Normen & regelgeving·8 juli 2026·4 min lezen

AWS D1.1 versus de Europese normen: wat is het verschil

AWS D1.1 versus de Europese normen: wat is het verschil

AWS D1.1, de Structural Welding Code voor staal van de American Welding Society, is in de Verenigde Staten de maatgevende norm voor gelaste staalconstructies. In Europa werkt u met een stelsel van losse normen: EN 1090-2 voor de uitvoering, EN ISO 15614-1 voor het kwalificeren van lasmethoden en ISO 9606-1 voor lassers. Wie in Nederland voor een Amerikaanse opdrachtgever of een offshore-project last, krijgt vroeg of laat te maken met AWS D1.1 naast of in plaats van die Europese normen.

De verschillen zitten niet alleen in de nummering. AWS D1.1 is één samenhangend document waarin ontwerp, kwalificatie, fabricage en inspectie samenkomen, en het kent geprekwalificeerde lasmethoden die u zonder proefstuk mag toepassen. Dit artikel zet beide systemen naast elkaar, legt uit wat een geprekwalificeerde WPS wel en niet is en waar u op let als een project beide werelden combineert.

Opzet van AWS D1.1 tegenover de Europese normen

AWS D1.1 is een code: één boek dat het hele traject van een gelaste staalconstructie beschrijft. Het behandelt het ontwerp van gelaste verbindingen, de prekwalificatie van lasmethoden, kwalificatie door beproeving van methoden en lassers, fabricage, inspectie, het lassen van stiftbouten, buisconstructies en het versterken en repareren van bestaande constructies. De code geldt voor ongelegeerd en laaggelegeerd constructiestaal. Voor roestvast staal, aluminium en dunne plaat bestaan aparte codes: AWS D1.6, D1.2 en D1.3.

In Europa is dezelfde inhoud verdeeld over normen die naar elkaar verwijzen:

  • EN 1090-2 voor de uitvoering van staalconstructies, met de uitvoeringsklassen EXC1 tot en met EXC4.
  • EN ISO 15614-1 voor de kwalificatie van lasmethoden door beproeving, vastgelegd in een WPQR.
  • ISO 9606-1 voor lassers en ISO 14732 voor lasoperators.
  • ISO 3834 voor de kwaliteitseisen aan het lassen en ISO 5817 voor de acceptatie van lasonvolkomenheden.

Het ontwerp valt in Europa onder Eurocode 3, niet onder een lasnorm. Dat maakt het stelsel modulair, maar ook lastiger te overzien.

Geprekwalificeerde WPS'en: lassen zonder proefstuk

Het grootste praktische verschil is de prekwalificatie. AWS D1.1 staat toe dat u een WPS opstelt zonder procedurekwalificatie (PQR), zolang u binnen alle voorwaarden van de code blijft:

  • Alleen SMAW, SAW, GMAW (behalve kortsluitbooglassen) en FCAW komen in aanmerking.
  • Basismateriaal en toevoegmateriaal moeten voorkomen in de lijsten van de code en bij elkaar passen.
  • De naadvorm moet overeenkomen met een geprekwalificeerd naaddetail, inclusief openingshoek, spleet en toleranties.
  • Voorwarmtemperatuur, laspositie, laagopbouw en laagdikte liggen vast.

Een geprekwalificeerde WPS is dus geen vrijbrief. Hij moet schriftelijk worden vastgelegd, en elke afwijking betekent kwalificatie door beproeving. Let vooral op het materiaal: Europese staalsoorten zoals S355 staan niet in de lijst met geprekwalificeerde basismaterialen. Werkt u met Europees staal, dan is in principe een kwalificatie door beproeving nodig.

EN 1090-2 kent geen prekwalificatie in deze vorm. Naast EN ISO 15614-1 zijn wel andere routes toegestaan, zoals eerdere laservaring of een standaard lasmethode, maar hun toepasbaarheid is per uitvoeringsklasse beperkt.

Lassers en inspectie: andere eisen en andere papieren

Een lasserskwalificatie volgens AWS D1.1 blijft geldig zolang de lasser het proces blijft uitoefenen zonder onderbreking van meer dan zes maanden, tenzij er een concrete reden is om aan zijn vakmanschap te twijfelen. ISO 9606-1 kent een halfjaarlijkse bevestiging door de lascoördinator en daarnaast een periodieke verlenging via hertest of aantoonbare kwaliteitsregistratie. De bereiken voor dikte, diameter en positie zijn verschillend opgebouwd. Een ISO 9606-1-certificaat dekt dus niet automatisch AWS-werk, en omgekeerd.

