Lassercertificering ziet er per werelddeel anders uit. Wie voor internationale opdrachtgevers last, krijgt te maken met drie stelsels: AWS, met de code D1.1 en het AWS Certified Welder-programma, ASME Section IX met de WPQ, en ISO 9606-1. Alle drie tonen aan dat een lasser met een bepaald proces, in een bepaalde positie en op een bepaald materiaal een deugdelijke las maakt. Wie de proef afneemt, hoe lang het bewijs geldig blijft en of de lasser het meeneemt naar een volgende werkgever, verschilt echter sterk.
Voor Nederlandse fabrikanten met Amerikaanse klanten, drukapparatuur volgens ASME of internationale projecten is dat geen papieren detail. Een geldig ISO-certificaat maakt een lasser onder een Amerikaanse code niet automatisch gekwalificeerd, en omgekeerd. Dit artikel zet de stelsels naast elkaar. De Europese route zelf behandelen wij uitgebreider in het artikel over lasserskwalificatie volgens ISO 9606-1.

In Amerikaanse codes is welder qualification de proef zelf: de lasser last een proefstuk volgens een WPS, het proefstuk wordt beproefd en de werkgever legt het resultaat vast. Met certification bedoelen Amerikanen de schriftelijke verklaring daarbij, of een persoonsgebonden certificaat zoals dat van het AWS Certified Welder-programma. In Europa spreekt men van een lasserscertificaat, afgegeven door een examinator of examinerende instantie.
Dat verschil is meer dan taal. Onder AWS D1.1 en ASME IX ligt de verantwoordelijkheid bij de organisatie die de lasser inzet. Onder ISO 9606-1 speelt een examinator een centrale rol, en bij drukapparatuur onder de PED 2014/68/EU vanaf categorie II moet dat een aangemelde instantie of een erkende onafhankelijke instelling zijn.
AWS D1.1 kwalificeert lassers binnen de code zelf. De fabrikant of aannemer is verantwoordelijk voor de proef en de registratie. Posities volgen de Amerikaanse notatie: 1G tot en met 4G voor stompe naden in plaat, 5G en 6G voor buis en 6GR voor buisverbindingen in T-, Y- en K-configuratie. Een proefplaat van 3/8 inch dekt een beperkt diktebereik, een plaat van 1 inch onbeperkte dikte. De beoordeling bestaat uit visueel onderzoek, aangevuld met buigproeven of radiografisch onderzoek.
Het AWS Certified Welder-programma staat daarnaast. De lasser legt de proef af bij een door AWS geaccrediteerd testcentrum, onder toezicht van een Certified Welding Inspector, en wordt geregistreerd in een centraal register. Die certificering is persoonsgebonden: een nieuwe werkgever kan de status zelf controleren. De proef volgt de gekozen code, zoals D1.1, API 1104 of ASME IX.
ASME IX schrijft voor dat elke organisatie haar eigen lassers kwalificeert voor elk proces dat in productie wordt gebruikt. De lasser last een proefstuk volgens een gekwalificeerde WPS, de organisatie legt het resultaat vast in een WPQ (Welder Performance Qualification) en ondertekent die. Bij drukvaten onder Section VIII controleert de Authorized Inspector de registraties.
Het geldigheidsgebied volgt uit de essentiële variabelen voor de lasser: proces, backing, P-nummer van het basismateriaal, F-nummer van het toevoegmateriaal, neergesmolten dikte, buisdiameter, positie en lasrichting bij verticaal lassen. Beproeving gebeurt met buigproeven of volumetrisch onderzoek. Radiografie is voor de meeste processen toegestaan, maar niet voor kortsluitbooglassen (GMAW-S).
ISO 9606-1 geldt voor het smeltlassen van staal en is in Europa het vertrekpunt onder EN 1090-2, ISO 3834 en de PED. Een examinator of examinerende instantie ziet toe op het lassen van het proefstuk, beoordeelt de resultaten en geeft het certificaat af. Het geldigheidsgebied volgt uit kernvariabelen zoals proces, productvorm, naadtype, toevoegmateriaalgroep, dikte, diameter en positie.
De posities hebben een eigen notatie: PA tot en met PH, en H-L045 of J-L045 voor buis onder 45 graden, opwaarts of neerwaarts gelast. Het certificaat vermeldt ook de werkgever en de datum van het proefstuk, waarvanaf de geldigheid loopt.
In alle stelsels is de continuïteitsregistratie het zwakke punt. Een ontbrekende aantekening maakt een verder prima lasser op papier ongekwalificeerd.
Bij een project met meerdere codes kan één proefstuk soms voor meer dan één stelsel tellen, mits proces, positie, beproeving en toezicht op alle eisen zijn afgestemd. Plan dat samen met de lasmethoden, zodat WPS'en en WPQR's en lasserskwalificaties op elkaar aansluiten.
In een paar klikken een vrijblijvende offerte op maat. U krijgt antwoord van een lascoördinator.
Onafhankelijk beoordeeld, aantoonbaar vastgelegd
De vragen die het vaakst gesteld worden.
Niet automatisch. Voor staalconstructies onder EN 1090-2 en drukapparatuur onder de PED is ISO 9606-1 de gangbare basis. Een AWS-kwalificatie is alleen bruikbaar als de specificatie of de aangemelde instantie die uitdrukkelijk accepteert. Leg zo'n acceptatie schriftelijk vast.
Vaak wel, als het proefstuk, de beproeving en het toezicht aan beide stelsels voldoen. Er ontstaan dan twee afzonderlijke registraties, elk met een eigen geldigheidsgebied en eigen regels voor continuïteit. Stem dat af voordat de lasser begint.
6G is de Amerikaanse aanduiding voor een buisproef in vaste positie onder 45 graden. In ISO-notatie komt dat overeen met H-L045 bij opwaarts en J-L045 bij neerwaarts lassen. Een 6G-proef dekt veel posities, maar het exacte bereik verschilt per code.
Stel hem gewoon. U krijgt persoonlijk antwoord van een lascoördinator die het werk zelf heeft gedaan, niet van een verkoper.
Stuur uw aanvraag Bellen 06 29 72 37 91