834-certificaat is voor EN 1090 niet verplicht, maar kan waardevol zijn als u ook drukapparatuur, machines of ander laswerk buiten de bouw levert. Het verschil tussen de delen leest u in het artikel over ISO 3834-2, 3834-3 en 3834-4.

Relatie tussen FPC en ISO 9001

ISO 9001 is voor EN 1090-1 niet verplicht. De norm bepaalt wel dat een kwaliteitsmanagementsysteem volgens ISO 9001, specifiek gemaakt voor de eisen van EN 1090-1, aan de FPC-eisen voldoet. Heeft u al ISO 9001, dan bouwt u de FPC daarin: dezelfde documentbeheersing, interne audits en afhandeling van afwijkingen, aangevuld met de productspecifieke eisen uit EN 1090-1 en EN 1090-2.

Andersom hoeft een FPC geen volledig ISO 9001-systeem te zijn. Voor een kleinere werkplaats is een compacte FPC, gericht op materiaal, lassen, maatvoering en registratie, vaak het meest werkbaar. Wie de inrichting vanaf de start goed wil onderbouwen, heeft baat bij EN 1090-ondersteuning.

Veelgestelde vragen

Dat hangt af van wat er al is. Een bedrijf met gekwalificeerde lassers, WPS'en en een werkende registratie kan binnen enkele maanden klaar zijn voor de initiële inspectie. Moeten lasmethoden nog worden gekwalificeerd, dan bepaalt dat vaak de doorlooptijd.

Brengt u zelf dragende constructiedelen op de markt, dan wel, ook bij fabricage volgens tekening van de opdrachtgever. Levert u laswerk of halffabricaten aan een fabrikant die het eindproduct onder zijn eigen FPC op de markt brengt, dan kan die fabrikant u als onderaannemer binnen zijn FPC beheersen.

De aangemelde instantie legt tekortkomingen vast en geeft een termijn om ze op te lossen. Bij kleinere tekortkomingen volstaat meestal een plan van aanpak met bewijs van correctie. Ernstige tekortkomingen kunnen leiden tot schorsing of intrekking van het certificaat.

Ja, via een uitbreidingsaudit door de aangemelde instantie. U toont dan aan dat systeem, lascoördinatie, kwalificaties en onderzoek voldoen aan de eisen voor EXC3, waaronder ISO 3834-2.

Heeft u een lastechnische vraag?

Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

WhatsApp