WPS, WPQR & kwalificaties·22 augustus 2026·4 min lezen

Geldigheid en verlenging van lasserskwalificaties

Geldigheid en verlenging van lasserskwalificaties

Een lasserscertificaat volgens ISO 9606-1 is geen diploma voor het leven. De geldigheid moet elk half jaar worden bevestigd en loopt zonder actie na twee jaar af. Toch verliezen fabrikanten kwalificaties zelden door zakken voor een proef; ze verlopen door administratieve verwaarlozing. Een vergeten handtekening of een gemiste einddatum betekent opnieuw examen doen, met alle kosten en planningsproblemen van dien.

In dit artikel zetten wij het geldigheidssysteem van ISO 9606-1 op een rij: de bevestiging elke zes maanden en de drie verlengingsroutes uit paragraaf 9.3, met hun voorwaarden en praktische voor- en nadelen. Hoe de kwalificatie zelf tot stand komt, leest u in ons artikel over lasserskwalificatie volgens ISO 9606-1.

De basis: twee jaar geldigheid vanaf het lassen van het proefstuk

De geldigheid van een lasserscertificaat begint op de datum waarop het proefstuk is gelast, niet op de datum van het uitschrijven van het certificaat. Vanaf dat moment is het certificaat twee jaar geldig, mits aan twee voorwaarden wordt voldaan: de lasser moet met redelijke continuïteit binnen het geldigheidsgebied blijven werken, met een toegestane onderbreking van maximaal zes maanden, en er mogen geen specifieke redenen zijn om aan de vaardigheid te twijfelen.

Vervalt een van beide voorwaarden, dan vervalt het certificaat, ook binnen de twee jaar. Een lasser die acht maanden ander werk heeft gedaan of langdurig ziek is geweest, moet dus opnieuw worden gekwalificeerd, hoe recent het certificaat ook is. Leg daarom niet alleen data vast, maar ook de werkelijke inzet van elke lasser per proces.

De 6-maandsbevestiging: kleine handtekening, groot gevolg

Elke zes maanden moet op het certificaat worden bevestigd dat de lasser binnen het oorspronkelijke geldigheidsgebied heeft gewerkt. Die bevestiging wordt gedaan door de werkgever of door de verantwoordelijke lascoördinator, met datum en handtekening op het certificaat of in het bijbehorende systeem.

Het klinkt als een formaliteit, maar het is de meest gemiste stap in het hele systeem. Zonder sluitende reeks bevestigingen is het certificaat formeel niet meer geldig en accepteren examinerende instanties het ook niet meer als basis voor verlenging. Praktische aanpak:

  • Plan de bevestigingen als vaste taak in de agenda van de lascoördinator, bijvoorbeeld elk half jaar in dezelfde week.
  • Houd één actueel overzicht bij van alle certificaten met data van proefstuk, bevestigingen en einddatum.
  • Bewaar het bewijs dat de lasser daadwerkelijk binnen het gebied heeft gewerkt, zoals werkorders of lasregistraties.

Route a: elke drie jaar opnieuw kwalificeren

De eerste verlengingsroute uit paragraaf 9.3 is de eenvoudigste om uit te leggen: de lasser doet elke drie jaar opnieuw een kwalificatieproef. Er wordt een nieuw proefstuk gelast en beoordeeld, en er wordt een nieuw certificaat afgegeven met een nieuwe startdatum.

Deze route past bij bedrijven met weinig lassers of met sterk wisselend werk, waar het bijhouden van productielasonderzoeken meer moeite kost dan een periodieke proef. Het nadeel is duidelijk: elke proef kost materiaal, lastijd, onderzoek en de inzet van een examinator, en een gezakte proef betekent direct een gat in de inzetbaarheid. Wie voor deze route kiest, doet er goed aan herkwalificaties ruim voor de einddatum te plannen, zodat er tijd is voor een herkansing zonder dat certificaten verlopen.

