# Lasbegrippen van A tot Z: 107 termen uitgelegd

> Woordenboek met 107 lasbegrippen: de betekenis zoals die in de norm staat, in gewone taal uitgelegd, met de norm erbij. Van a-hoogte tot wortelfout.

Bron: https://dehaasprojects.com/lasbegrippen/
Bijgewerkt op: 2026-11-04
In de lastechniek betekent een verkeerd begrepen woord al snel een afgekeurde las of een discussie met de keuringsinstantie. Dit woordenboek geeft van elk begrip de betekenis zoals die in de norm staat, in gewone taal uitgelegd, met de verwijzing naar de norm waar het vandaan komt.

Staat uw begrip er niet bij, of klopt een definitie in uw situatie net niet? Bel gerust, dan zoeken wij het voor u uit.

Zoek een lasbegrip

[A](#lb-A)[B](#lb-B)[C](#lb-C)[D](#lb-D)[E](#lb-E)[F](#lb-F)[G](#lb-G)[H](#lb-H)[I](#lb-I)[K](#lb-K)[L](#lb-L)[M](#lb-M)[N](#lb-N)[O](#lb-O)[P](#lb-P)[Q](#lb-Q)[R](#lb-R)[S](#lb-S)[T](#lb-T)[U](#lb-U)[V](#lb-V)[W](#lb-W)[X](#lb-X)[Z](#lb-Z)

## A

### A-hoogte

De hoogte van de grootste gelijkbenige driehoek die in de doorsnede van een hoeklas past, gemeten vanaf het theoretische worteldieptepunt. De a-hoogte is de rekenmaat voor de sterkte van een hoeklas, niet de zijdelengte z.

Norm: ISO 2553, EN 1993-1-8 Zie ook: [De a-hoogte van een hoeklas berekenen](/kennisbank/hoeklas-a-hoogte-berekenen/)

### Aangewezen instantie

Een door de overheid aangemelde organisatie die conformiteitsbeoordeling uitvoert onder een Europese richtlijn of verordening, bijvoorbeeld de PED of de bouwproductenverordening bij EN 1090.

Zie ook: [Drukapparatuur](/sectoren/drukapparatuur/), [CE-markering van staalconstructies onder EN 1090-1](/kennisbank/ce-markering-staalconstructies/)

### Aanloopkleur

De verkleuring die op roestvast staal ontstaat naast en op een las door oxidatie bij verhoogde temperatuur. De kleur loopt van strogeel via blauw naar grijszwart en geeft aan hoe chroomarm de oxidehuid is geworden.

Norm: AWS D18.2, ISO 17781 Zie ook: [Verkleuring bij RVS-lassen](/kennisbank/rvs-verkleuring-beitsen-passiveren/)

### Aanvloeiing

De overgang van lasmetaal naar basismateriaal aan het oppervlak. Een vloeiende overgang met een ruime straal verlaagt de kerfwerking; een scherpe overgang is bij wisselende belasting de plek waar de scheur begint.

Zie ook: [Vermoeiing van lasverbindingen](/kennisbank/vermoeiing-lasverbindingen/)

### Acceptatiecriterium

De vooraf vastgelegde grens waarboven een gemeten waarde of een gevonden indicatie niet meer acceptabel is. Zonder vastgelegd criterium is een inspectieresultaat niet te beoordelen.

Norm: ISO 5817, ISO 11666 Zie ook: [Een ITP opstellen dat in de praktijk werkt](/kennisbank/itp-opstellen/)

### Afkoeltijd t8/5

De tijd waarin de las van 800 naar 500 graden Celsius afkoelt. Zij verbindt warmte-inbreng, dikte en voorwarmtemperatuur met de uiteindelijke structuur en is daarmee de sleutelgrootheid in EN 1011-2.

Norm: EN 1011-2 Zie ook: [Warmte-inbreng berekenen en beheersen](/kennisbank/warmte-inbreng-berekenen/), [Fijnkorrelstaal lassen](/kennisbank/fijnkorrelstaal-s460-s690/)

### Austeniet

De kubisch vlakgecentreerde fase van ijzer, in koolstofstaal stabiel boven ongeveer 727 graden Celsius en in voldoende gelegeerd roestvast staal ook bij kamertemperatuur. Austeniet is taai, niet-magnetisch en niet hardbaar.

Zie ook: [Austenitisch roestvast staal lassen](/kennisbank/rvs-304-316-lassen/)

## B

### Beeldkwaliteitsmeter (IQI)

Een gekalibreerde draad- of gatindicator die bij radiografisch onderzoek op het werkstuk wordt gelegd. De zichtbaarheid van een voorgeschreven draad bewijst dat de opname voldoende gevoelig is.

Norm: ISO 19232 Zie ook: [Beeldkwaliteit bij radiografie](/kennisbank/iso-19232-beeldkwaliteit/), [Radiografisch onderzoek (RT) van lasverbindingen](/kennisbank/rt-radiografisch-onderzoek/)

### Beklede elektrode (111)

Handmatig booglassen met een afsmeltende, beklede elektrode. Proces 111 volgens ISO 4063. Ongevoelig voor wind en daarom geschikt op locatie; vraagt wel droge opslag vanwege waterstof.

Norm: ISO 4063, ISO 2560 Zie ook: [Waterstofscheuren voorkomen](/kennisbank/waterstofscheuren-voorkomen/)

### Beschermgas

Het gas dat het smeltbad en de boog afschermt van de lucht. Inert bij MIG en TIG (argon, helium), actief bij MAG door toevoeging van kooldioxide of zuurstof, die de boog stabiliseren en de inbranding beinvloeden.

