
Het toevoegmateriaal bepaalt de sterkte, de taaiheid, de corrosieweerstand en het waterstofgehalte van het lasmetaal. Toch wordt de keuze op veel werkvloeren gemaakt op basis van wat er in de kast ligt. Dat is een van de weinige beslissingen waarbij een verkeerde greep in dertig seconden de constructieve eigenschappen verandert.
Dit artikel legt uit hoe u een classificatie leest, wanneer u afwijkt van matching en waarom opslag net zo belangrijk is als de keuze zelf.
De classificatie lezen
Een classificatie zoals EN ISO 14341-A G 46 4 M21 3Si1 bevat alle informatie die u nodig hebt. G staat voor massieve draad, 46 voor een minimale rekgrens van 460 N/mm2, 4 voor 47 joule kerfslagwaarde bij min 40 graden, M21 voor het gaskader waarin die waarden gelden, en 3Si1 voor de chemische samenstelling.
Let op dat laatste punt: de opgegeven eigenschappen gelden alleen bij het opgegeven beschermgas. Dezelfde draad onder een ander gas haalt andere waarden. Dat is een detail dat in WPS-en regelmatig ontbreekt.
Matching, overmatching en undermatching
Matching betekent dat het lasmetaal dezelfde sterkteklasse heeft als het basismateriaal. Dat is de standaardkeuze en meestal de juiste. Overmatching, met een sterker lasmetaal, lijkt veiliger maar verhoogt de restspanning en het scheurrisico, zonder dat de verbinding altijd sterker wordt.
Undermatching is een bewuste keuze bij hogesterktestaal, vooral bij hoeklassen, waar de verbinding vaak niet de maatgevende doorsnede is. Het verlaagt de restspanning en het waterstofscheurrisico. De keuze hoort in de constructieberekening en moet door de kwalificatie zijn gedekt. Zie fijnkorrelstaal lassen.
Waterstofklasse en opslag
Bij staal dat gevoelig is voor koudscheuren is het waterstofgehalte van het toevoegmateriaal een harde eis. De aanduiding H5 betekent maximaal 5 ml waterstof per 100 gram lasmetaal, H10 maximaal 10. Bij S460 en hoger wordt doorgaans H5 geeist en bij zware wanddiktes zelfs minder.
Die waarde geldt alleen als het materiaal droog blijft. Basische elektroden nemen vocht op uit de lucht en horen in een droogoven en daarna in een verwarmde quiver. Een elektrode die een dag open op de werkbank heeft gelegen is geen H5-elektrode meer. Zie waterstofscheuren voorkomen.
Vastleggen en herleidbaar houden
Het toevoegmateriaal staat met classificatie en handelsnaam in de WPS, en bij kerfslageisen is het een aanvullende essentiële variabele: wisselen van fabrikant vraagt dan een controle of de kwalificatie nog geldt.
Bij drukapparatuur en in hogere uitvoeringsklassen moet ook het lotnummer herleidbaar zijn, gekoppeld aan de las in het lasregister. Een doos zonder etiket is daarmee onbruikbaar materiaal, hoe goed de draad zelf ook is.
Veelgestelde vragen
Technisch kan het, maar het is zelden verstandig. Sterker lasmetaal heeft een hogere krimpspanning en een hogere hardheid, wat het scheurrisico verhoogt. Bovendien is de verbinding niet sterker als het basismateriaal de maatgevende doorsnede is.
Dat staat op het productblad van de fabrikant en is doorgaans enkele uren in een verwarmde quiver. Zonder quiver is het een kwestie van minuten tot een uur. Is de termijn overschreden, dan moet de elektrode opnieuw worden gedroogd volgens het voorschrift, en dat mag niet onbeperkt vaak.
Voor gewoon constructiewerk volstaat doorgaans een fabrieksattest. Bij drukapparatuur en in hogere uitvoeringsklassen wordt een keuringsdocument volgens EN 10204 geeist, soms type 3.1. Controleer dat vóór inkoop.
Nee, alleen onder het gas en de omstandigheden die bij de classificatie horen. Een andere gassamenstelling, een andere positie of een sterk afwijkende warmte-inbreng kan de waarde verlagen. Daarom wordt de taaiheid in de kwalificatie beproefd en niet uit de brochure overgenomen.
Meer uit de kennisbank
Heeft u een lastechnische vraag?
Stel uw eerste vraag aan de DEHAAS Welding & Quality Assistant, laat uw situatie beoordelen door een specialist, of bel direct.

