
Een lasrobot levert een constantheid die handlassen niet haalt: dezelfde stroom, dezelfde snelheid, dezelfde toortshoek, duizend keer achter elkaar. Die herhaalbaarheid is precies de reden waarom robotlassen aantrekkelijk is, en ook de reden waarom een fout zich duizend keer herhaalt.
Dit artikel behandelt hoe robotlaswerk wordt gekwalificeerd en welke beheersmaatregelen die herhaalbaarheid daadwerkelijk borgen.
Kwalificatie van procedure en operator
De lasmethodekwalificatie loopt gewoon via EN ISO 15614-1, met het lasproces aangeduid als gemechaniseerd of automatisch. Het proefstuk wordt door de robot gelast onder de parameters die ook in productie worden gebruikt.
De persoon achter de robot is geen lasser maar operator, en wordt gekwalificeerd volgens ISO 14732. Die kwalificatie toetst niet de handvaardigheid maar het vermogen om de installatie in te stellen, te bewaken en afwijkingen te herkennen. Zie operatorkwalificatie.
Het programma is het document
Bij handlassen is de WPS het sturende document; bij robotlassen is dat het programma. Een gewijzigd programma is daarmee een gewijzigde lasprocedure, ook als de parameters op papier hetzelfde blijven.
Beheers programmaversies dus zoals u documenten beheert: een versienummer, een wijzigingsreden, een goedkeuring en een koppeling aan de WPS. In de praktijk is dit het zwakste punt van veel robotcellen: iedereen kan aanpassen en niemand weet meer welke versie de goedgekeurde is.
Wat de herhaalbaarheid verstoort
De robot herhaalt zijn beweging exact, maar het werkstuk niet. Toleranties op de onderdelen, slijtage van de mal, positieverschillen na het hechten en vervorming tijdens het lassen zorgen ervoor dat de naad niet altijd op dezelfde plaats ligt.
Daarvoor bestaan naadzoeksystemen, met een tastsensor, met de lasdraad als sensor of met een lasersensor die de naad tijdens het lassen volgt. Zonder zo'n systeem is een strakke toleranties op de toelevering en op de mal de enige manier om de kwaliteit te borgen.
Productiebewaking
Moderne installaties registreren stroom, spanning, draadsnelheid en gasdebiet per las. Die data zijn het bewijs dat binnen de parameters is gelast en ze maken het mogelijk om afwijkingen te signaleren voordat er honderd delen zijn gemaakt.
Leg vast welke grenzen gelden en wat er gebeurt bij overschrijding: stoppen, markeren of achteraf beoordelen. Zonder die afspraak is de registratie een bestand dat niemand opent. Combineer dat met een periodieke controle van gaskap, contacttip en draadaanvoer.
Veelgestelde vragen
De lasmethodekwalificatie is gebonden aan de fabrikant en de procedure, niet aan een specifieke machine, mits de installaties gelijkwaardig zijn. Wel moet de operator gekwalificeerd zijn en moet de installatie aantoonbaar in staat zijn de parameters te halen.
Controleer of de wijziging binnen de gekwalificeerde parameters blijft. Blijft de baan gelijk en verandert alleen de snelheid binnen het bereik, dan is het een programmarevisie. Verandert de lasvolgorde of de positie wezenlijk, dan moet de WPS worden herzien en soms opnieuw worden gekwalificeerd.
Nee, maar zonder naadzoeken moet de toleranties op onderdelen en opspanning zo strak zijn dat de naad altijd binnen het bereik van de toorts ligt. Bij variabele toelevering is naadzoeken doorgaans goedkoper dan strakkere toleranties.
Gangbaar is een eerste-stukcontrole bij elke opstart, bij elke programmawissel en na onderhoud aan de toorts, aangevuld met steekproeven gedurende de serie. Leg die frequentie vast in het kwaliteitsplan.
Meer uit de kennisbank
Heeft u een lastechnische vraag?
Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