Norm: ISO 14175 Zie ook: [Beschermgas kiezen](/kennisbank/beschermgas-kiezen/)

### Bindingsfout

Een gebrek aan samensmelting tussen lasmetaal en basismateriaal of tussen twee rupsen onderling. Het is een vlakke fout en daarmee constructief gevaarlijk, en met radiografie vaak moeilijk te vinden.

Norm: ISO 6520-1 nr. 401 Zie ook: [Lasfouten herkennen, begrijpen en voorkomen](/kennisbank/lasfouten-herkennen-oorzaken/), [Ultrasoon onderzoek (UT) van lasverbindingen](/kennisbank/ut-ultrasoon-onderzoek/)

### Blaaswerking

Het afwijken van de boog door magnetische velden in het werkstuk, vaak veroorzaakt door restmagnetisme of een ongunstig geplaatste massaklem. Leidt tot onregelmatige inbranding en bindingsfouten.

Zie ook: [Magnetisch onderzoek (MT) van lasverbindingen](/kennisbank/mt-magnetisch-onderzoek/)

### Boogspanning

De spanning over de boog tijdens het lassen, in volt. Samen met stroom en voortloopsnelheid bepaalt zij de warmte-inbreng. Hogere spanning geeft een bredere, vlakkere rups met minder inbranding.

Zie ook: [Warmte-inbreng berekenen en beheersen](/kennisbank/warmte-inbreng-berekenen/)

## C

### CE-markering

De markering waarmee een fabrikant verklaart dat een bouwproduct voldoet aan de geharmoniseerde Europese norm. Voor dragende staalconstructies vereist dat een gecertificeerd FPC-systeem volgens EN 1090-1.

Norm: EN 1090-1 Zie ook: [CE-markering van staalconstructies onder EN 1090-1](/kennisbank/ce-markering-staalconstructies/)

### CET

Een koolstofequivalent dat de gevoeligheid van staal voor koudscheuren uitdrukt, gebruikt in de voorwarmberekening van EN 1011-2. CET legt meer gewicht op mangaan en molybdeen dan de oudere CEV-formule.

Norm: EN 1011-2 Zie ook: [Voorwarmen bij lassen](/kennisbank/voorwarmen-wanneer-nodig/)

### CEV

Het koolstofequivalent volgens de IIW-formule, gebruikt om de lasbaarheid en het koudscheurrisico van staal in te schatten. Staat op het materiaalcertificaat en is invoer voor de voorwarmberekening.

Norm: EN 1011-2 Zie ook: [Voorwarmen bij lassen](/kennisbank/voorwarmen-wanneer-nodig/), [Materiaalcertificaat 3.1 en 3.2 volgens EN 10204](/kennisbank/materiaalcertificaat-3-1-3-2/)

### Concessie

Schriftelijke goedkeuring om een product te gebruiken dat niet volledig aan de specificatie voldoet. Mag alleen door de partij worden verleend die de eis heeft gesteld, en wordt vastgelegd in het dossier.

Zie ook: [De NCR](/kennisbank/ncr-non-conformity/)

### CTOD

Crack Tip Opening Displacement: een breukmechanische beproeving die de kritische opening aan de punt van een scheur meet. Wordt geeist bij offshore, dikwandig werk en lage ontwerptemperaturen.

Norm: BS 7448, ISO 15653 Zie ook: [Offshore en maritiem](/sectoren/offshore-maritiem/)

### CWI

Certified Welding Inspector volgens AWS QC1: de Amerikaanse kwalificatie voor lasinspecteurs. In het Europese kader is de tegenhanger de IWI volgens het IIW-stelsel, met niveaus B, S en C.

Norm: AWS QC1, ISO 14731 Zie ook: [Lasinspecteur-kwalificaties vergeleken](/kennisbank/cwi-iwi-lasinspecteur-kwalificaties/)

## D

### DAC-curve

Distance Amplitude Correction: een gevoeligheidscurve bij ultrasoon onderzoek die corrigeert voor het feit dat een gelijke fout op grotere diepte een zwakkere echo geeft. Zonder DAC of DGS heeft een echohoogte geen betekenis.

Norm: ISO 17640 Zie ook: [Ultrasoon onderzoek (UT) van lasverbindingen](/kennisbank/ut-ultrasoon-onderzoek/)

### Deltaferriet

Een kleine hoeveelheid ferriet in austenitisch lasmetaal, doorgaans 3 tot 10 FN, die warmscheuren tijdens het stollen voorkomt. Te weinig geeft scheurrisico, te veel kost taaiheid en corrosieweerstand.

Norm: ISO 8249, DIN EN 1600 Zie ook: [Ferrietmeting in roestvast en duplex lasmetaal](/kennisbank/ferrietmeting-rvs/), [Austenitisch roestvast staal lassen](/kennisbank/rvs-304-316-lassen/)

### Doorlassing

Een lasverbinding waarbij het lasmetaal over de volledige materiaaldikte is samengesmolten. Constructief de sterkste verbinding en vereist waar de volle plaatsterkte moet worden overgedragen.

Norm: ISO 5817, EN 1993-1-8 Zie ook: [Doorlassing](/kennisbank/doorlassing-eisen/)

### Doorzakking

Lasmetaal dat aan de wortelzijde te ver naar buiten hangt. Bij leidingwerk belemmert het de stroming en bij hygienische toepassingen maakt het de las onreinigbaar.

Norm: ISO 5817 nr. 504 Zie ook: [Voedingsmiddelen en farmacie](/sectoren/voedingsmiddelen-farma/)

### Duplex roestvast staal

Roestvast staal met ongeveer gelijke delen austeniet en ferriet. Combineert hoge sterkte met goede weerstand tegen chloridecorrosie, maar vraagt strikte beheersing van warmte-inbreng om de faseverhouding te bewaren.