Route b: elke twee jaar verlengen op productielassen

De tweede route verlengt het certificaat telkens met twee jaar op basis van aantoonbare kwaliteit in de productie. De voorwaarde: binnen de laatste zes maanden van de geldigheidstermijn moeten twee lassen die de lasser in productie heeft gemaakt, zijn onderzocht met radiografisch of ultrasoon onderzoek of met destructief onderzoek, met een acceptabel resultaat. De onderzochte lassen moeten de oorspronkelijke proefcondities reproduceren, en de rapporten worden bij het certificaat bewaard.

Deze route is voor veel fabrikanten de gulden middenweg: geen aparte proefstukken, wel een duidelijk toetsmoment. Hij vraagt echter planning. De onderzoeken moeten in het juiste tijdvak vallen, aan de juiste lassen zijn uitgevoerd en herleidbaar zijn tot de betreffende lasser. Wie zijn NDO-planning hierop inricht, verlengt vrijwel zonder extra kosten.

Route c: doorlopende geldigheid onder een kwaliteitssysteem

De derde route maakt het certificaat doorlopend geldig, zolang aan strikte voorwaarden is voldaan. De lasser moet werken voor dezelfde fabrikant onder een geborgd kwaliteitssysteem, in de praktijk certificering volgens ISO 3834-2 of ISO 3834-3, en de fabrikant moet doorlopend aantonen dat de lasser lassen van het vereiste kwaliteitsniveau maakt. Dat bewijs komt uit de reguliere productiebewaking, bijvoorbeeld onderzoeksresultaten van productielassen, en wordt periodiek vastgelegd.

Route c is administratief het meest veeleisend, maar operationeel het rustigst: geen herhaalproeven en geen tweejaarlijkse deadline. Let op twee beperkingen. De route staat of valt met het kwaliteitssysteem; verliest de fabrikant zijn ISO 3834-certificering, dan valt de basis weg. En het certificaat is gebonden aan die ene werkgever; bij vertrek van de lasser vervalt de doorlopende geldigheid.

Welke route kiest u en hoe borgt u het?

De keuze hangt af van uw organisatie:

  • Route a bij weinig lassers, wisselend werk of ontbrekende NDO-stroom in productie.
  • Route b bij een regelmatige stroom onderzochte productielassen; veruit de meest gekozen route.
  • Route c bij ISO 3834-2 of -3 certificering en een stabiel lasserbestand.

Welke route u ook kiest, de borging draait om dezelfde drie dingen: een actuele kwalificatiematrix, tijdige bevestigingen en herleidbaar bewijs. DEHAAS richt dit beheer voor fabrikanten in en neemt het waar nodig als externe lascoördinator uit handen, onafhankelijk en in heel Nederland. Zo blijft elk certificaat geldig en bent u audits en klantbeoordelingen altijd voor.

Veelgestelde vragen

Formeel is het certificaat dan niet langer geldig. Er is geen reparatie met terugwerkende kracht; in de regel betekent dit een nieuwe kwalificatieproef. Voorkom dit met een vaste bevestigingsronde in de agenda van de lascoördinator.

Ja, de bevestiging gebeurt door de werkgever of de verantwoordelijke coördinator, mits die kan beoordelen dat de lasser binnen het geldigheidsgebied heeft gewerkt. Onafhankelijkheid is hier niet vereist; dat is bij de verlenging volgens route b en c anders geregeld via de onderzoeksresultaten.

Voor operators geldt ISO 14732, dat voor geldigheid en verlenging nauw aansluit op de systematiek van ISO 9606-1, inclusief de bevestiging elke zes maanden en vergelijkbare verlengingsroutes.

Nee, de twee onderzochte lassen moeten een acceptabel resultaat hebben. Een afkeur roept bovendien de vraag op of er reden is om aan de vaardigheid te twijfelen, wat de geldigheid zelf kan raken. Onderzoek de oorzaak en documenteer de opvolging.

Heeft u een lastechnische vraag?

Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

WhatsApp