AWS D1.1, de Structural Welding Code voor staal van de American Welding Society, is in de Verenigde Staten de maatgevende norm voor gelaste staalconstructies. In Europa werkt u met een stelsel van losse normen: EN 1090-2 voor de uitvoering, EN ISO 15614-1 voor het kwalificeren van lasmethoden en ISO 9606-1 voor lassers. Wie in Nederland voor een Amerikaanse opdrachtgever of een offshore-project last, krijgt vroeg of laat te maken met AWS D1.1 naast of in plaats van die Europese normen.
De verschillen zitten niet alleen in de nummering. AWS D1.1 is één samenhangend document waarin ontwerp, kwalificatie, fabricage en inspectie samenkomen, en het kent geprekwalificeerde lasmethoden die u zonder proefstuk mag toepassen. Dit artikel zet beide systemen naast elkaar, legt uit wat een geprekwalificeerde WPS wel en niet is en waar u op let als een project beide werelden combineert.

AWS D1.1 is een code: één boek dat het hele traject van een gelaste staalconstructie beschrijft. Het behandelt het ontwerp van gelaste verbindingen, de prekwalificatie van lasmethoden, kwalificatie door beproeving van methoden en lassers, fabricage, inspectie, het lassen van stiftbouten, buisconstructies en het versterken en repareren van bestaande constructies. De code geldt voor ongelegeerd en laaggelegeerd constructiestaal. Voor roestvast staal, aluminium en dunne plaat bestaan aparte codes: AWS D1.6, D1.2 en D1.3.
In Europa is dezelfde inhoud verdeeld over normen die naar elkaar verwijzen:
Het ontwerp valt in Europa onder Eurocode 3, niet onder een lasnorm. Dat maakt het stelsel modulair, maar ook lastiger te overzien.
Het grootste praktische verschil is de prekwalificatie. AWS D1.1 staat toe dat u een WPS opstelt zonder procedurekwalificatie (PQR), zolang u binnen alle voorwaarden van de code blijft:
Een geprekwalificeerde WPS is dus geen vrijbrief. Hij moet schriftelijk worden vastgelegd, en elke afwijking betekent kwalificatie door beproeving. Let vooral op het materiaal: Europese staalsoorten zoals S355 staan niet in de lijst met geprekwalificeerde basismaterialen. Werkt u met Europees staal, dan is in principe een kwalificatie door beproeving nodig.
EN 1090-2 kent geen prekwalificatie in deze vorm. Naast EN ISO 15614-1 zijn wel andere routes toegestaan, zoals eerdere laservaring of een standaard lasmethode, maar hun toepasbaarheid is per uitvoeringsklasse beperkt.
Een lasserskwalificatie volgens AWS D1.1 blijft geldig zolang de lasser het proces blijft uitoefenen zonder onderbreking van meer dan zes maanden, tenzij er een concrete reden is om aan zijn vakmanschap te twijfelen. ISO 9606-1 kent een halfjaarlijkse bevestiging door de lascoördinator en daarnaast een periodieke verlenging via hertest of aantoonbare kwaliteitsregistratie. De bereiken voor dikte, diameter en positie zijn verschillend opgebouwd. Een ISO 9606-1-certificaat dekt dus niet automatisch AWS-werk, en omgekeerd.
Bij inspectie hanteert AWS D1.1 eigen acceptatiecriteria voor visueel, ultrasoon en radiografisch onderzoek, met onderscheid tussen statisch en vermoeiingsbelaste verbindingen. In Europa beoordeelt u lassen tegen de kwaliteitsniveaus van ISO 5817, gekoppeld aan de uitvoeringsklasse. Amerikaanse specificaties vragen voor inspectie vaak een AWS Certified Welding Inspector, terwijl in Europa ISO 9712 de basis is voor NDO-personeel.
In de Nederlandse staalbouw is AWS D1.1 geen dagelijkse kost, maar de code duikt op in herkenbare situaties:
Belangrijk: AWS D1.1 vervangt EN 1090 niet voor constructies die in de Europese Unie op de markt komen. Een draagconstructie voor een bouwwerk in de EU valt onder de Bouwproductenverordening en heeft CE-markering volgens EN 1090-1 nodig. AWS D1.1 komt dan als contractuele eis bovenop het Europese kader.
De lastigste situatie is een Nederlandse fabrikant met een EN 1090-certificaat die volgens een Amerikaanse specificatie moet lassen. Een paar aandachtspunten:
Voor de Europese kant, zoals de uitvoeringsklasse en de eisen die daaruit volgen, is het artikel over de EXC-klassen onder EN 1090-2 een goed vertrekpunt. Komen Amerikaanse specificaties vaker voor, dan loont een vaste set AWS-kwalificaties naast uw Europese WPQR's, met een helder overzicht per lasser. Gerichte EN 1090-ondersteuning brengt de Europese basis op orde, zodat AWS-eisen er gecontroleerd bovenop komen.
In een paar klikken een vrijblijvende offerte op maat. U krijgt antwoord van een lascoördinator.
Onafhankelijk beoordeeld, aantoonbaar vastgelegd
De vragen die het vaakst gesteld worden.
Formeel niet. AWS D1.1 vraagt een geprekwalificeerde WPS of een eigen procedurekwalificatie. Opdrachtgevers accepteren soms een Europese WPQR na beoordeling van de essentiële variabelen. Leg die acceptatie altijd schriftelijk vast voordat de productie start.
Nee. De prekwalificatie berust op langdurige ervaring met de vastgelegde combinaties van proces, materiaal en naadvorm. De betrouwbaarheid staat of valt wel met strikte naleving van alle voorwaarden. Een afwijking in naadvorm of materiaal maakt de prekwalificatie ongeldig.
Gaat het om een draagconstructie die in de Europese Unie op de markt komt voor een bouwwerk, dan wel. CE-markering volgens EN 1090-1 is dan wettelijk verplicht en AWS D1.1 is een aanvullende contractuele eis. Bij export buiten de EU bepaalt het land van bestemming wat nodig is.
Niet automatisch. Beide systemen hebben eigen proefstukken, beproevingen en geldigheidsbereiken. Voor AWS-werk moet een lasser in principe volgens AWS D1.1 gekwalificeerd zijn, tenzij de specificatie uitdrukkelijk iets anders toestaat.
Stel hem gewoon. U krijgt persoonlijk antwoord van een lascoördinator die het werk zelf heeft gedaan, niet van een verkoper.
Stuur uw aanvraag Bellen 06 29 72 37 91