Norm: ISO 17781 Zie ook: [Duplex roestvast staal lassen](/kennisbank/duplex-lassen-aandachtspunten/)

## E

### EN 10204

De norm voor keuringsdocumenten bij metaalproducten. Type 2.2 is een fabrieksattest, 3.1 een keuringsrapport door de fabrikant en 3.2 een rapport dat mede door een onafhankelijke partij is ondertekend.

Norm: EN 10204 Zie ook: [Materiaalcertificaat 3.1 en 3.2 volgens EN 10204](/kennisbank/materiaalcertificaat-3-1-3-2/)

### EN 1090

De Europese norm voor de uitvoering van staal- en aluminiumconstructies. Deel 1 regelt conformiteitsbeoordeling en CE-markering, deel 2 de technische eisen voor staal, deel 3 die voor aluminium.

Norm: EN 1090-1, -2, -3 Zie ook: [EXC-klassen onder EN 1090-2](/kennisbank/en-1090-exc-klassen/), [EN 1090 ondersteuning](/diensten/en-1090-ondersteuning/)

### Essentiele variabele

Een parameter waarvan wijziging buiten het toegestane bereik de kwalificatie ongeldig maakt, zoals materiaalgroep, proces, dikte, positie of warmtebehandeling. Wijziging vraagt een nieuwe of aanvullende kwalificatie.

Norm: ISO 15614-1, ASME IX Zie ook: [Essentiele variabelen](/kennisbank/wps-essentiele-variabelen/)

## F

### FAT

De keuring bij de fabrikant waarbij de opdrachtgever vaststelt of het product voldoet voordat het wordt verscheept. Omvat doorgaans documentbeoordeling, maatcontrole, functietest en beoordeling van het eindboek.

Zie ook: [FAT en eindcontrole](/kennisbank/fat-final-inspection/)

### Ferritoscoop

Meetinstrument dat via magnetische inductie het ferrietgehalte in austenitisch of duplex lasmetaal bepaalt, uitgedrukt in FN of in volumeprocent. Moet op een gladde, schone las worden gebruikt.

Norm: ISO 8249, ASTM E562 Zie ook: [Ferrietmeting in roestvast en duplex lasmetaal](/kennisbank/ferrietmeting-rvs/)

### Formeergas

Het gas waarmee de wortelzijde van een las wordt gespoeld om oxidatie te voorkomen, meestal argon of een stikstof-waterstofmengsel. Het restzuurstofgehalte wordt gemeten, niet geschat.

Norm: ISO 14175 Zie ook: [Austenitisch roestvast staal lassen](/kennisbank/rvs-304-316-lassen/), [Voedingsmiddelen en farmacie](/sectoren/voedingsmiddelen-farma/)

### FPC

Fabrieksproductiebeheersing: het gedocumenteerde systeem waarmee een fabrikant aantoont dat de productie beheerst verloopt en het product overeenkomt met de specificatie. Voorwaarde voor CE-markering onder EN 1090-1.

Norm: EN 1090-1 Zie ook: [Fabrieksproductiebeheersing (FPC) onder EN 1090-1](/kennisbank/fpc-factory-production-control/)

## G

### Gecombineerde dikte

De som van de materiaaldiktes die in een verbinding samenkomen, gemeten op een vaste afstand van de naad. Ingangsgegeven voor de voorwarmberekening, omdat zij bepaalt hoe snel warmte wordt afgevoerd.

Norm: EN 1011-2 Zie ook: [Voorwarmen bij lassen](/kennisbank/voorwarmen-wanneer-nodig/)

### Gevulde draad (136)

Een buisvormige draad gevuld met poeder, die onder beschermgas wordt verlast. Geeft een hogere neersmeltsnelheid dan massieve draad en een betere positielasbaarheid, met slak die verwijderd moet worden.

Norm: ISO 4063, ISO 17632

## H

### Hechtlas

Een korte las die delen tijdelijk op hun plaats houdt. Hechtlassen worden onder dezelfde procedure gelast als de hoofdlas en moeten worden opgenomen of verwijderd, want zij zijn een veelvoorkomende scheurbron.

Norm: EN 1090-2 Zie ook: [De lasvolgorde plannen](/kennisbank/lasvolgorde-planning/)

### Hoeklas

Een las in de hoek tussen twee elkaar snijdende vlakken, met een driehoekige doorsnede. De sterkte wordt bepaald door de a-hoogte; de doorlassing tot in de wortel is doorgaans niet vereist.

Norm: ISO 2553 Zie ook: [De a-hoogte van een hoeklas berekenen](/kennisbank/hoeklas-a-hoogte-berekenen/)

### Hold point

Een punt in het productieproces waar niet verder gewerkt mag worden voordat de aangewezen partij het werk heeft vrijgegeven. Anders dan een witness point, waar wel doorgewerkt mag worden.

Zie ook: [Een ITP opstellen dat in de praktijk werkt](/kennisbank/itp-opstellen/), [Fabricage-inspectie](/diensten/fabricage-inspectie/)

## I

### Interpasstemperatuur

De temperatuur van het werkstuk vlak voordat de volgende rups wordt gelast. Een maximum beschermt tegen korrelgroei en verlies van eigenschappen, een minimum valt samen met de voorwarmtemperatuur.

Norm: EN 1011-2, ISO 13916 Zie ook: [Voorwarmen bij lassen](/kennisbank/voorwarmen-wanneer-nodig/)

### ISO 14731

De norm voor lascoordinatie: welke taken en verantwoordelijkheden een lascoordinator heeft en welk kennisniveau daarbij hoort. Vanaf EXC2 in EN 1090-2 is een gekwalificeerde lascoordinator verplicht.

Norm: ISO 14731 Zie ook: [De lascoördinator volgens ISO 14731](/kennisbank/lascoordinator-iso-14731/), [Lascoördinator inhuren](/diensten/lascoordinator-inhuren/)

### ISO 15614

De normenreeks voor lasmethodekwalificatie door een lasprocedurebeproeving. Deel 1 geldt voor staal en nikkel, deel 2 voor aluminium. Legt de proefstukken, de beproeving en het kwalificatiebereik vast.

