Materialen & lasbaarheid·17 februari 2026·3 min lezen

Gietijzer lassen

Gietijzer lassen

Gietijzer lassen is reparatiewerk, geen constructiewerk. Het materiaal bevat 2 tot 4 procent koolstof in de vorm van grafiet, is bros en heeft vrijwel geen rek. Elke lasbewerking brengt spanning in een materiaal dat die spanning niet door vervorming kan opnemen, en dus scheurt.

Toch is een geslaagde reparatie mogelijk, mits u weet met welk gietijzer u te maken hebt en welke van de twee routes u kiest.

Grijs, nodulair of wit

Bij grijs gietijzer zit het grafiet in lamellen, die als inwendige kerven werken. Het materiaal is daardoor bros en zeer scheurgevoelig bij lassen. Bij nodulair gietijzer is het grafiet bolvormig, wat het aanzienlijk taaier en beter lasbaar maakt.

Wit gietijzer bevat het koolstof als carbide, is extreem hard en praktisch onlasbaar. Bepaal daarom eerst welk type u voor u hebt, bijvoorbeeld met een breukvlak, een vonkproef of een hardheidsmeting. Lassen zonder die vaststelling is gokken.

Koudlassen met nikkelelektroden

De gangbare reparatiemethode is koudlassen: lassen bij lage temperatuur met een nikkelhoudende elektrode, in korte rupsen van enkele centimeters, met tussenpauzes zodat de temperatuur onder ongeveer 60 graden blijft.

Het nikkelhoudende lasmetaal is zacht en taai, neemt de krimp op en vormt geen hard carbide met de koolstof uit het gietijzer. Elke korte rups wordt direct na het lassen licht gehamerd om de krimpspanning te verlagen. Dat hameren is geen folklore maar bepalend voor het slagen.

Warmlassen

De andere route is warmlassen: het hele stuk voorwarmen tot 500 tot 600 graden, lassen met een gietijzeren toevoegstaaf, en daarna zeer langzaam afkoelen in een oven of in isolatiewol. Het resultaat sluit qua kleur en bewerkbaarheid aan bij het basismateriaal.

Deze methode geeft de beste eigenschappen maar vraagt een oven, veel tijd en de mogelijkheid om het hele werkstuk te verhitten. Voor grote of gemonteerde delen is dat zelden haalbaar, en dan blijft koudlassen over.

Wanneer u beter niet last

Bij oude motorblokken en pompen die jarenlang olie of water hebben gezien, zit die vloeistof in het poreuze materiaal. Bij het lassen komt zij vrij en veroorzaakt porositeit die niet is weg te lassen. Uitgloeien vooraf helpt soms, maar niet altijd.

Ook bij een onderdeel dat dragend is en waarvan het falen gevaar oplevert, is lassen zelden de juiste keuze: de reparatie is nooit zo betrouwbaar als het oorspronkelijke gietstuk. Vervangen of koud verbinden met bouten of pennen is dan verstandiger.

Veelgestelde vragen

Een nikkelhoudende elektrode, meestal op basis van zuiver nikkel of een nikkel-ijzerlegering. Zuiver nikkel geeft het zachtste, best bewerkbare lasmetaal; nikkel-ijzer is sterker en is de gangbare keuze bij nodulair gietijzer.

Licht voorwarmen tot 50 of 100 graden kan helpen om vocht te verdrijven en de afkoeling iets te vertragen, maar de kern van koudlassen is juist de temperatuur laag houden. Hoog voorwarmen hoort bij de warmlasmethode.

Hameren direct na het lassen, terwijl het lasmetaal nog warm is, rekt het materiaal plastisch op en verlaagt daarmee de krimpspanning. Bij gietijzer, dat die spanning niet door vervorming kan opnemen, is dat vaak het verschil tussen een scheur en een geslaagde reparatie.

Soms, maar reken op porositeit door ingedrongen olie en op scheuren die naast de reparatie terugkomen. Vaak is uitboren en een draadbus of een koude reparatiemethode betrouwbaarder. Beoordeel per geval of de reparatie de moeite en het risico waard is.

Heeft u een lastechnische vraag?

Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

WhatsApp