Bij inspectie hanteert AWS D1.1 eigen acceptatiecriteria voor visueel, ultrasoon en radiografisch onderzoek, met onderscheid tussen statisch en vermoeiingsbelaste verbindingen. In Europa beoordeelt u lassen tegen de kwaliteitsniveaus van ISO 5817, gekoppeld aan de uitvoeringsklasse. Amerikaanse specificaties vragen voor inspectie vaak een AWS Certified Welding Inspector, terwijl in Europa ISO 9712 de basis is voor NDO-personeel.

Wanneer komt u AWS D1.1 tegen in Nederland

In de Nederlandse staalbouw is AWS D1.1 geen dagelijkse kost, maar de code duikt op in herkenbare situaties:

  • Amerikaanse opdrachtgevers en engineeringbureaus die hun eigen standaardspecificaties hanteren, bijvoorbeeld in de procesindustrie.
  • Offshore-projecten, waar specificaties van operators AWS D1.1 voorschrijven naast of in plaats van normen als ISO 19902 of NORSOK M-101.
  • Export naar de Verenigde Staten, waar de klant of lokale regelgeving AWS D1.1 verwacht.

Belangrijk: AWS D1.1 vervangt EN 1090 niet voor constructies die in de Europese Unie op de markt komen. Een draagconstructie voor een bouwwerk in de EU valt onder de Bouwproductenverordening en heeft CE-markering volgens EN 1090-1 nodig. AWS D1.1 komt dan als contractuele eis bovenop het Europese kader.

Projecten die AWS D1.1 en EN-normen combineren

De lastigste situatie is een Nederlandse fabrikant met een EN 1090-certificaat die volgens een Amerikaanse specificatie moet lassen. Een paar aandachtspunten:

  • Leg vooraf vast welke code leidend is voor WPS, lasserskwalificatie, acceptatiecriteria en inspectie. Mengen per onderwerp leidt tot discussie bij oplevering.
  • Beoordeel bestaande WPQR's. Een WPQR volgens EN ISO 15614-1 is formeel geen PQR volgens AWS D1.1. Accepteert de opdrachtgever hem toch, leg dat dan schriftelijk vast.
  • Plan extra kwalificaties in. Proefstukken, beproeving en certificering kosten weken.
  • Let op eenheden. AWS werkt vaak in inches en Fahrenheit. Een omrekenfout in een voorwarmtemperatuur is snel gemaakt.

Voor de Europese kant, zoals de uitvoeringsklasse en de eisen die daaruit volgen, is het artikel over de EXC-klassen onder EN 1090-2 een goed vertrekpunt. Komen Amerikaanse specificaties vaker voor, dan loont een vaste set AWS-kwalificaties naast uw Europese WPQR's, met een helder overzicht per lasser. Gerichte EN 1090-ondersteuning brengt de Europese basis op orde, zodat AWS-eisen er gecontroleerd bovenop komen.

Veelgestelde vragen

Formeel niet. AWS D1.1 vraagt een geprekwalificeerde WPS of een eigen procedurekwalificatie. Opdrachtgevers accepteren soms een Europese WPQR na beoordeling van de essentiële variabelen. Leg die acceptatie altijd schriftelijk vast voordat de productie start.

Nee. De prekwalificatie berust op langdurige ervaring met de vastgelegde combinaties van proces, materiaal en naadvorm. De betrouwbaarheid staat of valt wel met strikte naleving van alle voorwaarden. Een afwijking in naadvorm of materiaal maakt de prekwalificatie ongeldig.

Gaat het om een draagconstructie die in de Europese Unie op de markt komt voor een bouwwerk, dan wel. CE-markering volgens EN 1090-1 is dan wettelijk verplicht en AWS D1.1 is een aanvullende contractuele eis. Bij export buiten de EU bepaalt het land van bestemming wat nodig is.

Niet automatisch. Beide systemen hebben eigen proefstukken, beproevingen en geldigheidsbereiken. Voor AWS-werk moet een lasser in principe volgens AWS D1.1 gekwalificeerd zijn, tenzij de specificatie uitdrukkelijk iets anders toestaat.

Heeft u een lastechnische vraag?

Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

WhatsApp