Norm: ISO 15614-1, -2 Zie ook: [ISO 15614-1](/kennisbank/iso-15614-1-uitgelegd/), [WPQR-kwalificatietraject](/diensten/wpqr-kwalificatie/)

### ISO 3834

De normenreeks voor kwaliteitseisen bij smeltlassen, met drie niveaus: uitgebreid (deel 2), standaard (deel 3) en elementair (deel 4). Beschrijft wat een lassend bedrijf moet beheersen, niet hoe een las eruitziet.

Norm: ISO 3834-1 t/m -6 Zie ook: [ISO 3834 deel 2, 3 en 4](/kennisbank/iso-3834-delen-2-3-4/)

### ISO 4063

De norm die lasprocessen een nummer geeft, zoals 111 voor beklede elektrode, 121 onderpoederdek, 135 MAG met massieve draad, 136 gevulde draad en 141 TIG. Die nummers staan in elke WPS.

Norm: ISO 4063 Zie ook: [Lasproces 135 (MAG) en de gevulde draden 136 en 138](/kennisbank/lasproces-135-mag/)

### ISO 5817

De norm die grenzen stelt aan lasonvolkomenheden in staal, met kwaliteitsniveaus B (streng), C en D (soepel). De keuze van het niveau volgt uit belasting en gevolgen van falen, niet uit gewoonte.

Norm: ISO 5817 Zie ook: [ISO 5817 kwaliteitsniveaus B, C en D](/kennisbank/iso-5817-kwaliteitsniveaus/)

### ISO 9606

De norm voor kwalificatie van lassers bij handmatig en halfmechanisch lassen. Toetst de vaardigheid van de persoon, in tegenstelling tot de lasmethodekwalificatie, die de procedure toetst.

Norm: ISO 9606-1 t/m -5 Zie ook: [Lasserskwalificatie volgens ISO 9606-1](/kennisbank/lasserskwalificatie-iso-9606/)

### ISO 9712

De norm voor kwalificatie en certificering van NDO-personeel, met niveau 1 voor uitvoeren onder toezicht, niveau 2 voor beoordelen en rapporteren en niveau 3 voor het opstellen van procedures.

Norm: ISO 9712 Zie ook: [NDO-personeel volgens ISO 9712](/kennisbank/iso-9712-ndo-personeel/)

### ITP

Inspectie- en beproevingsplan: het document dat per productiestap vastlegt wat er wordt gecontroleerd, door wie, tegen welke norm, met welk acceptatiecriterium en welk bewijsstuk, inclusief hold en witness points.

Zie ook: [Een ITP opstellen dat in de praktijk werkt](/kennisbank/itp-opstellen/)

### IWE, IWT, IWS

International Welding Engineer, Technologist en Specialist: de drie kennisniveaus voor lascoordinatoren volgens het IIW-stelsel. Welk niveau vereist is volgt uit staalsoort, dikte en uitvoeringsklasse.

Norm: ISO 14731 Zie ook: [De lascoördinator volgens ISO 14731](/kennisbank/lascoordinator-iso-14731/), [Lascoördinator inhuren](/diensten/lascoordinator-inhuren/)

## K

### Kerfslagwaarde

De energie in joule die een gekerfd proefstaafje opneemt bij breuk in een Charpy-pendelproef. Maat voor de taaiheid bij een bepaalde temperatuur en essentieel bij lage ontwerptemperaturen.

Norm: ISO 148-1

### Koudscheur

Een scheur die uren tot dagen na het lassen ontstaat door de combinatie van waterstof, een harde structuur en trekspanning. Ook wel waterstofscheur of vertraagde scheur genoemd.

Norm: EN 1011-2 Zie ook: [Waterstofscheuren voorkomen](/kennisbank/waterstofscheuren-voorkomen/)

### Kruisverbinding

Een verbinding waarbij een plaat haaks tussen twee andere wordt gelast. Belast loodrecht op de walsrichting, en daarmee een klassieke situatie voor lamellaire scheuren en een kritisch vermoeiingsdetail.

Zie ook: [Vermoeiing van lasverbindingen](/kennisbank/vermoeiing-lasverbindingen/)

### Kwalificatiebereik

Het bereik aan diktes, diameters, materialen, posities en procesvarianten dat door een uitgevoerde kwalificatie wordt gedekt. Buiten dat bereik lassen betekent dat het werk formeel niet gekwalificeerd is.

Norm: ISO 15614-1, ISO 9606-1 Zie ook: [Kwalificatiebereik voor dikte en diameter onder EN ISO 15614-1](/kennisbank/kwalificatiebereik-dikte-diameter/), [Zo bepaalt u of een bestaande WPQR geldig is voor uw toepassing](/kennisbank/wpqr-geldigheid-bepalen/)

## L

### Lamellaire scheur

Een scheur evenwijdig aan het plaatoppervlak, ontstaan doordat krimpspanning loodrecht op de walsrichting trekt aan insluitsellagen in het staal. Wordt voorkomen met Z-kwaliteit staal en aangepaste naadvorm.

Norm: EN 1011-2, EN 10164 Zie ook: [Doorlassing](/kennisbank/doorlassing-eisen/)

### Lasmethodekwalificatie

Het traject waarin met een proefstuk en beproeving wordt aangetoond dat een lasprocedure een verbinding met de vereiste eigenschappen oplevert. Resultaat is een WPQR of PQR.

Norm: ISO 15614, ASME IX Zie ook: [Wanneer heeft u een WPQR nodig?](/kennisbank/wanneer-wpqr-nodig/), [WPQR-kwalificatietraject](/diensten/wpqr-kwalificatie/)

### Lasnaadvoorbereiding

De vorm die aan de te verbinden delen wordt gegeven: V, X, U, J of I, met openingshoek, stompe kant en spleet. De keuze bepaalt de hoeveelheid lasmetaal, de krimp en de bereikbaarheid voor de boog.

Norm: ISO 9692-1 Zie ook: [Lasnaadvoorbereiding](/kennisbank/lasnaadvoorbereiding-iso-9692/)

### Lasoperator

Degene die een mechanisch of automatisch lasproces instelt en bewaakt zonder de boog met de hand te geleiden. Wordt gekwalificeerd volgens ISO 14732, niet volgens ISO 9606.

Norm: ISO 14732 Zie ook: [Operatorkwalificatie volgens ISO 14732 voor gemechaniseerd en orbitaal lassen](/kennisbank/operator-kwalificatie-iso-14732/), [Robotlassen](/kennisbank/robotlassen-kwalificatie/)

### Laspositie

De stand waarin gelast wordt, aangeduid volgens ISO 6947: PA vlak, PB horizontaal hoeklas, PC horizontaal, PE boven het hoofd, PF verticaal opgaand en PG verticaal neergaand. De positie is een essentiele variabele.

Norm: ISO 6947 Zie ook: [Lasserskwalificatie volgens ISO 9606-1](/kennisbank/lasserskwalificatie-iso-9606/)

### Lasregister

Overzicht waarin per las wordt vastgelegd wie hem heeft gemaakt, onder welke procedure, wanneer, met welk materiaal en welk onderzoek erop is uitgevoerd. Onmisbaar voor traceerbaarheid en vrijgave.

Zie ook: [Weld map en lasregister](/kennisbank/weld-map-lasregister/)

### Lassymbool

De genormaliseerde aanduiding op een tekening die lastype, maat, lengte, plaats en eventuele aanvullende eisen weergeeft. De positie ten opzichte van de referentielijn bepaalt aan welke zijde wordt gelast.

Norm: ISO 2553 Zie ook: [Lassymbolen lezen volgens ISO 2553](/kennisbank/lassymbolen-iso-2553/)

## M

### MAG-lassen (135)

Metal Active Gas: booglassen met een continu toegevoerde massieve draad onder een actief beschermgas. Proces 135 volgens ISO 4063, het meest gebruikte lasproces in de constructie.

Norm: ISO 4063 Zie ook: [Lasproces 135 (MAG) en de gevulde draden 136 en 138](/kennisbank/lasproces-135-mag/)

### Martensiet

Een harde, brosse structuur die ontstaat wanneer austeniet te snel afkoelt om in ferriet en perliet om te zetten. In de HAZ van een las is martensiet de directe aanleiding voor koudscheuren.

Zie ook: [Hardheidsmeting op lasverbindingen](/kennisbank/hardheidsmeting-las/), [Waterstofscheuren voorkomen](/kennisbank/waterstofscheuren-voorkomen/)

### Materiaalgroep

De indeling van basismaterialen volgens ISO/TR 15608 in groepen met vergelijkbaar lasgedrag, van groep 1 voor gewoon constructiestaal tot groep 8 voor austenitisch roestvast staal en 21 en hoger voor aluminium.

Norm: ISO/TR 15608 Zie ook: [Zo bepaalt u of een bestaande WPQR geldig is voor uw toepassing](/kennisbank/wpqr-geldigheid-bepalen/)

### MRB

Het eindboek van een project: alle documenten die aantonen dat het product volgens specificatie is gemaakt, van materiaalcertificaten en kwalificaties tot NDO-rapporten, warmtebehandelingsgrafieken en afwijkingen.

Zie ook: [Het MRB en MDR](/kennisbank/mrb-mdr-opbouw/)

## N

### NACE MR0175

De norm voor materialen in zuurgasdienst, ook bekend als ISO 15156. Begrenst de hardheid van las en HAZ, meestal op 250 HV10, om spanningscorrosie door waterstofsulfide te voorkomen.

Norm: ISO 15156 Zie ook: [Offshore en maritiem](/sectoren/offshore-maritiem/), [Hardheidsmeting op lasverbindingen](/kennisbank/hardheidsmeting-las/)

### NCR

Een vastlegging van een afwijking van de specificatie, met beschrijving, oorzaak, voorgestelde afhandeling en goedkeuring daarvan. Afhandeling kan reparatie, herstel, afkeur of acceptatie met concessie zijn.

Zie ook: [De NCR](/kennisbank/ncr-non-conformity/)

### NDO-omvang

Het percentage van de lassen dat met een bepaalde methode wordt onderzocht, vastgelegd per lastype en uitvoeringsklasse. Bij een steekproef moet ook zijn vastgelegd wat er gebeurt als er een fout wordt gevonden.

Norm: EN 1090-2, ISO 17635 Zie ook: [Welke NDO methode kiest u voor welke lasverbinding](/kennisbank/ndo-methode-kiezen/)

### Niet-destructief onderzoek (NDO)

Onderzoeksmethoden die de las beoordelen zonder hem te beschadigen: visueel (VT), penetrant (PT), magnetisch (MT), radiografisch (RT) en ultrasoon (UT), elk met een eigen gevoeligheid en beperking.

Norm: ISO 17635 Zie ook: [Welke NDO methode kiest u voor welke lasverbinding](/kennisbank/ndo-methode-kiezen/), [NDO-begeleiding](/diensten/ndo-begeleiding/)

## O

### Onderpoederdek lassen (121)

Booglassen waarbij de boog onder een poederbed brandt, met een zeer hoge neersmeltsnelheid en een rendementfactor van 1,0. Geschikt voor lange, rechte naden in de vlakke positie.

Norm: ISO 4063 Zie ook: [Onderpoederdek lassen (121)](/kennisbank/onderpoederdek-121/)

## P

### P-nummer

De ASME-indeling van basismaterialen in groepen met vergelijkbare lasbaarheid, vergelijkbaar met de materiaalgroepen van ISO/TR 15608 maar met een andere indeling en andere grenzen.

Norm: ASME IX Zie ook: [ASME Section IX uitgelegd](/kennisbank/asme-section-ix-uitgelegd/), [ASME IX versus EN ISO 15614-1](/kennisbank/asme-ix-vs-iso-15614/)

### Passiveren

Het herstellen van de chroomoxidehuid op roestvast staal na beitsen of bewerken, zodat de corrosieweerstand terugkomt. Gebeurt chemisch of door schoon materiaal aan zuurstof bloot te stellen.

Norm: ASTM A967, ISO 16048 Zie ook: [Verkleuring bij RVS-lassen](/kennisbank/rvs-verkleuring-beitsen-passiveren/)

### PED

Richtlijn 2014/68/EU voor drukapparatuur. Deelt apparatuur in categorieën I tot IV in en bepaalt per categorie de keuringsmodule en de mate waarin een aangewezen instantie betrokken is.

Norm: 2014/68/EU Zie ook: [Lassen onder de PED 2014/68/EU](/kennisbank/ped-2014-68-eu-lassen/), [Drukapparatuur](/sectoren/drukapparatuur/)

### Pelgrimsgang

Een lastechniek waarbij korte stukken in tegengestelde richting van de voortgangsrichting worden gelast. Vermindert de netto krimp en daarmee de vervorming van lange naden.

Zie ook: [Lasvervorming beperken](/kennisbank/lasvervorming-beperken/), [De lasvolgorde plannen](/kennisbank/lasvolgorde-planning/)

### PMI

Meting van de chemische samenstelling van een component om materiaalverwisseling uit te sluiten, meestal met een draagbare XRF-analysator. Moet ook op lasmetaal worden uitgevoerd, niet alleen op basismateriaal.

Zie ook: [Petrochemie en procesindustrie](/sectoren/petrochemie-procesindustrie/)

### Porositeit

Gasholten in het lasmetaal, ontstaan door gas dat tijdens het stollen niet kon ontsnappen. Oorzaken zijn vocht, vet, roest, onvoldoende gasbescherming of een lekkende gasleiding.

Norm: ISO 6520-1 nr. 200 Zie ook: [Lasfouten herkennen, begrijpen en voorkomen](/kennisbank/lasfouten-herkennen-oorzaken/)

### PQR

De ASME-benaming voor het verslag van een lasmethodekwalificatie: de werkelijk gebruikte parameters en de beproevingsresultaten. Het Europese equivalent heet WPQR.

Norm: ASME IX Zie ook: [De PQR (procedure qualification record)](/kennisbank/pqr-procedure-qualification-record/)

### Punchlist

De lijst met openstaande punten die bij een keuring of oplevering zijn gevonden, met per punt de verantwoordelijke partij, de afhandeling en de termijn. Categorie A blokkeert oplevering, categorie B niet.

Zie ook: [Punchlist afhandeling](/kennisbank/punchlist-afhandeling/)

### PWHT

Warmtebehandeling na het lassen, meestal spanningsarmgloeien, om restspanningen te verlagen, de hardheid in de HAZ te verminderen en waterstof te laten ontsnappen. Cyclus en snelheden moeten worden geregistreerd.

Norm: EN 13445-4, ASME VIII Zie ook: [PWHT](/kennisbank/pwht-gloeien/)

### pWPS

Preliminary Welding Procedure Specification: de voorlopige lasprocedure waarmee het proefstuk wordt gelast. Slaagt de beproeving, dan wordt hij via de WPQR omgezet in een definitieve WPS.

Norm: ISO 15609, ISO 15614 Zie ook: [Een pWPS opstellen](/kennisbank/pwps-opstellen/)

## Q

### QCP

Kwaliteitsplan: het projectdocument dat beschrijft hoe de kwaliteit wordt geborgd, wie waarvoor verantwoordelijk is en welke normen gelden. Het ITP is er doorgaans een bijlage van.

Zie ook: [Het QCP](/kennisbank/qcp-kwaliteitsplan/)

## R

### Randinkarteling

Een groef langs de lasteen waar basismateriaal is weggesmolten zonder door lasmetaal te zijn aangevuld. Werkt als kerf en is bij wisselende belasting een startpunt voor vermoeiingsscheuren.

Norm: ISO 6520-1 nr. 5011 Zie ook: [Lasfouten herkennen, begrijpen en voorkomen](/kennisbank/lasfouten-herkennen-oorzaken/), [Vermoeiing van lasverbindingen](/kennisbank/vermoeiing-lasverbindingen/)

### Restspanning

Spanning die in een constructie achterblijft nadat de belasting is weggenomen, ontstaan door ongelijkmatige krimp tijdens het lassen. Zij telt op bij de bedrijfsspanning en bevordert scheurvorming.

Zie ook: [Lasvervorming beperken](/kennisbank/lasvervorming-beperken/), [PWHT](/kennisbank/pwht-gloeien/)

### Rups

Een enkele doorgang van de boog waarbij lasmetaal wordt neergesmolten. Een meerlagenlas bestaat uit wortelrups, vullagen en deklaag, elk met hun eigen parameters en warmte-inbreng.

Zie ook: [Warmte-inbreng berekenen en beheersen](/kennisbank/warmte-inbreng-berekenen/)

## S

### Sensibilisatie

Het ontstaan van chroomcarbiden op korrelgrenzen in austenitisch roestvast staal tussen ongeveer 450 en 850 graden, waardoor die grenzen chroomarm en corrosiegevoelig worden. Voorkomen door L-kwaliteiten en lage warmte-inbreng.

Zie ook: [Austenitisch roestvast staal lassen](/kennisbank/rvs-304-316-lassen/)

### Slakinsluitsel

Slak die tussen rupsen of in de wortel is achtergebleven omdat zij niet volledig is verwijderd voordat de volgende rups werd gelast. Vooral bij beklede elektrode en onderpoederdek.

Norm: ISO 6520-1 nr. 301 Zie ook: [Lasfouten herkennen, begrijpen en voorkomen](/kennisbank/lasfouten-herkennen-oorzaken/)

### Smeltlijn

De grens tussen gesmolten lasmetaal en niet-gesmolten basismateriaal. Direct naast de smeltlijn ligt de grofkorrelige zone, waar bij hardheidsmeting de hoogste waarde wordt verwacht.

Norm: ISO 9015-1 Zie ook: [Hardheidsmeting op lasverbindingen](/kennisbank/hardheidsmeting-las/)

### Spanningsarmgloeien

Een warmtebehandeling waarbij de constructie op een temperatuur onder het omzettingspunt wordt gehouden zodat restspanningen relaxeren. Bij staal doorgaans 550 tot 620 graden, met beheerste opwarm- en afkoelsnelheid.

Norm: EN 13445-4 Zie ook: [PWHT](/kennisbank/pwht-gloeien/)

### Stompe las

Een las tussen twee in hetzelfde vlak liggende delen, met of zonder naadvoorbereiding. Bij volledige doorlassing draagt de verbinding de volle plaatsterkte over.

Norm: ISO 2553 Zie ook: [Doorlassing](/kennisbank/doorlassing-eisen/)

## T

### TIG-lassen (141)

Booglassen met een niet-afsmeltende wolfraamelektrode onder inert gas, met of zonder toevoegmateriaal. Proces 141 volgens ISO 4063, de voorkeursmethode voor wortelrupsen, dunwandig werk en roestvast staal.

Norm: ISO 4063 Zie ook: [TIG-lassen (141) en orbitaal lassen van leidingwerk](/kennisbank/tig-141-orbitaal/)

### TOFD

Time of Flight Diffraction: een ultrasone techniek die de hoogte van een fout bepaalt uit het tijdverschil tussen de gebogen golven van de boven- en onderkant. Zeer nauwkeurig in hoogte, met dode zones aan het oppervlak.

Norm: ISO 10863 Zie ook: [Phased array en TOFD](/kennisbank/phased-array-tofd/)

### Traceerbaarheid

Het aantoonbaar kunnen herleiden van elk toegepast materiaal en elke las naar het bijbehorende certificaat, de lasser en de procedure. In hogere uitvoeringsklassen en bij drukapparatuur een harde eis.

Norm: EN 1090-2 Zie ook: [Materiaalcertificaat 3.1 en 3.2 volgens EN 10204](/kennisbank/materiaalcertificaat-3-1-3-2/), [Weld map en lasregister](/kennisbank/weld-map-lasregister/)

## U

### Uitvoeringsklasse (EXC)

Een indeling in vier niveaus, EXC1 tot EXC4, die in EN 1090-2 de strengheid van alle uitvoeringseisen bepaalt: laskwaliteitsniveau, NDO-omvang, toleranties en traceerbaarheid. Bij ontbrekende opgave geldt EXC2.

Norm: EN 1090-2 Zie ook: [EXC-klassen onder EN 1090-2](/kennisbank/en-1090-exc-klassen/)

## V

### Vendor inspectie

Inspectie bij een leverancier namens de opdrachtgever, om vast te stellen dat wordt geproduceerd volgens de inkoopspecificatie. Omvat documentbeoordeling vooraf, aanwezigheid bij hold points en eindkeuring.

Zie ook: [Vendor inspectie](#lb-vendor-inspectie), [Vendor inspectie bij buitenlandse leveranciers](/kennisbank/vendor-inspectie-buitenland/)

### Verdunning

De mate waarin basismateriaal zich met het lasmetaal mengt, uitgedrukt in procenten. Bij opgelaste corrosievaste lagen verlaagt verdunning het legeringsgehalte en daarmee de corrosieweerstand van de deklaag.

Zie ook: [Nikkellegeringen en Inconel lassen](/kennisbank/nikkellegeringen-inconel-lassen/), [Ongelijksoortige verbindingen](/kennisbank/ongelijksoortige-verbindingen/)

### Vermoeiing

Scheurgroei onder herhaalde belasting bij spanningen ver onder de vloeigrens. Bij lasverbindingen bepaalt niet de sterkte van het lasmetaal maar de vorm van de lasovergang de levensduur.

Norm: EN 1993-1-9, EN 13001 Zie ook: [Vermoeiing van lasverbindingen](/kennisbank/vermoeiing-lasverbindingen/)

### Visueel onderzoek (VT)

De eerste en verplichte onderzoeksmethode bij elke las: beoordeling met het oog, hulpmiddelen en meetmallen, bij voldoende verlichting. Vindt oppervlaktefouten en vormafwijkingen, maar niets onder het oppervlak.

Norm: ISO 17637 Zie ook: [Visueel onderzoek van lassen volgens ISO 17637](/kennisbank/iso-17637-visueel-onderzoek/), [Visuele lasinspectie](/kennisbank/visuele-lasinspectie-werkwijze/)

### Voorwarmen

Het opwarmen van het werkstuk voor het lassen om de afkoelsnelheid te verlagen, martensietvorming te beperken en waterstof te laten uitdiffunderen. De temperatuur volgt uit koolstofequivalent, dikte en waterstofgehalte.

Norm: EN 1011-2 Zie ook: [Voorwarmen bij lassen](/kennisbank/voorwarmen-wanneer-nodig/)

## W

### Warmscheur

Een scheur die ontstaat tijdens het stollen van het lasmetaal, wanneer de resterende vloeistof tussen de korrels wordt uitgerekt. Bevorderd door zwavel, fosfor en een ongunstig stollingsinterval.

Norm: ISO 6520-1 nr. 1001 Zie ook: [Nikkellegeringen en Inconel lassen](/kennisbank/nikkellegeringen-inconel-lassen/)

### Warmte beinvloede zone (HAZ)

De zone in het basismateriaal naast de las die niet is gesmolten maar waarvan de structuur en eigenschappen door de laswarmte zijn veranderd. Vaak de zwakste of hardste plek van de verbinding.

Zie ook: [Warmte-inbreng berekenen en beheersen](/kennisbank/warmte-inbreng-berekenen/), [Hardheidsmeting op lasverbindingen](/kennisbank/hardheidsmeting-las/)

### Warmte-inbreng

De hoeveelheid energie per lengte-eenheid las, in kJ/mm, berekend uit spanning, stroom, voortloopsnelheid en de rendementfactor van het proces. Bepalend voor afkoelsnelheid en daarmee voor de eigenschappen.

Norm: EN 1011-1 Zie ook: [Warmte-inbreng berekenen en beheersen](/kennisbank/warmte-inbreng-berekenen/)

### Weld map

Een tekening waarop elke las een uniek nummer krijgt, gekoppeld aan de toe te passen procedure en het vereiste onderzoek. De basis voor het lasregister en voor traceerbaarheid.

Zie ook: [Weld map en lasregister](/kennisbank/weld-map-lasregister/)

### Werkstuktemperatuur

De temperatuur van het materiaal op de plaats en het moment van lassen, gemeten met contactthermometer of temperatuurkrijt. Wordt gemeten op een voorgeschreven afstand van de naad, niet op de las zelf.

Norm: ISO 13916 Zie ook: [Voorwarmen bij lassen](/kennisbank/voorwarmen-wanneer-nodig/)

### Witness point

Een punt in het proces waarop een partij wordt uitgenodigd om aanwezig te zijn, maar waar doorgewerkt mag worden als zij niet verschijnt. In tegenstelling tot een hold point.

Zie ook: [Een ITP opstellen dat in de praktijk werkt](/kennisbank/itp-opstellen/)

### Wolfraaminsluitsel

Een deeltje wolfraam dat bij TIG-lassen in het smeltbad terechtkomt doordat de elektrode het bad of het toevoegmateriaal heeft geraakt. Zichtbaar als een heldere vlek op een radiografische opname.

Norm: ISO 6520-1 nr. 3041 Zie ook: [TIG-lassen (141) en orbitaal lassen van leidingwerk](/kennisbank/tig-141-orbitaal/)

### Wortel

De zijde van de las die het diepst in de verbinding ligt, tegenover de deklaag. De wortel is constructief vaak het meest kritisch en tegelijk het moeilijkst te beoordelen zonder onderzoek.

Norm: ISO 6520-1 Zie ook: [Doorlassing](/kennisbank/doorlassing-eisen/)

### WPQR

Welding Procedure Qualification Record: het verslag waarin staat wat er bij de kwalificatie werkelijk is gelast en welke beproevingsresultaten zijn behaald. Het onderbouwt een of meer WPS-en.

Norm: ISO 15614-1 Zie ook: [Wat is het verschil tussen een WPS en een WPQR?](/kennisbank/wat-is-verschil-wps-wpqr/), [Zo bepaalt u of een bestaande WPQR geldig is voor uw toepassing](/kennisbank/wpqr-geldigheid-bepalen/)

### WPS

Welding Procedure Specification: het werkdocument voor de lasser met alle vastgelegde variabelen, van materiaal en toevoegmateriaal tot stroom, spanning, positie, voorwarm- en interpasstemperatuur.

Norm: ISO 15609-1 Zie ook: [WPS opstellen en beheren](/diensten/wps-opstellen/), [Wat is het verschil tussen een WPS en een WPQR?](/kennisbank/wat-is-verschil-wps-wpqr/)

## X

### XRF-analyse

Rontgenfluorescentie: een meting waarbij de elementsamenstelling van een materiaal wordt bepaald uit de karakteristieke straling die het uitzendt. Basis van draagbare PMI, met beperkte gevoeligheid voor lichte elementen.

Zie ook: [Petrochemie en procesindustrie](/sectoren/petrochemie-procesindustrie/)

## Z

### Z-kwaliteit

Staal met gewaarborgde eigenschappen in de dikterichting, aangeduid met Z15, Z25 of Z35. Nodig waar een las trekspanning loodrecht op het plaatoppervlak inleidt, om lamellaire scheuren te voorkomen.

Norm: EN 10164 Zie ook: [Doorlassing](/kennisbank/doorlassing-eisen/)

### Zijdelengte (z)

De lengte van de rechthoekszijde van de driehoek in de doorsnede van een hoeklas. Bij een gelijkbenige hoeklas is de a-hoogte ongeveer 0,7 maal de zijdelengte; verwisseling van de twee is een veelgemaakte fout.

Norm: ISO 2553 Zie ook: [De a-hoogte van een hoeklas berekenen](/kennisbank/hoeklas-a-hoogte-berekenen/)

Geen begrip gevonden.

## Een vraag over een lasnorm, een WPS of een inspectie?

Stel hem gewoon. U krijgt persoonlijk antwoord van een lascoördinator die het werk zelf heeft gedaan, niet van een verkoper.

[Stuur uw aanvraag](/offerte/)
[Bellen 06 29 72 37 91](tel:+31629723791)

---

DEHAAS Inspection, Manufacturing & Welding Consultancy, Rypsterdyk 2, 9036 JG Menaam.
Telefoon 06 29 72 37 91, e-mail cdehaas@dehaasprojects.com, https://dehaasprojects.com.
